bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
ciprofloxacine [J01MA02]
Ciprofloxacine Infusievloeistof/Tabletten [Diverse fabrikanten]
Infusievloeistof 2 mg/ml; 100 ml, 200 ml, zak 100 ml, 200 ml.
(als hydrochloride)
Infusievloeistof 2 mg/ml; flacon 50 ml, 100 ml, 200 ml.
(als lactaat)
Infusievloeistof 2 mg/ml; flacon 50 ml, 100 ml, 200 ml, zak 100 ml, 200 ml.
(als hydrochloride)
Tablet 250 mg, 500 mg, 750 mg.
Ciproxin [Bayer bv]
Suspensie 50 mg/ml; 107 ml.
Suspensie 100 mg/ml; 107 ml.
(als lactaat)
Infusievloeistof 2 mg/ml; flacon 50 ml, 100 ml, 200 ml.
CFH-Advies
Fluorchinolonen zoals ciprofloxacine zijn 'reserve' antimicrobiële middelen. Om resistentieontwikkeling te voorkomen, dient de toepassing ervan te worden gereserveerd voor situaties waarin met andere antimicrobiële middelen onvoldoende resultaat wordt verkregen.
Bij ongecompliceerde urineweginfecties is daarom in het algemeen geen plaats voor ciprofloxacine.
Bij gecompliceerde urineweginfecties wordt de keuze bepaald op geleide van microbiologisch onderzoek.

Eigenschappen
Gefluorideerde chinolonverbinding. Chinolonen hebben een bactericide werking en beïnvloeden de DNA-synthese door remming van het bacteriële DNA-gyrase. Het werkingsspectrum omvat met name gramnegatieve (incl. Pseudomonas aeruginosa) en grampositieve aërobe micro-organismen. Streptokokken en Mycoplasma zijn matig gevoelig, anaëroben matig gevoelig tot resistent.

Kinetische gegevens
Resorptie: oraal snel en goed. F = 70–85%. Tmax = ½–2 uur. Eliminatie: oraal 2/3 met de urine en 1/3 met de feces, grotendeels onveranderd; i.v. ¾ met de urine en ¼ met de feces. T1/2el = 3–7 uur, kan bij ernstige nierfunctiestoornis 2× langer zijn.

Indicaties
Lagere luchtweginfecties veroorzaakt door gramnegatieve bacteriën: exacerbaties van chronisch obstructief longlijden, bronchopulmonale infecties bij cystische fibrose of bij bronchiëctasieën, pneumonie. Chronische purulente otitis media. Acute exacerbatie van chronische sinusitis, in het bijzonder wanneer deze veroorzaakt is door gramnegatieve bacteriën. Urineweginfecties. Door gonokokken veroorzaakte urethritis en cervicitis. Epididymo-orchitis waaronder gevallen die veroorzaakt zijn door Neisseria gonorrhoeae. Ontsteking in het kleine bekken bij vrouwen (PID, pelvic inflammatory disease) waaronder gevallen die veroorzaakt zijn door Neisseria gonorrhoea. Infecties van het maag-darmstelsel (bijvoorbeeld reizigersdiarree). Intra-abdominale infecties. Infecties van de huid en weke delen, veroorzaakt door gramnegatieve bacteriën. Maligne otitis externa. Infecties van botten en gewrichten. Behandeling van infecties bij neutropene patiënten. Profylaxe van infecties bij neutropene patiënten. Profylaxe van invasieve infecties als gevolg van Neisseria meningitidis. Inhalatieantrax (profylaxe na blootstelling en curatieve behandeling). Kinderen en adolescenten: bronchopulmonale infecties bij cystische fibrose, veroorzaakt door Pseudomonas aeruginosa. Gecompliceerde urineweginfecties en pyelonefritis. Inhalatieantrax (profylaxe na blootstelling en curatieve behandeling).

Contra-indicaties
Kinderen jonger dan 16 jaar, m.u.v. kinderen vanaf 5 jaar met cystische fibrose (bij dieren in de groei zijn afwijkingen in het kraakbeen waargenomen). Overgevoeligheid voor chinolonen. Ernstige gecombineerde lever- en nierfunctiestoornissen. Peesaandoeningen in de anamnese, gerelateerd aan het gebruik van chinolonen.

Zwangerschap/Lactatie
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren blijkt ciprofloxacine in de groeifase een nadelige invloed te hebben op gewrichten. Advies: Gebruik ontraden.
Overgang in de moedermelk: Ja. Advies: Gebruik wordt ontraden vanwege het risico van artropathie en andere mogelijk ernstige toxiciteit bij zuigelingen.

