| |
 |
 |
 |
|
| Aerius [Merck Sharp & Dohme bv] |
Drank 0,5 mg/ml; 60 ml, 150 ml. De drank bevat sorbitol. Stroop 0,5 mg/ml; 60 ml, 150 ml. De stroop bevat benzoëzuur, sucrose en sorbitol. Tablet, omhuld 5 mg. Tablet, orodispergeerbaar 2,5 mg, 5 mg. |
|
 |
| Neoclarityn [Schering-Plough bv] |
| Tablet, omhuld 5 mg. |
|
 |
|
|
 |
 |
CFH-Advies
Bij allergische rinitis is toepassing van een systemisch
'niet'-sederend antihistaminicum met name aangewezen indien de acute
symptomen gepaard gaan met atopische verschijnselen in andere organen zoals
ogen en huid. Desloratadine is de voornaamste metaboliet van loratadine. Van de
'niet'-sederende antihistaminica is met loratadine en cetirizine veel
ervaring opgedaan; bij cetirizine lijkt het risico van cardiale bijwerkingen
het geringst, maar kan eerder beïnvloeding van psychomotore functies
optreden. Het staat niet vast dat desloratadine minstens even effectief is
als loratadine.
Desloratadine is de belangrijkste actieve metaboliet van loratadine
met anti-H1-histaminerge activiteit. Deze activiteit is 2½ –4×
zo groot als van loratadine.
Kinetische gegevens Resorptie: goed. Tmax = ca. 3 uur. Metabolisering: in de lever tot inactieve
metabolieten. Eliminatie: voornamelijk in de vorm van metabolieten
met de urine. T1/2el = ca. 27 uur.
Seizoensgebonden allergische rinitis. Urticaria.
Overgevoeligheid voor het conserveermiddel.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid. Advies: Gebruik ontraden.
Overgang in de moedermelk: Ja. Advies: Gebruik ontraden.
Vaak (1-10%): vermoeidheid. Soms (0,1-1%): droge mond, hoofdpijn. Incidenteel overgevoeligheidsreacties (anafylaxie, angio-oedeem, pruritus, 'rash' en urticaria), duizeligheid, slaperigheid, hallucinaties, hyperactiviteit, aanvallen, tachycardie, palpitaties, buikpijn, braken, dyspepsie, diarree, stijging van leverenzymwaarden, verhoogd bilirubine, hepatitis, myalgie. Bij kinderen jonger dan twee jaar is vaak gemeld: diarree, koorts en slapeloosheid.
Waarschuwingen en voorzorgen
Voorzichtigheid is geboden bij ernstige nierinsufficiëntie. Er zijn
geen gegevens over het gebruik bij kinderen jonger dan een jaar. Bij kinderen jonger dan twee jaar is de diagnose rinitis meestal infectieus van aard.
Volwassenen en kinderen ≥ 12 j.: 5 mg 1×/dag. Kinderen 6–12 j.: 2,5 mg 1×/dag. Kinderen 1–6 j.: 2,5 ml (1,25 mg) stroop 1×/dag. Intermitterende allergische rinitis kan worden behandeld tijdens het optreden van symptomen. Persistente allergische rinitis kan eventueel worden doorbehandeld gedurende perioden van blootstelling aan allergenen.
|
|
|
| zie ook |
 |
|
 |