bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
budesonide [R03BA02]
Budesonide Dosisaerosol/Inhalatiepoeder [Diverse fabrikanten]
Dosisaerosol 'CFK-vrij' 200 microg/dosis; 200 doses. Ook beschikbaar met jet-inhaler.
Inhalatiepoeder 'Easyhaler' 200 microg/dosis; 200 doses.
Inhalatiepoeder 'Easyhaler' 400 microg/dosis; 100 doses.
Inhalatiepoeder 'Novolizer' 200 microg; 200 doses.
Inhalatiepoeder 'Novolizer' 400 microg/dosis; 100 doses.
Inhalatiepoeder in patroon 'Cyclocaps' 200 microg, 400 microg, 800 microg.
Pulmicort [AstraZeneca bv]
Dosisaerosol CFK-vrij 50 microg/dosis; 120 doses.
Dosisaerosol CFK-vrij 'Nebuhaler' 50 microg/dosis; 120 doses.
Dosisaerosol CFK-vrij 200 microg/dosis; 120 doses.
Dosisaerosol CFK-vrij 'Nebuhaler' 200 microg/dosis; 120 doses.
Inhalatiepoeder 'Turbuhaler' 100 microg/dosis; 200 doses.
Inhalatiepoeder 'Turbuhaler' 200 microg/dosis; 200 doses.
Inhalatiepoeder 'Turbuhaler' 400 microg/dosis; 50 doses, 200 doses.
Inhalatievloeistof 'Respules' 125 microg/ml; 2 ml.
Inhalatievloeistof 'Respules' 250 microg/ml; 2 ml.
Inhalatievloeistof 'Respules' 500 microg/ml; 2 ml.
CFH-Advies
Bij persisterend astma is onderhoudsbehandeling met een inhalatiecorticosteroïd geïndiceerd. De voorkeur gaat hierbij uit naar beclometason, budesonide of fluticason, waarmee veel ervaring is opgedaan.
Voor een optimaal effect van geneesmiddelen bij astma en chronisch obstructieve longziekte is een juiste inhalatietechniek onontbeerlijk. Bij de keuze van een inhalator speelt de voorkeur van de patiënt een belangrijke rol. Bij volwassenen en kinderen vanaf 7 jaar verdienen poederinhalatoren de voorkeur. Zij zijn even effectief als dosisaerosolen en geven minder aanleiding tot een niet juiste uitvoering van de inhalatie. Voor kinderen tot 7 jaar en patiënten met een geringe inspiratiekracht bijvoorbeeld longemfyseem blijft echter een dosisaerosol met inhalatiekamer gewenst.
Budesonide is voor de indicatie pseudokroep nog niet beoordeeld.

Eigenschappen
Glucocorticoïd, dat bij tracheale toepassing lokaal een ontstekingsremmende werking heeft. De dosisaerosol kan worden voorzien van een inhalatiekamer ('Nebuhaler' of Jet-inhaler). De longdepositie kan variëren van 10–30%, afhankelijk van de toedieningsvorm. Werking: begint 24 uur na aanvang behandeling, maximaal na enige weken.

Kinetische gegevens
F (ingeslikte fractie) = gering vanwege uitgebreid first-pass-effect. Metabolisering: snel en uitgebreid in de lever door CYP3A4 tot weinig actieve metabolieten. Eliminatie: vnl. als metabolieten via feces en urine. T1/2 = ca. 2–4 uur; bij kinderen lager.

Indicaties
Onderhoudsbehandeling van astma. De inhalatievloeistof tevens voor de behandeling van zeer ernstige pseudokroep, waarbij ziekenhuisopname is geïndiceerd.

Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor corticosteroïden. Terughoudendheid is geboden bij longafwijkingen zoals bronchiëctasieën en pneumoconiose.

