afdrukken
Celebrex [Pfizer bv]
Capsule 100 mg, 200 mg.
CFH-Advies
Indien gebruik van een prostaglandinesynthetaseremmer is geïndiceerd verdienen de conventionele prostaglandinesynthetaseremmers (zoals ibuprofen en diclofenac) in de laagst effectieve dosering de voorkeur. Bij patiënten met een vergroot risico van gastro-intestinale complicaties gaat de voorkeur uit naar comedicatie met een protonpompremmer of eventueel met misoprostol. Alleen in uitzonderingsgevallen zal uitgekomen worden op een COX-2 remmer zoals celecoxib, temeer deze middelen zijn gecontra-indiceerd bij congestief hartfalen, ischemische hartziekte en/of cerebrovasculair lijden en alleen met de kortst mogelijke behandelduur en de laagste effectieve dagdosering mogen worden toegepast.

Eigenschappen
Prostaglandinesynthetaseremmer. In het therapeutische doseringsbereik (200–400 mg per dag) is celecoxib een oraal actieve cyclo-oxygenase-2-(COX-2-)selectieve remmer. Bij deze doses is bij mensen geen statistisch significante remming van COX-1 vastgesteld (bepaald als ex vivo remming van tromboxaanvorming (TxB2)). Bij hogere doses is een dosisafhankelijk effect op de vorming van TxB2 waargenomen.

Kinetische gegevens
Resorptie: goed. Tmax = 2–3 uur, inname met een vetrijke maaltijd vertraagt de resorptie met ca. 1 uur. Plasma-eiwitbinding: ca. 97%. Steady-state-concentraties worden na 5 dagen bereikt. Metabolisering: in de lever, vnl. door hydroxylering in inactieve metabolieten. Eliminatie: met de urine als metabolieten. T1/2 = 8–12 uur. Bij ouderen (m.n. bij vrouwen) bij matige leverinsufficiëntie is een verhoogde plasmaspiegel gezien (en waarschijnlijk ook bij langzame CYP2C9-metaboliseerders).

Indicaties
Symptomatische behandeling van artrose, reumatoïde artritis en spondylitis ankylopoetica.

Contra-indicaties
Actief ulcus pepticum of gastro-intestinale bloeding. Optreden van astma-aanval, urticaria, angio-oedeem, neuspoliepen of rinitis na gebruik van acetylsalicylzuur of andere prostaglandinesynthetaseremmers. Inflammatoire darmaandoeningen. Ernstig gestoorde leverfunctie (serumalbumine < 25 g/l of child-pughscore ≥ 10). Ernstig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring < 30 ml/min.). Congestief hartfalen (NYHA-klasse II–IV). Aangetoonde ischemische hartziekte, perifeer arterieel en/of cerebrovasculair lijden. Overgevoeligheid voor sulfonamiden.

Zwangerschap/Lactatie
Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens. Epidemiologisch onderzoek suggereert dat gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers in de vroege fase van de zwangerschap het risico van miskramen, cardiale malformaties en gastroschisis vergroot. In dierproeven is een verhoogd pre- en post-implantatie verlies, embryo-foetale letaliteit en een verhoogde incidentie van malformaties gezien. Farmacologisch effect: Bij gebruik tijdens het derde trimester zijn farmacologische effecten zoals weeënremming en bij de foetus voortijdige sluiting van de ductus arteriosus Botalli, pulmonale hypertensie, bloedstollingsstoornis met als gevolg bloeding, nierfunctiestoornissen of nierinsufficiëntie met oligohydramnie mogelijk. Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd. Overig: Het gebruik van een prostaglandinesynthetaseremmer kan de vruchtbaarheid nadelig beïnvloeden en wordt niet aanbevolen bij vrouwen die zwanger willen worden.
Overgang in de moedermelk: In geringe mate. Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.

Bijwerkingen
Vaak (1-10%): maag-darmklachten als buikpijn, misselijkheid, diarree, dyspepsie, flatulentie. Perifeer oedeem, vochtretentie, griepachtige symptomen. Myocardinfarct, duizeligheid, hypertonie. Slapeloosheid. Huiduitslag, jeuk. Faryngitis, rinitis, hoesten, dyspneu, bovenste luchtweginfecties, sinusitis, urineweginfecties. Verergering van allergie. Soms (0,1-1%): obstipatie, oprispingen, gastritis, stomatitis, verergering gastro-intestinale ontsteking. Angst, depressie, vermoeidheid, somnolentie, paresthesieën, herseninfarct. Oorsuizen, gehoorstoornis. Anemie, urticaria, wazig zien, beenkrampen. Hartfalen, palpitaties, tachycardie. Lever- en/of nierfunctiestoornissen, hyperkaliëmie. Zelden (0,01-0,1%): oesofagitis, maag-darmulceratie, darmperforatie, melaena, pancreatitis. Ataxie, smaakverandering, verwardheid. Alopecia, fotosensibilisatie. Leukopenie, trombocytopenie. Verder: pancytopenie, ernstige allergische reacties, anafylaxie. Hoofdpijn, hallucinaties, verlies van geur en smaak, verergering epilepsie, aseptische meningitis, fatale intracraniële bloeding. Gastro-intestinale hemorragie. Menstruatiestoornissen. Mogelijk fataal leverfalen, soms fatale acute hepatitis, geelzucht. Acuut nierfalen, interstitiële nefritis, hyponatriëmie. Huiduitslag, exfoliatie van de huid, waaronder stevens-johnsonsyndroom, epidermale necrolyse, erythema multiforme, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose. Gewrichtspijn, myositis. Conjunctivitis, oogbloeding, retinale arterie of vene occlusies.