Bijwerkingen
Vaak (1-10%): misselijkheid, diarree. Soms (0,1-1%): lokale reacties op de injectieplaats (vooral bij een inlooptijd ≤ 30 min), buikpijn, braken, dyspepsie, anorexie, flatulentie, candidiasis, tromboflebitis, huiduitslag, stijging leverenzym-, ureum-, creatinine- en bilirubinewaarden, braken, eosinofilie, leukopenie, gewrichtspijn, hoofdpijn, duizeligheid, agitatie, verwardheid, slaapstoornissen, allergische huidreacties ('rash', pruritus, urticaria), smaakverandering, nierfunctiestoornis, asthenie, koorts. Zelden: (0,01-0,1%): hartkloppingen, flauwvallen, vasodilatatie, hypotensie, hepatitis, cholestatische icterus, pseudomembraneuze colitis, bloedbeeldafwijkingen, allergische en anafylactische reacties, oedeem, hyperglykemie, spierpijn, opgezwollen gewrichten, hallucinaties, transpireren, paresthesieën, angst, abnormale dromen, depressie, tremor, convulsies, dyspneu, fotosensibilisatie, tinnitus, reversibele gehoorklachten, visusstoornissen, gevoels- reuk- en smaakstoornissen, hematurie, kristalurie, interstitiële nefritis. Zeer zelden (< 0,01%): vasculitis, petechiën, erythema multiforme, erythema nodosum, levercelnecrose, pancreatitis, tendinitis, peesrupturen, exacerbatie van symptomen van myasthenia gravis, intracraniële hypertensie, stevens-johnsonsyndroom, lyellsyndroom, ataxie, hypertonie, psychotische reacties. Agranulocytose, pancytopenie, beenmergdepressie.

Interacties
Ciprofloxacine remt CYP1A2 en kan hierdoor leiden tot een verhoogde serumconcentratie van gelijktijdig toegediende middelen (zoals theofylline, clozapine, ropinirol en tizanidine) die door dit enzym gemetaboliseerd worden. Aluminium- of magnesiumbevattende antacida, sucralfaat, calcium-, bismut-, zink- en ijzerzouten verminderen de resorptie van ciprofloxacine (Ciprofloxacine dient ten minste 2 uur voor of ten minste 4 uur ná deze middelen te worden ingenomen). Melkproducten of met mineralen verrijkte dranken kunnen de resorptie van ciprofloxacine verminderen. Metoclopramide versnelt de resorptie van ciprofloxacine. Gelijktijdige toediening van ciclosporine kan de serumcreatinineconcentratie verhogen. Gelijktijdig gebruik van orale anticoagulantia kan de protrombinetijd verlengen. Nitrofurantoïne kan het antibacteriële effect van ciprofloxacine verminderen. Bij gelijktijdige toediening kunnen de spiegels van fenytoïne verhoogd of verlaagd worden. Het metabolisme van coffeïne wordt geremd. Bij gelijktijdige toediening worden de spiegels van ropinirol verhoogd. Gelijktijdig gebruik van ciprofloxacine met prostaglandinesynthetaseremmers vergroot het risico van stimulatie van het centrale zenuwstelsel en convulsies. Ciprofloxacine kan de renale klaring van methotrexaat verminderen; dit kan leiden tot verhoogde toxiciteit van methotrexaat.

Waarschuwingen en voorzorgen
Voorzichtigheid is geboden bij i.v. toediening, bij epilepsie en ernstige cerebrale afwijkingen en ook bij G6PD-deficiëntie. Overgroei van niet-gevoelige micro-organisme komt voor. Bij gelijktijdige toediening van i.v. ciprofloxacine met barbituraatbevattende anaesthetica de cardiovasculaire functies nauwkeurig controleren. Kruisresistentie (al dan niet compleet) tussen chinolonen komt voor. Resistentieoverdracht door R-plasmiden is nog niet beschreven. Bij ernstige of aanhoudende diarree tijdens of na de behandeling dient met de mogelijkheid van pseudomembraneuze colitis rekening te worden gehouden. Bij optreden van een tendinitis de behandeling onmiddellijk staken vanwege het risico van een achillespeesruptuur. Bij optreden van suïcidaal gedrag en bij exacerbatie van de symptomen van myasthenia gravis de behandeling onmiddellijk staken en een arts waarschuwen.