Zwangerschap/Lactatie
Teratogenese: Gegevens over gebruik van budesonide per inhalatie tijdens een groot aantal zwangerschappen (n > 2000) geven geen aanwijzingen voor schadelijke effecten bij de foetus of neonaat. Bij dieren zijn hoge doseringen corticosteroïden schadelijk gebleken (geboorteafwijkingen als open gehemelte en skeletafwijkingen). Advies: Op strikte indicatie in zo laag mogelijke dosering gebruiken.
Overgang in de moedermelk: Onbekend. Advies: Vanwege de geringe systemische blootstelling bij gebruik van budesonide per inhalatie kan borstvoeding gehandhaafd blijven.

Bijwerkingen
Vaak (1-10%): geïrriteerde keel, heesheid, orofaryngeale candidiasis, hoest, slikproblemen, droge mond, slechte smaak. Lokale huidirritatie na toediening van de inhalatievloeistof met behulp van een gezichtsmasker is waargenomen. Zelden (0,01-0,1%): psychische stoornissen zoals nervositeit, rusteloosheid en depressie, overgevoeligheidsreacties (angio-oedeem, oedeem, 'rash', urticaria, dermatitis, jeuk en paradoxale bronchospasmen), toegenomen neiging tot blauwe plekken. Zeer zelden (< 0,01%): stemverlies, misselijkheid, overgevoeligheidsreacties (zoals gezwollen lippen of ogen, exantheem), gedragsstoornissen bij kinderen en systemische effecten als remming bijnierschorsfunctie, vermindering botdichtheid, cataract en glaucoom (met name bij langdurig gebruik van hoge doseringen).

Interacties
Gelijktijdig gebruik van CYP3A-remmers als oraal ketoconazol en itraconazol kan de plasmaspiegels van budesonide verhogen. Bij langdurig gelijktijdig gebruik van deze middelen dient hiermee rekening gehouden te worden.

Waarschuwingen en voorzorgen
Longtuberculose kan geactiveerd worden door behandeling met inhalatiecorticosteroïden. Ook kunnen inhalatiecorticosteroïden bepaalde symptomen van longtuberculose en van bacteriële, virale of door schimmels veroorzaakte luchtweginfecties maskeren. Bij patiënten met longafwijkingen zoals bronchiëctasieën en pneumoconiose is, in verband met mogelijke schimmelinfecties, terughoudendheid geboden. Door na inhalatie de mond- en keelholte goed met water te spoelen en daarna dit uit te spugen vermindert de kans op orofaryngeale candidiasis. Heesheid wordt meestal minder na verlagen van de dosering en/of rust van de stem. Aangeraden wordt de inhalatievloeistof via een mondstuk te inhaleren; bij gebruik van een gezichtsmasker na toediening het gezicht wassen om lokale irritatie te voorkomen. Langdurig gebruik van hoge doseringen inhalatiecorticosteroïden kan leiden tot systemische effecten als remming bijnierschorsfunctie, vermindering botdichtheid, cataract en glaucoom. Bij langdurig gebruik bij kinderen de groei controleren en bij groeiremming trachten de dosering inhalatiecorticosteroïd te verminderen. Na langdurige behandeling met orale corticosteroïden (7,5 mg > 3 mnd.) dient na overschakeling op een dosisaerosol rekening te worden gehouden met langzaam herstel van de verstoorde bijnierschorsfunctie. Bij overschakeling dient de patiënt in een betrekkelijk stabiele fase te verkeren. Bij sommige patiënten kunnen dan vroegere symptomen zoals rinitis en eczeem terugkeren en ook kan pijn in spieren en gewrichten optreden. Tijdelijke verhoging van de dosering van de orale steroïden kan dan noodzakelijk zijn. Een aantal patiënten zal tijdens de overschakeling een verminderd algeheel steroïd-effect ervaren, met symptomen zoals vermoeidheid, hoofdpijn, misselijkheid en braken. Tijdens fysiek belastende situaties zoals ernstige infecties, traumata en chirurgische ingrepen is een extra dosis orale steroïden noodzakelijk. Bij acute ernstige exacerbaties kan de dosering van budesonide worden verhoogd of een aanvullende korte behandeling met een oraal steroïd worden gegeven. Bij nog niet met corticosteroïden behandelde patiënten treedt als regel binnen 10 dagen een therapeutisch effect op. Soms is er een dusdanige hoeveelheid slijm in de bronchi, dat de werkzame stof niet in de slijmvliezen van de bronchi kan penetreren. Het is dan wenselijk eerst een korte kuur orale corticosteroïden, naast de dosisaerosol, te geven.

