Farmacotherapeutisch Kompas
Amoxicilline [J01CA04]
Amoxicilline Capsule/Druppels/Injecties/Suspensie/Tabletten [Diverse fabrikanten]
(als trihydraat)
Capsule 250 mg, 375 mg, 500 mg.
Poeder voor druppelvloeistof, suikervrij 100 mg/ml; 20 ml.
Poeder voor suspensie, suikervrij 25 mg/ml; 100 ml.
Poeder voor suspensie, suikervrij 50 mg/ml; 100 ml.
Tablet 'Disper' 250 mg, 375 mg, 500 mg, 750 mg, 1000 mg. Bevat aspartaam.
Tablet 'Disper' 250 mg, 375 mg, 500 mg, 750 mg. Zonder aspartaam.
(als Na-zout)
Poeder voor injectievloeistof 250 mg, 500 mg, 1000 mg. Bevat per 100 mg poeder 5,98 mg natrium.
CFH-Advies
Gezien het gestelde in de inleiding is er geen reden voor brede toepassing van de relatief kostbare breed-spectrum penicillinen. Indien behandeling met een breed-spectrum penicilline is gewenst, heeft voor orale toediening amoxicilline de voorkeur vanwege de betere resorptie en de lagere frequentie van bijwerkingen zoals diarree en exantheem.

Eigenschappen
Bactericide antibioticum uit de groep van aminopenicillinen. Het werkingsspectrum is breed en omvat grampositieve en gramnegatieve bacteriën. Ongevoelig zijn onder andere penicillinasevormende stafylokokken, indol-positieve Proteus-stammen, Pseudomonas, Klebsiella, Enterobacter en Bacteroides. Amoxicilline is penicillinase-gevoelig. De plasmaspiegel stijgt evenredig met de dosering. In sputum, mucosa, botweefsel en oogkamerwater worden therapeutische spiegels bereikt. De (inactieve) metaboliet penicilloïnezuur heeft allergene eigenschappen.

Kinetische gegevens
Resorptie: oraal snel en voor 70–90%. Tmax = i.m. 1 uur, oraal 1–2 uur. Penetratie in liquor: slecht; bij ontstoken meninges 20% van de concentratie in het bloed. Metabolisering: gedeeltelijk, voornaamste (inactieve) metaboliet penicilloïnezuur dat allergene eigenschappen heeft. Eliminatie: met de urine. T1/2 = 1–1½ uur; bij creatinineklaring < 15 ml/min tot 8½ uur; bij prematuren, neonaten en zuigelingen < 6 mnd. 3–4 uur.

Indicaties
Infecties veroorzaakt door voor amoxicilline-gevoelige micro-organismen, zoals infecties van de luchtwegen, tractus urogenitalis, maag-darmstelsel, bot, galblaas en galwegen, huid en weke delen. Endocarditisprofylaxe bij risicopatiënten. Erythema migrans (ziekte van Lyme).

Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor penicillinen en cefalosporinen. De aspartaambevattende producten niet gebruiken bij kinderen en zwangere vrouwen met fenylketonurie. Mononucleosis infectiosa of lymfatische leukemie vanwege de sterk toegenomen kans op exantheem.

Zwangerschap/Lactatie
Advies: Kan voor zover bekend, zonder gevaar, overeenkomstig het voorschrift worden gebruikt.
Overgang in de moedermelk: In geringe mate . Farmacologisch effect: Het risico voor het kind is te verwaarlozen, met uitzondering van de mogelijkheid van sensibilisatie. Bovendien zijn diarree en kolonisatie van de slijmvliezen door schimmels mogelijk bij de zuigeling.

Bijwerkingen
Maag-darmstoornissen, vooral diarree; verder misselijkheid, braken, pruritus ani; zelden pseudomembraneuze colitis en hemorragische colitis. Allergische huidreacties, meestal maculopapuleuze 'rash', jeuk, soms urticaria. Zelden: interstitiële nefritis, afwijkingen van het bloedbeeld (zoals agranulocytose, hemolytische anemie en trombocytopenie), verlenging bloedingstijd en protrombinetijd, ernstige anafylactische reacties (soms dodelijk), erythema multiforme, toxische epidermale necrolyse, dermatitis exfoliativa bullosa, stevens-johnsonsyndroom, angio-oedeem, matige stijging ASAT- en/of ALAT-waarden, hepatitis, cholestatische icterus, reversibele hyperreactiviteit, duizeligheid, hoofdpijn en convulsies (bij gestoorde nierfunctie of bij hoge doses). Zeer zelden: zwarte tong. Na i.v. toediening, vooral bij hogere doses, kan lokaal pijn optreden. Oppervlakkige verkleuring van de tanden (m.n. suspensie) die na tanden poetsen verdwijnt.

Interacties
Fenylbutazon, oxyfenbutazon en in mindere mate acetylsalicylzuur, indometacine en sulfinpyrazon verlengen de halfwaardetijd door vermindering van de tubulaire secretie. De betrouwbaarheid van orale anticonceptiva kan bij gelijktijdig gebruik verminderen. De werking van penicillinen wordt geantagoneerd door bacteriostatische antibiotica. Bij gelijktijdig gebruik van aminoglycosiden kan een synergistisch effect optreden.

Waarschuwingen en voorzorgen
Kruisovergevoeligheid met andere penicillinen en cefalosporinen kan bestaan. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met penicilline overgevoeligheid in de anamnese. Voorzichtigheid is geboden bij toediening van de aspartaambevattende preparaten aan patiënten met fenylketonurie. Tussen penicillinen onderling en (in mindere mate) de penicillinen en cefalosporinen kan kruisresistentie voorkomen. Bij optreden van ernstige diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen; in dat geval, evenals bij optreden van hemorragische colitis of overgevoeligheidsreacties, het gebruik staken. Overgroei van niet-gevoelige micro-organismen komt voor. Bij bepaling van glucose in de urine enzymatische glucose-oxidasemethodes gebruiken.

