CFH-Advies
Het combinatiepreparaat verhoogt het gebruiksgemak en kan worden toegepast indien de benodigde doseringen van formoterol en budesonide overeenkomen met die in het combinatiepreparaat. Er wordt op gewezen dat bij acute exacerbaties individuele aanpassing van de doseringen noodzakelijk kan zijn. Het combinatiepreparaat is niet geïndiceerd voor toepassing bij acute exacerbaties. De combinatie van een langwerkend β2-sympathicomimeticum met een inhalatiecorticosteroïd komt in aanmerking als onderhoudsbehandeling bij matig persisterend astma als alternatief voor verhoging van de dosering inhalatiecorticosteroïden óf bij ernstig persisterend astma, beide met name bij nachtelijke symptomen. De combinatie budesonide/formoterol kan worden voorgeschreven om het aantal exacerbaties te verminderen bij patiënten met ernstig COPD (FEV1< 50% van de voorspelde waarde) en een anamnese van 2 of meer exacerbaties per jaar die ondanks reguliere therapie met langwerkende luchtwegverwijders significante symptomen hebben. Als na behandeling de exacerbaties niet afnemen wordt met de combinatiebehandeling gestaakt en wordt de behandeling met alleen een langwerkende luchtwegverwijder voortgezet. Voor een optimaal effect van geneesmiddelen bij astma en chronisch obstructieve longziekte is een juiste inhalatietechniek onontbeerlijk. Bij de keuze van een inhalator speelt de voorkeur van de patiënt een belangrijke rol. Bij volwassenen en kinderen vanaf 7 jaar verdienen poederinhalatoren de voorkeur. Zij zijn even effectief als dosisaërosolen en geven minder aanleiding tot een niet juiste uitvoering van de inhalatie. Voor kinderen tot 7 jaar en patiënten met een geringe inspiratiekracht (bv. longemfyseem) blijft echter een dosisaërosol met inhalatiekamer gewenst.
Combinatie van een langwerkend β2-sympathicomimeticum (formoterol) en een lokaal werkzaam glucocorticoïd (budesonide). Voor meer informatie over de (farmacokinetische) eigenschappen wordt verwezen naar de preparaatteksten van de afzonderlijke bestanddelen.
Onderhoudsbehandeling van astma wanneer het gebruik van deze combinatie geschikt wordt geacht. Behandeling van patiënten met ernstig COPD (FEV1< 50% voorspeld) en een voorgeschiedenis van herhaalde exacerbaties, waarbij de gebruikelijke behandeling met bronchusverwijders onvoldoende effect heeft.
Over het gebruik van dit preparaat tijdens zwangerschap en lactatie bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Alleen toepassen indien de voordelen opwegen tegen de mogelijke risico's.
Vaak (1-10%): Heesheid, geïrriteerde keel, orofaryngeale candidiasis, hoofdpijn, palpitaties, tremor. Soms (0,1-1%): misselijkheid, tachycardie, duizeligheid, agitatie, rusteloosheid, nervositeit, slaapstoornissen, blauwe plekken, spierkrampen. Zelden (0,01-0,1%): allergische huidreacties (zoals exantheem, urticaria, jeuk, angio-oedeem), hypokaliëmie, ritmestoornissen zoals atriumfibrilleren, supraventriculaire tachycardie en extrasystolen (voornamelijk bij ritmestoornissen-gevoelige patiënten). Zeer zelden (< 0,01%): depressiviteit, gedragsstoornissen (met name bij kinderen), hyperglykemie, angina pectoris, bloeddrukschommelingen, smaakstoornissen, paradoxale bronchoconstrictie. Bij langdurig gebruik van hoge doseringen budesonide kunnen systemische effecten als bijnierschorssuppressie, groeivertraging bij kinderen en adolescenten, afname botdichtheid, cataract en glaucoom optreden.
β-Blokkers, in het bijzonder niet-selectieve, antagoneren de werking van formoterol. Hypokaliëmie kan eerder optreden bij gelijktijdig gebruik van diuretica of theofylline. Een additief effect kan optreden door combinatie met andere sympathicomimetica. β-Blokkers, in het bijzonder niet-selectieve, antagoneren de werking van. Bij gelijktijdig gebruik van systemische corticosteroïden is er een grotere kans op hyperglykemie. Bij gelijktijdig gebruik met kinidine, disopyramide, procaïnamide, fenothiazinen, antihistaminica (terfenadine) en tricyclische antidepressiva moet men bedacht zijn op verlenging van het QTc-interval en een verhoogd risico op ventriculaire aritmieën.