Dosering
Lagere luchtweginfecties: Volwassenen: 500–750 mg 2×/dag, gedurende 7–14 dagen.
Hogere luchtweginfecties, acute exacerbatie van chronische sinusitis of chronische purulente otitis media: Volwassenen: 500–750 mg 2×/dag, gedurende 7–14 dagen.
Maligne otitis externa: Volwassenen: 750 mg 2×/dag, gedurende 28 dagen tot 3 mnd.
Cystische fibrose: Kinderen en adolescenten: 20 mg/kg lichaamsgewicht 2×/dag en maximaal 750 mg per dosis, gedurende 10 tot 14 dagen.
Urineweginfecties of ongecompliceerde cystitis: Volwassenen: 250–500 mg 2×/dag, gedurende 3 dagen, bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd kan een dosis van 500 mg eenmalig worden gegeven.
Gecompliceerde cystitis of ongecompliceerde pyelonefritis: Volwassenen: 500 mg 2×/dag, gedurende 7 dagen.
Gecompliceerde pyelonefritis: Volwassenen: 500 mg 2×/dag, gedurende minstens 10 dagen. Kinderen en adolescenten: 10–20 mg/kg en maximaal 500 mg per dosis, gedurende 10 tot 21 dagen.
Prostatitis: Volwassenen: 500–750 mg 2×/dag, gedurende 2–4 weken (acuut) tot 4–6 weken (chronisch).
Infecties van geslachtsorganen of door gonokokken veroorzaakte urethritis en cervicitis: Volwassenen: 500 mg eenmalig.
Epididymo-orchitis en ontstekingen in het kleine bekken bij vrouwen: Volwassenen: 500–750 mg 2×/dag, gedurende ten minste 14 dagen.
Infecties van het maag-darmstelsel en intra-abdominale infecties, diarree, veroorzaakt door bacteriële pathogenen, waaronder Shigella spp., met uitzondering van Shigella dysenteria type 1 en empirische behandeling van ernstige reizigersdiarree: Volwassenen: 500 mg 2×/dag, gedurende 1 dag.
Diarree, veroorzaakt door Shigella dysenteriae type 1: Volwassenen: 500 mg 2×/dag, gedurende 5 dagen.
Diarree, veroorzaakt door Vibrio cholerae: Volwassenen: 500 mg 2×/dag, gedurende 3 dagen.
Tyfuskoorts: Volwassenen: 500 mg 2×/dag, gedurende 7 dagen.
Intra-abdominale infecties als gevolg van gramnegatieve bacteriën: Volwassenen: 500–750 mg 2×/dag, gedurende 5–14 dagen.
Infecties van de huid en weke delen: Volwassenen: 500–750 mg 2×/dag, gedurende 7–14 dagen.
Infecties van botten en gewrichten: Volwassenen: 500 – 750 mg 2×/dag, gedurende max. 3 mnd.
Behandeling van infecties of profylaxe van infecties bij neutropene patiënten: Volwassenen: 500–750 mg 2×/dag gedurende volledige periode van neutropenie.
Profylaxe van invasieve infecties als gevolg van Neisseria meningitidis: Volwassenen: 500 mg eenmalig.
Inhalatieantrax, profylaxe na blootstelling en curatieve behandeling: Volwassenen: 500 mg 2×/dag. Kinderen en adolescenten: 10–15 mg/kg 2×/dag en maximaal 500 mg per dosis.
Met de toediening van geneesmiddelen moet zo snel mogelijk nadat blootstelling wordt vermoed of is bevestigd worden begonnen, duur van de behandeling 60 dagen vanaf bevestiging van blootstelling aan Bacillus anthracis.
Bij zeer ernstige infecties Volwassenen: (bv. pneumonie, recidiverende exacerbaties bij cystische fibrose, infecties in de buikholte) veroorzaakt door matig-gevoelige verwekkers (bv. Pseudomonas, Staphylococcus of Streptococcus pneumoniae) verhogen tot 500–750 mg 2×/dag. Parenteraal: i.v. als infusie (bij ernstige infecties, waarbij orale therapie niet mogelijk of gewenst is) met een inlooptijd van ca. 30 minuten (bij gebruik van de flacon à 200 ml ca. 60 min). Urineweginfecties: 100–200 mg 2×/dag. Luchtweg- en overige infecties: 200–400 mg 2×/dag. Zo nodig de dosering verhogen tot 400 mg 3×/dag bij zeer ernstige levensbedreigende infecties. Met name hogere i.v. doseringen alleen toedienen via een vene met een groot kaliber of een centrale lijn vanwege meer kans op lokale reacties. Bij een creatinineklaring van 31–60 ml/min: max. 1000 mg per dag (oraal); 800 mg per dag (intraveneus). Bij een creatinineklaring van ≤ 30 ml/min en bij hemodialyse en CAPD max. 500 mg per dag (oraal); 400 mg per dag (intraveneus). Kinderen en adolescente: 20 mg/kg lichaamsgewicht 2×/dag en maximaal 750 mg per dosis, duur afhankelijk van het type infectie
Gestoorde nierfunctie: Bij een creatinineklaring van 31–60 ml/min: max. 1000 mg per dag (oraal); 800 mg per dag (intraveneus). Bij een creatinineklaring van ≤ 30 ml/min en bij hemodialyse en CAPD max. 500 mg per dag (oraal); 400 mg per dag (intraveneus).
De tabletten en suspensie innemen zonder kauwen (vanwege de bittere smaak); de tabletten met een ruime hoeveelheid water, zo nodig na gebruik van de suspensie ook water drinken. Doses van 500 mg of meer liefst kort na de maaltijd innemen om de kans op maag-darmklachten te verminderen.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.