Overdosering
Symptomen: na parenterale of intrathecale toediening kan, vooral bij nierfunctiestoornis, convulsie optreden.
Therapie: diazepam.

Dosering
De behandeling dient in het algemeen 48–72 uur na verdwijnen van de klinische symptomen te worden voortgezet.
Niet ernstige en matig ernstige infecties: Volwassenen en kinderen > 10 j.: Oraal: 500–750 mg elke 12 uur of 375–500 mg elke 8 uur. Kinderen < 10 j.: 30 mg/kg lichaamsgewicht per dag in 2–3 doses. Dit is in het algemeen voor kinderen van 3–10 j.: 375 mg 2×/dag of 250 mg 3×/dag; kinderen van 1–3 j.: 250 mg 2×/dag of 125 mg 3×/dag; kinderen < 1 j.: 125 mg 2×/dag of 100 mg 3×/dag. (Op moeilijk bereikbare plaatsen, zoals bij acute bacteriële otitis media, heeft dosering 3×/dag de voorkeur.).
Een behandelduur van 5–7 dagen zal in het algemeen voldoende zijn, bij streptokokkeninfecties moet deze echter ten minste 10 dagen bedragen.
Bij chronische, recidiverende en ernstige infecties: Volwassenen de dosering tot 750–1000 mg kan elke 8 uur worden verhoogd; bij kinderen tot 20 mg/kg elke 8 uur.
Gonorroe: (acute, ongecompliceerde): 3 g in één dosis.
Endocarditisprofylaxe: Volwassenen: Bepaalde ingrepen in de mondholte en aan de bovenste luchtwegen: 3 g oraal 1 uur voor de ingreep. Kinderen: 50 mg/kg oraal 1 uur voor de ingreep.
(Diagnostische of operatieve) ingrepen in de tractus digestivus en urogenitalis: Volwassenen: 1 g i.v. 30–60 minuten voor de ingreep + 1 g i.v. 6 uur na de ingreep. Kinderen: 50 mg/kg i.m. of i.v. 30–60 minuten voor de ingreep + 50 mg/kg i.m. of i.v. 6 uur na de ingreep; zowel bij volwassenen als bij kinderen combineren met gentamicine 3 mg/kg i.m. of i.v.
Ziekte van Lyme: Volwassenen en kinderen > 12 j.: vroege fase (geïsoleerde infectie van de huid) 2 g per dag gedurende 10 dagen; late fase (gegeneraliseerde infectie of artritis) 2 g per dag gedurende 30 dagen. Kinderen tot 12 j.: vroege fase 60 mg/kg per dag gedurende 10 dagen; late fase 60 mg/kg per dag gedurende 30 dagen.
Volwassenen en kinderen > 10 j.: Parenteraal: i.m. of i.v. injectie: 500–1000 mg elke 8 uur. Kinderen < 10 j.: 60–100 mg/kg per dag verdeeld over 3 resp. 4 doses elke 8 resp. 6 uur.
Ernstige infecties: Volwassenen en kinderen > 10 j.: i.v. infusie: 1–2 g elke 8 uur, max. 6 infusies per dag. Kinderen: < 10 j.: 50–100 mg/kg elke 8 uur; prematuren en neonaten: 6,25–12,5 mg/kg elke 12 uur; zuigelingen < 1 mnd.: 35–50 mg/kg elke 8 uur.
Bij eenmalige i.v. toediening van meer dan 1 g (volwassenen) of 25 mg/kg (kinderen) dient de inlooptijd van het infuus > 30 min te zijn.
De i.m. injectie langzaam inspuiten.
Bij gestoorde nierfunctie: Oraal: creatinineklaring: 10–30 ml/min: max. 500 mg 2×/dag; < 10 ml/min en peritoneaaldialyse: max. 500 mg per dag. Volwassenen en kinderen ≥ 12 j.: I.v.: creatinineklaring: 10–30 mg/ml: begindosis 1 g, vervolgens 500 mg 2×/dag; < 10 mg/ml en peritoneaaldialyse: begindosis 1 g, vervolgens 500 mg per dag; hemodialyse: 1 g aan het eind van de dialyse, vervolgens 500 mg per dag. Kinderen < 12 j.: creatinineklaring: 10–30 mg/ml: 25 mg/kg 2×/dag; < 10 mg/ml: 25 mg/kg 1×/dag; peritoneaaldialyse: begindosis 1 g, vervolgens 500 mg per dag; hemodialyse: 25 mg/kg aan het begin en 12,5 mg/kg aan het eind van de dialyse, vervolgens 25 mg/kg per dag. Volwassen en kinderen van ≥ 12 j.: I.m.: creatinineklaring: 10–30 ml/min: 500 mg 2×/dag; < 10 ml/min: 500 mg per dag; peritoneaaldialyse: begindosis 1 g, vervolgens 500 mg per dag; hemodialyse: 500 mg tijdens en aan het eind van de dialyse, vervolgens 500 mg per dag. Kinderen < 12 j.: creatinineklaring: 10–30 ml/min: 15 mg/kg 2×/dag; ≤ 10 ml/min: 15 mg/kg per dag; peritoneaaldialyse: begindosis 1 g, vervolgens 500 mg per dag; hemodialyse: 15 mg/kg tijdens en aan het eind van de dialyse, vervolgens 15 mg/kg per dag.
De Disper kan in zijn geheel worden ingenomen of gesuspendeerd in minimaal 20 ml water.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.