afdrukken
Diflucan [Pfizer bv]
Capsule 50 mg, 150 mg, 200 mg.
Infusievloeistof 2 mg/ml; flacon 50 ml, flacon 200 ml.
Poeder ter bereiding van suspensie 10 mg/ml; 35 ml.
Poeder ter bereiding van suspensie 40 mg/ml; 35 ml. De suspensie bevat benzoëzuur als conserveermiddel.
Fluconazol Capsules/Infusievloeistof [Diverse fabrikanten]
Capsule 50 mg, 150 mg, 200 mg.
Infusievloeistof 2 mg/ml; flacon 50 ml, flacon 100ml, flacon 200 ml.
CFH-Advies
Vaginale en orofaryngeale candidiasis zijn oppervlakkige infecties waarbij in eerste instantie kortdurende lokale therapie aangewezen is; hierbij gaat de voorkeur uit naar een imidazolpreparaat in verband met het gebruikersgemak. Systemische behandeling komt in aanmerking bij onvoldoende resultaat of bij frequent recidiveren; fluconazol of itraconazol hebben dan de voorkeur.
Bij systemische Candida-infecties heeft fluconazol de voorkeur. Bij de overige indicaties dient fluconazol te worden toegepast door of op aanwijzing van een specialist met ervaring op het betreffende gebied.

Eigenschappen
Triazoolderivaat met antimycotische werking tegen o.a. dermatofyten, schimmels zoals Cryptococcus neoformans en Candida-species, in het bijzonder Candida albicans. Beschadigt de plasmamembraan van de schimmel, waardoor de membraanpermeabiliteit verandert en essentiële celbestanddelen verloren gaan.

Kinetische gegevens
Resorptie: goed. F = oraal > 90%. Tmax = oraal ½–1½ uur. Vd = ca. 0,9 l/kg. Fluconazol dringt goed door in weefselvloeistoffen zoals speeksel en sputum. Alvorens door te slikken geeft een mondspoeling van 2 min met de orale suspensie ca. 180× hogere speekselconcentraties dan gebruik van de capsule. Na 4 uur zijn de speekselconcentraties weer vergelijkbaar. Hogere concentraties dan in het serum worden bereikt in de huid in het stratum corneum, (epi)dermis en exocrien zweet. Penetratie in liquor: 80% van serum. Eliminatie: met de urine, ca. 80% onveranderd. T1/2el = ca. 30 uur, 15–20 uur bij kinderen, ca. 70 uur aflopend naar ca. 50 uur bij vroeggeborenen.

Indicaties
Vaginale Candidiasis, zowel acuut als recidiverend. Orofaryngeale candidiasis, ook bij immuungecompromitteerde patiënten. Systemische, diepe candidiasis. Profylaxe van orofaryngeale candidiasis bij aids en bij neutropenie door cytotoxische chemotherapie of ten gevolge van bestraling. Profylaxe van Candida-infecties bij neutropenie ten gevolge van beenmergtransplantaties. Cryptococcus-meningitis; ook als onderhoudsbehandeling bij aids ter voorkoming van een recidief.

Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor azoolverbindingen.

Zwangerschap/Lactatie
Advies: Gebruik ontraden, met uitzondering bij patiënten met ernstige of potentieel levensbedreigende infecties.
Overgang in de moedermelk: Ja. Advies: Gebruik ontraden.

Bijwerkingen
Vaak (1-10%): hoofdpijn, buikpijn, diarree, misselijkheid, braken, huiduitslag. Soms (0,1-1%): flatulentie, dyspepsie, duizeligheid, convulsies, smaakverandering, leukopenie, neutropenie, trombocytopenie, geelzucht, pruritus, urticaria, verhoogde alkalische fosfatase, verhoogd bilirubine, verhoogd ASAT/ALAT, veranderingen in nierfunctietesten, Zelden (0,01-0,1%): Anafylactische reacties, hypercholesterolemie, hypertriglyceridemie, hypokaliëmie, hepatotoxiciteit met in zeldzame gevallen fatale afloop, leverfalen, hepatitis, hepatocellulaire necrose, alopecia, angio-oedeem, gezichtsoedeem, exfoliatieve huidafwijkingen zoals stevens-johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse. Agranulocytose. Zeer zelden (< 0,01%): QT-verlenging, torsade de pointes. Leverfunctiestoornissen komen bij kinderen vaker voor. Overgevoeligheid en anemie komen met name bij kinderen voor.