Waarschuwingen en voorzorgen
Dit preparaat is niet bestemd voor de behandeling van acute symptomen van astma. 'Zo nodig gebruik' in combinatie met onderhoudsbehandeling kan worden overwogen bij onvoldoende controle van astma of bij exacerbaties waarvoor medische behandeling nodig was. Terughoudendheid is geboden bij hypokaliëmie, diabetes mellitus, ernstige lever- of nierfunctiestoornissen, cardiovasculaire aandoeningen (m.n. ernstige hypertensie, hypertrofe obstructieve cardiomyopathie, aritmieën en ernstig hartfalen) verlengd QTc-interval en hyperthyroïdie. Voorzichtigheid is geboden bij actieve of latente tuberculose. Longtuberculose kan geactiveerd worden door behandeling met inhalatiecorticosteroïden. Ook kunnen inhalatiecorticosteroïden bepaalde symptomen van longtuberculose en van bacteriële, virale of door schimmels veroorzaakte luchtweginfecties maskeren. De behandeling niet abrupt staken. Bij overschakelen van patiënten die met systemische corticosteroïden zijn behandeld dient rekening te worden gehouden met een verminderde bijnierschorsfunctie. Bij fysiek belastende situaties zoals stress of operatieve ingrepen kan een aanvullende dosis systemisch werkend corticosteroïd noodzakelijk zijn. Bij optreden van paradoxale bronchospasmen de therapie staken en op een andere behandeling overgaan. Toenemend gebruik van kortwerkende bronchusverwijdende middelen duidt op een verslechtering van het astma; het behandelschema dient dan te worden aangepast. Bij goede controle van de symptomen dient toepassing van alleen een corticosteroïd te worden overwogen. Aanbevolen wordt bij kinderen bij langdurige behandeling de groei regelmatig te vervolgen. Bij groeivertraging de behandeling opnieuw beoordelen en zo mogelijk de dosering verlagen. Door na inhalatie de mond goed met water te spoelen (niet doorslikken) wordt de kans op orofaryngeale candidiasis of heesheid verminderd.
Gegevens over overdosering met dit preparaat ontbreken. Symptomen van overdosering met formoterol zijn: vasodilatatie, tachycardie, palpitaties, hypotensie, beklemd gevoel op de borst, aritmieën (vooral bij hypokaliëmie), hoofdpijn, tremoren, spierkrampen, agitatie, hallucinaties, angst, slapeloosheid, transpiratie, misselijkheid en braken. Chronisch overdoseren van een inhalatiecorticosteroïd kan bijnierschorssuppressie geven. Regelmatige controle van de bijnierschorsfunctie is dan aan te bevelen, waarbij de behandeling kan worden voortgezet op geleide van de reactie van de patiënt.
Therapie: Hypotensie en aritmieën kunnen worden bestreden met een – bij voorkeur cardioselectieve – β-blokker, waarbij voorzichtigheid is geboden bij bronchospasmen in de anamnese.
Onderhoudsbehandeling van astma: Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar: 1–2 inhalaties ('100/6' of '200/6') of 1 inhalatie '400/12' tweemaal per dag, bij volwassenen tot max. 4 inhalaties '200/6' tweemaal per dag. volwassenen 'Zo nodig' kan in combinatie met een onderhoudsbehandeling ter verlichting van acute bronchoconstrictie 1 inhalatie ('100/6' of '200/6') nemen, indien de symptomen aanhouden nog een tweede inhalatie ('100/6' of '200/6') extra. De totale dosering (onderhoudsdosering + zo nodig) is max. 6 inhalaties per keer en 8 inhalaties per dag; gedurende een beperkte periode max. 12 inhalaties per dag. Kinderen 6–11 jaar: 2 inhalaties '100/6' tweemaal per dag. Bij voldoende controle kan de dosering worden teruggebracht tot eenmaal per dag. Stel de onderhoudsdosering individueel vast. Indien het ziektebeeld gedurende ruime tijd stabiel blijft, overweeg dan over te stappen op alleen inhalatiecorticosteroïden.
COPD: 1 inhalatie '400/12' of 2 inhalaties '200/6' tweemaal per dag.
|