CFH-Advies
Gefluorideerde chinolonen zoals ciprofloxacine moeten worden beschouwd als 'reserve-antibiotica' en gereserveerd voor die ernstige gevallen, waarbij door middel van een kweek de gevoeligheid van het micro-organisme voor dit middel is aangetoond, en uitsluitend onder controle van een oogarts. Voor de behandeling van bacteriële conjunctivitis of blepharitis zijn voldoende alternatieven (bv. oogdruppels/-zalf met chlooramfenicol, fusidinezuur of tetracycline). De Commissie adviseert hierbij ciprofloxacine niet voor te schrijven.
Ciprofloxacine is een gefluorideerde chinolonverbinding met bactericide werking. Chinolonen beïnvloeden de DNA-synthese door remming van het bacteriële DNA-gyrase. Het werkingsspectrum is breed en omvat o.a. meticilline-gevoelige stafylokokken, Streptococcus pneumoniae, Haemophilus influenzae, Pseudomonas aeruginosa en de meeste van de Enterobacteriaceae. Meticillineresistente stafylokokken en de viridansgroep van streptokokken zijn in het algemeen minder gevoelig.
Oppervlakkige infecties van het oog en de oogleden, veroorzaakt door voor ciprofloxacine gevoelige micro-organismen.
Overgevoeligheid voor chinolonen of benzalkoniumchloride.
Er zijn onvoldoende gegevens bekend over de resorptie van ciprofloxacine uit oogdruppels. Vanwege het mogelijke gevaar van afwijkingen in het kraakbeen bij de foetus of pasgeborene wordt geadviseerd ciprofloxacine niet te gebruiken tijdens zwangerschap en lactatie.
Meest frequent branderig of stekend gevoel na toepassing. Zelden: allergische reacties, hyperemie of oedeem van de conjunctiva of oogleden, chemosis cornea-infiltraten, puntvormige epitheliale erosie, korst- of kristalvorming op de oogleden, fotofobie, veranderd gezichtsvermogen, bittere smaak na indruppelen.
Waarschuwingen en voorzorgen
Overgroei van niet-gevoelige micro-organismen, incl. schimmels, is mogelijk; in dat geval de toepassing staken. Bij langdurig gebruik kan op een beschadigd hoornvlies neerslag ontstaan. Bij ooginfecties (en tijdens behandeling) geen contactlenzen dragen. Door tijdens en direct na toediening de traanbuis even dicht te drukken wordt voorkomen dat de druppeloplossing snel afvloeit naar de neus- en keelholte. De veiligheid bij zuigelingen en kinderen < 1 jaar is niet vastgesteld.
Eerste 2 dagen 1 druppel iedere 2 uur overdag, vervolgens 1 druppel viermaal per dag in de onderste conjunctivaalzak gedurende max. 7 dagen.
|