Interacties
Fluconazol kan de protrombinetijd na toediening van orale anticoagulantia verlengen. Verlengt tevens de halfwaardetijd van gelijktijdig toegediende sulfonylureumderivaten, zodat hypoglykemie kan optreden. Kan de plasmaspiegels van fenytoïne en zidovudine verhogen; extra controle wordt aangeraden. Bij combinatie met rifampicine dient eventueel de dosis fluconazol te worden verhoogd. Fluconazol verhoogt de plasmaspiegel van rifabutine, waardoor er meer kans op uveïtis is. Ook kan fluconazol de plasmaspiegel van tacrolimus verhogen met als gevolg stijging van de nefrotoxiciteit. Bij combinatie met ciclosporine neemt de concentratie van ciclosporine toe. Fluconazol kan bij gelijktijdig gebruik de concentraties van benzodiazepinen verhogen met als gevolg psychomotore effecten. Fluconazol kan de plasmaklaring van theofylline verlagen, hierdoor is er meer kans op intoxicatie bij gebruik van hoge doses theofylline.

Waarschuwingen en voorzorgen
Zeer zelden is bij patiënten met een ernstige onderliggende ziekte ernstige levertoxiciteit opgetreden, waaronder gevallen met dodelijke afloop. Er is geen relatie met de totale dagelijkse dosering, de behandelduur, het geslacht of de leeftijd. Bij significante stijging van leverenzymwaarden de toediening staken. Een klein aantal patiënten heeft tijdens behandeling met fluconazol een exfoliatieve huidreactie ontwikkeld. Aids-patiënten hebben een sterkere neiging tot het ontwikkelen van dergelijke ernstige huidreacties. Bij ontstaan van bulleuze laesies of erythema multiforme dient de fluconazoltoediening dan ook te worden gestaakt. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd dienen fluconazol niet te gebruiken tenzij adequate anticonceptie wordt toegepast. Bij aids-patiënten die langdurig werden behandeld zijn fluconazol-resistente Candida albicans-isolaten gemeld. Bij een deel van de patiënten met Cryptococcus-meningitis zet de mycologische respons onder fluconazolbehandeling langzamer in dan onder amfotericine B in combinatie met flucytosine.

Dosering
Via i.v. infusie (max. 10 ml/min) of oraal, afhankelijk van de klinische toestand.
Candidiasis vaginalis: Volwassenen: 150 mg eenmalig. Kinderen: 6 mg/kg lichaamsgewicht eenmalig.
Orofaryngeale candidiasis(ook bij gestoorde immuunfunctie): Volwassenen: 50 mg eenmaal per dag, eventueel verhogen tot 100 mg per dag, gedurende 7–14 dagen, zo nodig langer. Kinderen: 3 mg/kg per dag gedurende 7–14 dagen; eventueel kan op de eerste dag een oplaaddosis van 6 mg/kg worden gegeven.
Oesophaguscandidiasis: Volwassenen: gewoonlijk 50 mg per dag, zo nodig tot 200 mg per dag. Kinderen: 3 mg/kg per dag; soms kan een hogere dosis tot 6 mg/kg per dag nodig zijn.
Profylaxe van orofaryngeale candidiasis (bij neutropenie door chemotherapie of bestraling): Volwassenen: 50 mg per dag, zo nodig 100 mg per dag bij groot risico van ernstige recidiverende infectie. Kinderen: 3 mg/kg per dag, zo nodig 6 mg/kg per dag bij groot risico van ernstige recidiverende infectie.
Profylaxe van Candida-infecties (bij neutropenie ten gevolge van beenmergtransplantaties): Volwassenen: 400 mg per dag. Kinderen: 3–12 mg/kg per dag.
Systemische, diepe candidiasis: Volwassenen: eerste dag 400 mg, vervolgens 200 mg per dag; afhankelijk van de klinische respons verhogen tot 400 mg per dag. Kinderen (bij immuungecompromitteerde patiënten): 6–12 mg/kg per dag, afhankelijk van de klinische en mycologische respons.
Cryptococcus-meningitis: Volwassenen: eerste dag 400 mg, vervolgens 200–400 mg per dag in 1 dosis; behandelduur ten minste 6–8 weken. Kinderen: 6–12 mg/kg per dag; behandelduur ten minste 6–8 weken.
Profylaxe van recidief van Cryptococcus-meningitis: (na een volledige kuur met volle dosis): gedurende onbepaalde tijd: Volwassenen: 200 mg per dag. Kinderen: 3–12 mg/kg per dag.
Kinderen < 4 weken (geldt voor alle indicaties): gedurende de eerste 2 levensweken dezelfde dosis in mg/kg als bij oudere kinderen, maar dan elke 72 uur toegediend. Tussen de tweede en vierde levensweek wordt dezelfde dosis gegeven, maar dan elke 48 uur.
Nierfunctiestoornis: startdosis 50–400 mg, daarna de dosis aanpassen: creatinineklaring > 50 ml/min: 100% van de aanbevolen dosis; < 50 ml/min: 50% van de aanbevolen dosis; bij patiënten op regelmatige dialyse: 1 dosis na elke dialyse.

zie ook
groepsoverzicht
achtergrondinformatie
CFH-rapport
meldformulier bijwerkingen
prijs op Medicijnkosten
GIP-databank
© CVZ 2012 | naar boven | afdrukken |