CFH-Advies
Wanneer men een hoestdempend middel wil toepassen is noscapine de eerste keus; codeïne vormt een goede tweede keus. In verband met het optreden van obstipatie dient codeïne niet langer dan 2–3 dagen te worden toegepast. Toepassing van codeïne als hoestprikkeldempend middel bij kinderen wordt ontraden. De codeïnestroop is opnieuw in beoordeling genomen.
Opiumalkaloïd met analgetische en hoestprikkeldempende werking. Werking: bij inname op lege maag na 30 min., max. na 1–2 uur. Werkingsduur: ca. 4 uur. Codeïne valt onder de bepalingen van de Opiumwet, maar niet in zijn volle omvang.
Kinetische gegevens Resorptie: goed. Metabolisering: in de lever tot norcodeïne en tot morfine (10%). Eliminatie: met de urine onveranderd (10%) en als metabolieten. T1/2 = 3–4 uur, bij leverinsufficiëntie langer, bij overdosering 6 uur.
Hoest. Pijn (alleen voor de tabletten).
Astma. Hersentrauma, verhoogde intracraniële druk, convulsieve aandoeningen. Delirium tremens. Hartinsufficiëntie. Terughoudendheid is geboden bij verminderde ademreserve zoals bij emfyseem, kyfoscoliose en bij overmatige slijmvorming in de luchtwegen.
Over het gebruik van codeïne tijdens zwangerschap bij de mens en over de effecten in dierstudies bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Codeïne passeert de placenta.
Codeïne en de metaboliet morfine gaan over in de moedermelk. Niet gebruiken tijdens lactatie.
Misselijkheid, braken, obstipatie, hoofdpijn, dorst, duizeligheid, sufheid; bij hoge doses opwinding en angst. Verder: stemmingsveranderingen, zwakheid, hallucinaties, desoriëntatie, visusstoornissen, galwegspasmen, hartkloppingen, orthostatische hypotensie, oligurie, urineretentie. Zelden allergische huidreacties (pruritus). In het bijzonder bij kleine kinderen: convulsies en hypotensie. Ademhalingsdepressie, vooral bij hoge dosering en bij kleine kinderen.
Gelijktijdig gebruik van alcohol, andere centraal depressieve stoffen (zoals anaesthetica, antipsychotica, anxiolytica, hypnotica en sedativa) en cimetidine kan de depressieve werking op het centrale zenuwstelsel versterken (verhoogde kans op ademhalingsdepressie, versterkte sedering).
Waarschuwingen en voorzorgen
Bij ernstige lever- en nierfunctiestoornissen, prostaathyperplasie, hypothyroïdie, onbehandeld myxoedeem, shock en bij ouderen moet de dosering worden aangepast. Voorzichtigheid is geboden bij koorts, supraventriculaire tachycardie, colitis ulcerosa, stricturen van de urethra, recente abdominale of renale operatie. Vanwege het optreden van obstipatie wordt aanbevolen gelijktijdig een laxans te gebruiken. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Gewenning en afhankelijkheid kunnen – hoewel zelden – optreden.
Symptomen: ademhalingsdepressie, depressie van het centrale zenuwstelsel (van stupor tot coma), ARDS, spasmen, hypothermie, bradycardie, hypotensie en shock.
Therapie: volwassenen i.v. 0,4 mg naloxon, zo nodig na 2–3 min. herhalen; kinderen 10 microg/kg lichaamsgewicht.
Over het optimale doseerschema bestaat geen eenstemmigheid; sommigen prefereren een lage dosis (10–30 mg) frequent toegediend, anderen een hoge dosis (tot 60 mg) minder frequent. Aanbevolen wordt:
Hoest: Volwassenen: 10–20 mg elke 4–6 uur, max. 120 mg per dag of 20 ml stroop max. viermaal per dag. Kinderen: 2–6 jaar: 1 mg/kg lichaamsgewicht per dag in 4–6 doses (elke 6–4 uur) of 5 ml stroop max. viermaal per dag; 6–12 jaar 5–10 mg per keer elke 4–6 uur, max. 60 mg per dag of 10 ml stroop max. viermaal per dag.
Pijn: Volwassenen: 15–60 mg per keer, zo nodig elke 4 uur; veelal 30 mg elke 4 uur. Kinderen: 0,5 mg/kg elke 4–6 uur). Bij doses hoger dan 60 mg neemt het analgetisch effect niet verder toe, wel de kans op bijwerkingen.
|