Overdosering
Een effect op de bijnierschors kan bij langdurige en grote overdosering niet volledig worden uitgesloten.

Dosering
Astma: Volwassenen: Dosisaerosol: begindosering 200 microg 2–4×/dag. Bij ernstig astma of bij overschakeling van orale corticosteroïden is de begindosering 800 microg per dag in 2–4 doses. Inhalatiepoeder: begindosering 200–400 microg 1–2×/dag ('Novolizer') of 2–4×/dag ('Turbuhaler'); bij ernstig astma of bij overschakeling van orale corticosteroïden is de begindosering 1600 microg per dag in 2–4 doses. Onderhoudsdosering: laagste dosering waarbij de patiënt symptoomvrij blijft; meestal is toediening 2×/dag voldoende; bij licht persisterend astma kan bij gebruik van een lage dosering (400 microg/dag) een toediening 1×/dag worden geprobeerd; bij matig persisterend en astma exacerbaties kan toediening 4×/dag van voordeel zijn. Inhalatievloeistof: individueel; begin- en onderhoudsdosering veelal 500–1000 microg in 2 doses, max. 1500–2000 microg per dag. Bij milde astma kan de dosering van 250–500 microg 1×/dag worden gegeven. Kinderen tot 4 j.: Dosisaerosol: 200 microg 2×/dag als proefbehandeling gedurende 2–4 weken. Inhalatievloeistof: 250–500 microg per dag als proefbehandeling van 6–12 weken; bij voldoende effect voortzetten. De onderhoudsdosering aanpassen op geleide van het klinisch beeld in stappen van 2–4 weken. Kinderen 4–6 j.: Dosisaerosol: 200 microg 2×/dag. Kinderen > 6 j.: 'Easyhaler'/'Novolizer': 200 microg 2×/dag of 200–400 microg 1×/dag; max. 400 microg 2×/dag. 'Turbuhaler'/'Cyclocaps': begindosering 100–200 microg 2–4×/dag, max. 400 microg per dag. Bij ernstig astma en bij overschakeling van orale corticosteroïden is de begindosering 400 microg in 2–4 doses. Kinderen ≥ 4 j.: Inhalatievloeistof; begin en onderhoudsdosering is veelal 250–500 microg per dag. De onderhoudsdosering dient de laagst mogelijke effectieve dosering te zijn.
Beëindigen of verminderen van behandeling met orale corticosteroïden: 200 microg 2–4×/dag; max. 1600 microg per dag in 2–4 doses gedurende 7–10 dagen toegevoegd aan de bestaande medicatie van orale corticosteroïden. Na deze periode kan worden begonnen met verlaging van de orale dosis corticosteroïd tot het laagste niveau dat, in combinatie met budesonide, een stabiele longfunctie geeft.
Pseudokroep: kinderen ≥ 3 mnd.: 2 mg als eenmalige verneveling of 2 doses van 1 mg met een interval van 30 min.
Bij overschakeling van de aerosol op een inhalatiepoeder verdient het aanbeveling de patiënt opnieuw in te stellen op een (lagere) onderhoudsdosering in verband met verschil in effectiviteit per toegediende dosis. Bij inhalatie van de aerosol via de metalen 'Nebuhaler' is de beschikbare hoeveelheid geneesmiddel constanter en hoger dan zonder of met kunststof inhalatiekamer; in sommige gevallen kan de dosering worden verlaagd.
De vernevelde hoeveelheid inhalatievloeistof en de vernevelingstijd zijn afhankelijk van de vernevelingssnelheid, het volume van de vernevelkamer en het gebruikte volume. De Respules vernevelen met een geschikte vernevelaar (jetvernevelaar met mondstuk en gezichtsmasker. Ultrasone vernevelaars zijn niet geschikt voor de verneveling van de Respules, omdat de aflevering van budesonide bij dit type vernevelaar te laag is.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.