CFH-Advies
Voor de algemene praktijk zijn diazepam, lorazepam en oxazepam als anxiolyticum –
gezien de brede ervaring ermee en de prijs – een goede eerste keus. Alprazolam heeft geen voordelen boven deze middelen.
Benzodiazepine, toegepast als anxiolyticum.
Kinetische gegevens Resorptie: tabl. snel. F = ≥ 80%. Tmax = tabl. 1–2 uur, Retardtablet 5–11 uur. Metabolisering: vnl. in de lever, in belangrijke mate oxidatief door CYP3A4, tot weinig actieve metabolieten. Vd = 1 l/kg. Eliminatie: vnl. met de urine. T1/2 = 12–15 uur, bij ouderen verlengd met een variatie van 6–30 uur.
Pathologische angst en spanning, die het normale functioneren verstoort of waaronder ernstig geleden wordt.
Myasthenia gravis. Ernstige respiratoire insufficiëntie. Slaap-apneusyndroom. Overgevoeligheid voor benzodiazepinen. Ernstige leverinsufficiëntie.
Over het gebruik van deze stof tijdens zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Op grond van de farmacologische werkzaamheid kunnen hypothermie, hypotonie, matige ademhalingsdepressie en voedingsproblemen bij pasgeborenen optreden, vooral na langdurig gebruik tijdens het laatste trimester. Bovendien kan bij de pasgeborene dan afhankelijkheid zijn opgetreden en bestaat het risico van onttrekkingsverschijnselen in de postnatale periode.
Benzodiazepinen gaan over in de moedermelk. Tijdens gebruik geen borstvoeding geven.
Met name in het begin van de behandeling: slaperigheid overdag, afvlakking van het gevoel, hoofdpijn, spierzwakte, duizeligheid, verwarring, moeheid, dubbelzien. Soms anterograde amnesie, maag-darmstoornissen, opwekking van de eetlust en gewichtstoename, verminderde libido, huidreacties, hyperprolactinemie. Manifest worden van een onopgemerkte depressie. Vooral bij kinderen en ouderen kunnen zich paradoxale reacties met acute opwinding, verwarring en verandering van de psychische toestand voordoen. Gebruik van benzodiazepinen kan leiden tot fysieke afhankelijkheid; bij staken van de behandeling kunnen onthoudings- of rebound-verschijnselen optreden. Psychische afhankelijkheid kan optreden; misbruik is beschreven bij mensen die neigen tot misbruik van meerdere psychotrope stoffen ('polydrug abusers').
Alcohol en andere centraal dempende stoffen versterken het centrale effect van benzodiazepinen. De euforie en daardoor de psychische afhankelijkheid van opioïden kan worden versterkt. Bij gelijktijdig gebruik van stoffen met een sterke invloed op leverenzymen (vnl. CYP3A4) kunnen de concentratie en werking van alprazolam verhogen; daarom wordt gelijktijdig gebruik van de CYP3A4-remmers, HIV-proteaseremmers, ketoconazol, itraconazol en andere antimycotica azoolverbindingen afgeraden en is voorzichtigheid en mogelijke dosisreductie aanbevolen bij gelijktijdig gebruik van fluvoxamine en cimetidine; ook is voorzichtigheid geboden bij fluoxetine, sertraline, orale anticonceptiva, diltiazem en macrolide antibiotica. De CYP3A4-inductor carbamazepine kan de concentratie alprazolam verlagen. Combinatie met spierrelaxantia kan het spierverslappend effect vergroten. Toename van de digoxineplasmaspiegel is gemeld.
Waarschuwingen en voorzorgen
Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Amnestische effecten kunnen gepaard gaan met onaangepast gedrag. Het risico van afhankelijkheid neemt toe bij hogere doseringen, langere gebruiksduur en bij alcohol- en/of drugmisbruik in de anamnese. Bij herhaald gebruik gedurende enkele weken kan het hypnotisch effect van benzodiazepinen minder worden (tolerantie). In verband met de risico's van afhankelijkheid, tolerantie en centrale bijwerkingen dient het gebruik te worden beperkt tot bij voorkeur 1–2 weken, max. 2 maanden. Om mogelijke onthoudings- en/of rebound-verschijnselen te voorkomen dient men bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk te verminderen. Er zijn aanwijzingen dat bij benzodiazepine(-achtige)n met een korte werkingsduur reeds binnen het doseringsinterval onthoudingsverschijnselen kunnen optreden, m.n. bij hoge doseringen. Benzodiazepinen bij voorkeur niet toepassen bij kinderen en adolescenten (< 18 jaar), omdat voor deze leeftijdsgroep de veiligheid en werkzaamheid niet is vastgesteld. Terughoudendheid is geboden bij alcohol- en/of drugmisbruik in de anamnese en bij ernstige psychiatrische aandoeningen (m.n. depressie of suïcidale neigingen).
Gewone tablet: 0,25–0,5 mg driemaal per dag; max. 3 mg per dag; bij ouderen, verzwakten of bij lever- of nierfunctiestoornissen: begindosering 0,25 mg twee- à driemaal per dag, max. 1,5 mg per dag bij ouderen en 0,75 mg per dag bij nier- of leverfunctiestoornissen. Retardtablet: 1 mg per dag in 1–2 giften; max. 3 mg per dag in 1–2 giften; bij ouderen, verzwakten of bij lever- of nierinsufficiëntie: begindosering 0,5–1 mg in 1–2 giften.
Bij chronische respiratoire insufficiëntie met hypercapnie lager dan gewoonlijk doseren wegens de kans op ademhalingsdepressie. Bij staken van de behandeling de dagelijkse dosis iedere 3 dagen met max. 0,5 mg verminderen; bij sommige is een trager afbouwen aangewezen.
|