CFH-Advies
De vaste combinatie van acetylsalicylzuur en codeïne met coffeïne is niet even veilig als het gebruik van de combinatie acetylsalicylzuur en codeïne. Er is geen plaats voor AC/Cod Zetpillen in de therapie.
Acetylsalicylzuur heeft analgetische, antipyretische en in hoge dosering antiflogistische werking. Coffeïne heeft een centraal stimulerend effect. Codeïne is een opiumalkaloïd met naast analgetische tevens sedatieve, obstiperende en hoestprikkeldempende werking. Dit preparaat valt onder de bepalingen van de Opiumwet, maar niet in zijn volle omvang.
Lichte tot matige pijn. Koorts.
Bij eerder gebruik maagklachten en maagpijn. Ulcus pepticum en maag-darmbloedingen, zowel actief
als in de anamnese. Gastro-intestinale bloeding of perforatie als gevolg van gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers. Erosieve gastritis. Cerebrovasculaire bloedingen. Acute astma-aanval. Overgevoeligheid voor salicylzuurverbindingen: optreden van astma-aanval of collaps na gebruik van acetylsalicylzuur of andere prostaglandinesynthetaseremmers. Ernstige nier- of leverinsufficiëntie. Ernstig hartfalen. Hemorragische diathese, hypoprotrombinemie, behandeling met antistollingsmiddelen. Overgevoeligheid voor opioïden. Verminderde ademhalingsreserve (emfyseem). intracraniële laesies.
Epidemiologisch onderzoek suggereert dat gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers in de vroege fase van de zwangerschap het risico van miskramen, cardiale malformaties en gastroschisis vergroot. In dierproeven is een verhoogd pre- en post-implantatie verlies, embryo-foetale letaliteit en een verhoogde incidentie van malformaties gezien. Tijdens de eerste twee trimesters niet gebruiken tenzij op stricte indicatie en dan in zo laag mogelijke dosering voor een zo kort mogelijke behandeling. Acetylsalicylzuur kan overgaan in de foetale bloedsomloop en daar salicylaatintoxicatie veroorzaken. Bij gebruik tijdens het derde trimester zijn farmacologische effecten zoals
verlengde zwangerschapsduur, weeënremming, bloedingen bij de moeder en de pasgeborene en bij de foetus voortijdige sluiting van de ductus arteriosus Botalli, pulmonale hypertensie, bloedstollingsstoornis met als gevolg bloeding, nierfunctiestoornissen of nierinsufficiëntie met oligohydramnie, verlaagd geboortegewicht en een verhoogde kans op perinatale sterfte mogelijk. Codeïne passeert eveneens de placenta. Niet gebruiken gedurende de laatste drie maanden van zwangerschap en tijdens de partus (in verband met mogelijke ademhalingsdepressie bij de neonaat).
Acetylsalicylzuur, coffeïne en codeïne gaan over in de moedermelk. Niet gebruiken tijdens borstvoeding.
Maag-darmstoornissen zoals maagpijn, misselijkheid, braken, zuurbranden, dyspepsie en obstipatie. Duizeligheid. Sufheid. Bloedverlies in het maag-darmkanaal (meestal occult); bij langdurig of veelvuldig gebruik kan dit leiden tot bloedarmoede. Vooral bij hoge dosering: opwinding, angst en ademhalingsdepressie. Overgevoeligheidsreacties zoals urticaria, huiduitslag, angio-oedeem, rinitis, bronchospasmen en anafylactische shock. Leverfunctiestoornissen (zelden hepatitis), vooral na hoge doses. Bij langdurig gebruik van hoge doses kunnen symptomen van salicylisme optreden: tinnitus, gehoorverlies, hoofdpijn, visusstoornissen, duizeligheid, verwardheid, zweten, tachycardie, misselijkheid en braken, soms diarree. Hoge doses acetylsalicylzuur rectaal kunnen leiden tot irritatie en proctitis.
Acetylsalicylzuur versterkt de werking van orale anticoagulantia en heparinen (verhoogde bloedingsneiging). Alcohol verhoogt de kans op een maagbloeding. Alcohol en andere centraal dempende stoffen versterken het centraal depressieve effect van codeïne (sedering, ademhalingsdepressie).
Waarschuwingen en voorzorgen
Voorzichtigheid is geboden bij een verhoogd risico op gastro-intestinale complicaties, astma,
stollingsstoornissen, colitis ulcerosa, M Crohn, een voorgeschiedenis van hypertensie en/of hartfalen en lever- en nierfunctiestoornissen, G6PD-deficiëntie of deficiëntie van glutathionperoxidase in erytrocyten, cardiovasculaire aandoeningen en bij ouderen. Niet gebruiken kort vóór of kort ná het trekken van tanden en kiezen en kort vóór of kort ná alcoholgebruik. Codeïne kan – hoewel zelden – leiden tot afhankelijkheid. Langdurig of veelvuldig gebruik wordt ontraden. Bij symptomen van salicylisme de dosering verlagen of de behandeling staken. Bij optreden van gastro-intestinale ulceratie of bloedingen eveneens de behandeling staken. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.
Symptomen: Acute intoxicatie: verstoring zuur/base-evenwicht, hyperventilatie, hyperpyrexie en zweten (leidend tot dehydratie), hypo- of hyperglykemie. Verder: o.a. rusteloosheid, hallucinaties, opwinding. Depressie van het centrale zenuwstelsel kan leiden tot cardiovasculaire collaps, coma en ademstilstand.
Therapie: Antidotum tegen codeïne: naloxon.
Volwassenen: oraal: 1–2 tabletten per keer, zo nodig driemaal per dag; max. 6 tabletten per dag; rectaal: 1 zetpil per keer, max. zesmaal per dag.
De tabletten in een ruime hoeveelheid water uiteen laten vallen en goed roeren; water nadrinken.
|