CFH-Advies
Bij allergische rinitis is toepassing van een systemisch 'niet'-sederend antihistaminicum vooral aangewezen indien de acute symptomen gepaard gaan met atopische verschijnselen in andere organen zoals ogen of huid. Bij de behandeling van chronische urticaria zijn 'niet'-sederende antihistaminica effectief gebleken.
Levocetirizine is de werkzame (R)-enantiomeer van cetirizine. Antihistaminicum, heeft slechts bij hoge doseringen een sederende werking.
Kinetische gegevens Resorptie: snel. Tmax = ca. 1 uur. Vd = 0,4 l/kg. Plasma-eiwitbinding: 90–95 %. Metabolisering: in de lever, gering (< 14%). Eliminatie: voornamelijk onveranderd, grotendeels met de urine. T1/2el = 6–10 uur bij volwassenen. Bij nierinsufficiëntie vertraagd.
Symptomatische behandeling van allergische rinitis (met inbegrip van persisterende klachten), chronische urticaria.
Ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 10 ml/min).
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Overgang in de moedermelk: Ja.
In lichte mate en van voorbijgaande aard: Vaak (1-10%): slaperigheid, moeheid, duizeligheid, hoofdpijn, droge mond. Misselijkheid, buikpijn. Bij kinderen ook faryngitis, rinitis. Soms (0,1-1%): asthenie, malaise. Diarree. Huiduitslag, jeuk. Paresthesie. Agitatie. Zelden (0,01-0,1%): tachycardie. Oedeem. Gewichtstoename. Slapeloosheid, verwardheid, agressie, depressie, hallucinatie. Convulsie, bewegingsstoornis. Stijging van leverenzymwaarden (verhoging waarden van transaminasen, alkalische fosfatase, γ-GT en bilirubine). Zeer zelden (< 0,01%): overgevoeligheid inclusief anafylaxie. Visusstoornissen. Dysgeusie, syncope, beven, dystonie, dyskinesie. Tic. Dysurie, enuresis. Trombocytopenie.
Waarschuwingen en voorzorgen
Alcohol en andere centraal dempende stoffen kunnen de centrale werking van antihistaminica versterken. Het reactievermogen kan in individuele gevallen verminderd zijn. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een risico van convulsies. Er zijn geen specifieke gegevens beschikbaar voor kinderen met een nierfunctiestoornis. Intermitterende allergische rinitis (< 4 dagen/w. of gedurende < 4 weken) behandelen wanneer de symptomen optreden en staken als deze zijn verdwenen. In geval van persisterende allergische rinitis, gedurende de blootstelling aan allergenen, een continu behandeling overwegen. Momenteel is ervaring opgedaan met één jaar doorbehandelen bij chronische urticaria.
Kinderen van 2 tot 6 j.: 1,25 mg (2,5 ml drank) 2×/dag. Volwassenen en kinderen ≥ 6 j.: 5 mg 1×/dag. Bij nierfunctiestoornis: creatinineklaring: 30–49 ml/min: 5 mg iedere twee dagen; creatinineklaring 10–29 ml/min: 5 mg iedere drie dagen. Niet gebruiken bij een leeftijd < 2 jaar vanwege het ontbreken van gegevens.
|