afdrukken
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.Tractocile [Ferring bv]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
(acetaat)
Injectievloeistof 7,5 mg/ml; flacon 0,9 ml.
Concentraat voor infusievloeistof 7,5 mg/ml; flacon 5 ml.
CFH-Advies
De Commissie heeft atosiban nog niet beoordeeld.

Eigenschappen
Synthetisch peptide. Competitieve antagonist voor humaan oxytocine op receptorniveau. Gaat bij premature weeën de baarmoedercontracties tegen, waardoor een rusttoestand van de baarmoeder wordt verkregen. Werking: binnen 10 minuten na toediening. Werkingsduur: gedurende 12 uur (≤ 4 contracties per uur).

Kinetische gegevens
Een ‘steady state’ plasmaconcentratie wordt binnen 1 uur na aanvang van het infuus bereikt. Vd = circa 0,26 l/kg. Metabolisering: de belangrijkste metaboliet is een 10× minder effectief dan atosiban. Eliminatie: met de urine, vnl. als de actieve metaboliet. T1/2el = 1,4–2 uur.

Indicaties
Dreigende vroeggeboorte in geval van regelmatige baarmoedercontracties met een duur van minimaal 30 s en een frequentie ≥ 4 per half uur, ontsluiting van 1–3 cm (0–3 voor nullipara) en verstrijken van de portio ≥ 50%, een doorlopen zwangerschap tussen 24 en 33 volledige weken en een normale hartslag van de foetus.

Contra-indicaties
Zwangerschapsduur van < 24 of > 33 volledige weken. Voortijdig breken van de vruchtvliezen bij > 30 weken zwangerschap. Abnormale hartslag van de foetus. Uteriene hemorragie ante partum, eclampsie en ernstige preëclampsie, waardoor onmiddellijke bevalling noodzakelijk is. Foetale dood in utero. Verdenking op intra-uteriene infectie. Placenta praevia. Abruptio placenta. Iedere andere conditie van moeder of foetus die voortzetting van de zwangerschap gevaarlijk maakt.

Zwangerschap/Lactatie
Atosiban passeert de placenta; na een infuus van 300 microg/min bedraagt de foetale/maternale concentratieverhouding 0,12. Teratogenese: Schadelijke effecten op het ongeboren kind zijn onbekend. Advies: Kan, voor zover bekend zonder bezwaar, worden gebruikt binnen het indicatiegebied bij een zwangerschapsduur tussen 24–33 weken.
Overgang in de moedermelk: Ja, kleine hoeveelheden. Advies: Indien de vrouw tijdens haar zwangerschap al een eerder kind borstvoeding geeft dan moet deze borstvoeding worden gestaakt tijdens behandeling met atosiban aangezien het bij borstvoeden vrijkomende oxytocine, de uteruscontractie kan doen toenemen en het effect van de tocolyse kan tegenwerken.

Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): misselijkheid. Vaak (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid, opvliegers, braken. Tachycardie, hypotensie. Reactie op de injectieplaats. Hyperglykemie. Soms (0,1-1%): koorts, slapeloosheid, pruritus, huiduitslag. Zelden (0,01-0,1%): uteriene bloedingen en uteriene atonie. Allergische reactie. Bij de pasgeborene zijn in klinisch onderzoek geen bijwerkingen waargenomen.

Waarschuwingen en voorzorgen
Toediening dient plaats te vinden door een arts met ervaring in de behandeling van premature weeën. Voorzichtigheid is geboden indien het vroegtijdig breken van de vliezen niet kan worden uitgesloten, vanwege het potentiële risico van chorioamnionitis. Ervaring bij verminderde lever- of nierfunctie ontbreekt. De ervaring is beperkt bij meervoudige zwangerschappen, bij zwangerschappen van 24–27 weken en bij (max. 3) herhalingsbehandelingen. In geval van vertraging van de groei in utero hangt de beslissing om toediening van atosiban voort te zetten of te herhalen af van een evaluatie van de foetale rijpheid. Tijdens de behandeling en bij voortdurende contracties bewaking van de uteriene contracties en van de hartslag van de foetus overwegen. Omdat atosiban als antagonist van oxytocine de uterus kan verslappen en het post partum bloedverlies kan versterken, dient na de bevalling het bloedverlies te worden gecontroleerd.

Dosering
Het concentraat voor infusievloeistof verdunnen in een isotone zoutoplossing, ringeroplossing of een 5% isotone glucoseoplossing tot een concentratie van 0,75 mg/ml.
Zo spoedig mogelijk na de diagnose van premature weeën starten met een i.v. bolusinjectie van 6,75 mg in 1 min, onmiddellijk gevolgd door een oplaadinfuus van 18 mg (=24 ml)/uur gedurende 3 uur en een vervolginfuus van 6 mg (= 8 ml)/uur over maximaal 45 uur. De behandelduur is maximaal 48 uur; de totale dosering ≤ 330,75 mg atosiban. Indien de uteruscontracties tijdens toediening blijven voortduren, een alternatieve therapie overwegen. Bij een eventuele herhaling hetzelfde doseringsadvies volgen.

zie ook
groepsoverzicht
achtergrondinformatie
kostenoverzicht(en)
CFH-rapport
meldformulier bijwerkingen
© CVZ 2010 | naar boven | afdrukken |