Interacties
Bij gelijktijdig gebruik met coumarinederivaten kan de protrombinetijd verlengd zijn; aangezien ernstige -soms fatale- bloedingen zijn opgetreden (m.n. bij ouderen) dient de protrombinetijd (INR) te worden gecontroleerd, in het bijzonder gedurende de eerste dagen of na wijziging van de dosering celecoxib. Het risico op gastro-intestinale complicaties, zoals ulcera, is vergroot bij gelijktijdig gebruik met acetylsalicylzuur (zelfs in lage doses voor cardiovasculaire profylaxe). Bij gelijktijdig gebruik met ciclosporine of tacrolimus de nierfunctie controleren. Prostaglandinesynthetaseremmers kunnen het effect van bloeddrukverlagende middelen verminderen. Bij patiënten met een verminderde nierfunctie (bv. ouderen of gedehydreerde patiënten) neemt het risico op -meestal reversibele– nierinsufficiënte toe bij gelijktijdig gebruik van een ACE-remmer of type 1 angiotensine II-antagonist (AT1-antagonist). Celecoxib kan de plasmaspiegel van lithium verhogen. Celecoxib wordt voornamelijk gemetaboliseerd door CYP2C9; bij gelijktijdig gebruik met een krachtige CYP2C9 als fluconazol kan de plasmaspiegel van celecoxib aanzienlijk toenemen en moet de helft van de aanbevolen dosering celecoxib worden toegepast. Het gelijktijdig gebruiken van CYP2C9-inductoren als rifampicine, carbamazepine en barbituraten kan de plasmaspiegel van celecoxib verlagen.

Waarschuwingen en voorzorgen
Alleen na zorgvuldige afweging gebruiken bij patiënten met significante risicofactoren voor cardiovasculaire voorvallen (o.a. hypertensie, diabetes mellitus, hyperlipidemie, roken). Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een groter risico van gastro-intestinale complicaties en bij ouderen, matige leverfunctiestoornissen (child-pughscore 7–9), ernstige nierfunctiestoornissen, bij een voorgeschiedenis van hartfalen, ischemische hartziekten, verminderde linkerventrikelfunctie of hypertensie, bij oedeem en andere condities die tot vochtretentie leiden en bij patiënten waarvan bekend is dat het trage CYP2C9-metaboliseerders zijn. Ernstige mogelijk fatale leverreacties kunnen optreden, gewoonlijk binnen een maand na starten van de behandeling. Bij gebruik van celecoxib zijn overgevoeligheidsreacties en ernstige, soms fatale, huidreacties opgetreden; in de meeste gevallen beginnend in de eerste maand van de behandeling. Bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosale laesies of andere tekenen van overgevoeligheid de behandeling staken. Overgevoeligheid voor sulfonamiden vermeerdert de kans op huidreacties. Vanwege het ontbreken van een effect op de trombocytenaggregatie zijn COX-2-selectieve middelen geen vervanging van acetylsalicylzuur voor cardiovasculaire profylaxe. Celecoxib is niet onderzocht bij een leeftijd < 18 jaar.

Dosering
De kortst mogelijke behandelduur en de laagst effectieve dagdosering toepassen vanwege het risico op cardiovasculaire bijwerkingen.
Artrose: 200 mg 1×/dag of 100 mg 2×/dag. Bij onvoldoende symptoomverlichting de dosering verhogen tot 200 mg 2×/dag; indien na 2 weken, toename van het effect uitblijft, de behandeling staken.
Reumatoïde artritisen spondylitis ankylopoetica: 100 mg 2×/dag. Bij onvoldoende symptoomverlichting de dosering verhogen tot 200 mg 2×/dag; indien na 2 weken, toename van het effect uitblijft, de behandeling staken.
Ook bij ouderen wordt aanbevolen met 200 mg per dag te starten, zo nodig kan de dosering worden verhoogd tot 400 mg per dag.
Bij matig gestoorde leverfunctie (serumalbumine 25–35 g/l) en bij langzame CYP2C9-metaboliseerders de behandeling van de verschillende indicaties met de helft van de aanbevolen dosering starten.

zie ook
groepsoverzicht
achtergrondinformatie
CFH-rapport
meldformulier bijwerkingen
prijs op Medicijnkosten
GIP-databank
© CVZ 2012 | naar boven | afdrukken |