afdrukken
Lorazepam Tabletten [Diverse fabrikanten]Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld; klik voor meer informatie.
Tablet 1 mg, 2,5 mg.
Temesta [Pfizer bv]Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld; klik voor meer informatie.
Injectievloeistof 4 mg/ml; ampul 1 ml. De injectievloeistof bevat benzylalcohol (21 mg/ml), propyleenglycol en macrogol.
CFH-Advies
De belangrijkste toepassing van lorazepam is als anxiolyticum. Voor de algemene praktijk zijn diazepam, lorazepam en oxazepam (de laatste twee hebben geen actieve metabolieten) als anxiolyticum – gezien de brede ervaring ermee en de prijs – een goede eerste keus.
Als adjuvans kan ter sedatie bij alcoholonthoudingsverschijnselen lorazepam worden toegevoegd.

Eigenschappen
Benzodiazepine, toegepast als hypnoticum en anxiolyticum.

Kinetische gegevens
Ftablet = 90%. Tmax = oraal 2 uur, i.m. 60–90 min. Vd = 1–2 l/kg. Metabolisering: in de lever via type 2-reacties tot inactieve metabolieten. Eliminatie: met de urine hoofdzakelijk als glucuronide. T1/2 = 12–16 uur.

Indicaties
Kortdurende symptomatische behandeling vanPathologische angst en spanning, die het normale functioneren verstoort of waaronder ernstig geleden wordt. Kortdurende behandeling van ernstige slaapstoornissen, die het normale functioneren verstoren of waaronder ernstig geleden wordt. Premedicatie bij operatieve ingreep. [Bij [alcoholonthoudingsverschijnselen].]

Contra-indicaties
Myasthenia gravis. Overgevoeligheid voor benzodiazepinen. Ernstige respiratoire insufficiëntie. Slaap-apneusyndroom. Ernstige leverinsufficiëntie.

Zwangerschap/Lactatie
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens. Farmacologische effect: Hypothermie, hypotonie, matige ademhalingsdepressie en voedingsproblemen kunnen bij pasgeborenen optreden, vooral na langdurig gebruik tijdens het laatste trimester. Bovendien kan bij de pasgeborene dan afhankelijkheid zijn opgetreden en bestaat het risico van onttrekkingsverschijnselen in de postnatale periode. De metabolisering van lorazepam verloopt langzaam bij neonaten en kan de conjugatie van bilirubine competitief remmen, met als gevolg hyperbilirubinemie bij de neonaat. Omdat benzylalcohol de placenta kan passeren, moet rekening worden gehouden met de mogelijke toxiciteit ervan voor prematuren na toediening vlak voor of tijdens een bevalling of sectio caesarea. Advies: Alleen de injectie op strikte indicatie gebruiken, in een lage dosering gedurende een zo kort mogelijke periode,
Overgang in de moedermelk: Ja (benzodiazepinen). Advies: Tijdens gebruik geen borstvoeding geven.

Bijwerkingen
Meest frequent: slaperigheid overdag, vermoeidheid. Daarnaast: spierzwakte, duizeligheid, ataxie, hoofdpijn, afvlakking van het gevoel, dubbelzien, anterograde amnesie, maag-darmstoornissen, opwekking van de eetlust en gewichtstoename, verminderde libido, allergische huidreacties, hypo- of hypertensie, hyponatriëmie. Manifest worden van een onopgemerkte depressie. Vooral bij kinderen en ouderen kunnen zich paradoxale reacties met acute opwinding, verwarring en verandering van de psychische toestand voordoen. Gebruik van benzodiazepinen kan leiden tot fysieke afhankelijkheid; bij staken van de behandeling kunnen onthoudings- of rebound-verschijnselen optreden. Psychische afhankelijkheid kan ontstaan. Misbruik is gemeld. Na i.m. of i.v. toediening verder: pijn, flebitis en roodheid op de injectieplaats, alsmede ademhalingsdepressie, incidenteel hypertensie, bloeddyscrasie, abnormale leverfunctietesten. Bij neonaten met een zeer laag geboortegewicht zijn epileptische aanvallen en myoklonie gemeld. Zeer zelden (< 0,01%): propyleenglycoltoxiciteit (melkzuuracidose, hyperosmolariteit, hypotensie, toxiciteit van het centrale zenuwstelsel), macrogoltoxiciteit (acute tubulaire necrose).

Interacties
Alcohol en andere centraal dempende stoffen versterken het centrale effect van benzodiazepinen. De euforie en daardoor de psychische afhankelijkheid van opioïden kan worden versterkt. Bij gelijktijdige toediening met clozapine zijn sedatie, overmatige salivatie en ataxie gemeld. Bij gelijktijdige toediening van de injectievloeistof met haloperidol is apneu, coma, bradycardie en overlijden gemeld.

Waarschuwingen en voorzorgen
Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Indien minder dan 7–8 uur beschikbaar is om te slapen, is er veel meer kans op anterograde amnesie gedurende enige tijd. Ouderen zijn gevoeliger voor de sedatieve effecten van benzodiazepinen, bovendien is bij hen het gevaar van cumulatie groter. Bij oudere, bedlegerige patiënten kan in zeldzame gevallen overmatige bronchiale afscheiding en speekselvloed optreden en tot aspiratie/longontsteking leiden. Het risico van afhankelijkheid neemt toe bij hogere doseringen, een langere gebruiksduur en bij alcohol- en/of drugmisbruik in de anamnese. In verband met de risico's van afhankelijkheid, tolerantie en centrale bijwerkingen dient het gebruik als anxiolyticum te worden beperkt tot ten hoogste enkele maanden, als slaapmiddel tot 1–2 weken, maximaal 4 weken. Om mogelijke onthoudings- en/of rebound-verschijnselen te voorkomen dient men bij staken van de behandeling en bij overschakeling van een lang op een kortwerkend benzodiazepine het oorspronkelijke middel uit te sluipen. Terughoudendheid is geboden bij alcohol- en/of drugmisbruik in de anamnese. Na gebruik van de injectievloeistof wordt een observatieperiode van 24 uur aanbevolen. De tabletten zijn gecontra-indiceerd bij kinderen. De injectievloeistof is gecontra-indiceerd bij kinderen (< 12 j.) en wordt niet aanbevolen bij ernstige lever- en nierfunctiestoornissen. Bij gebruik van de injectievloeistof is regelmatig bloed- en leverfunctieonderzoek aangewezen, en is voorzichtigheid geboden bij patiënten bij wie bloeddrukdaling tot cardiovasculaire of cerebrovasculaire complicaties kan leiden. Prematuren, neonaten met een laag geboortegewicht en kinderen die hoge doses krijgen zijn gevoeliger voor de effecten van benzylalcohol, propyleenglycol en macrogol; bij nierfunctiestoornis is de gevoeligheid voor propyleenglycol groter.

Overdosering
Symptomen: ernstige bewustzijnsdaling tot coma, ademhalingsdepressie.
Therapie: de benzodiazepine-antagonist flumazenil kan nuttig zijn als antidotum.

Dosering
Anxiolyse: Oraal: begindosering 0,5 mg 2–3×/dag; onderhoudsdosering 1 mg 2–3×/dag.
Bij ernstige angsttoestanden (psychiatrie): Oraal: begindosering 1,25 mg 2–3×/dag, onderhoudsdosering 2,5 mg 2–3×/dag; max. 10 mg/dag. Parenteraal: 0,05 mg/kg lichaamsgewicht, veelal 2–4 mg i.v. of i.m. (i.v. verdient de voorkeur); indien noodzakelijk na 2 uur herhalen. Bij milde tot matige lever- of nieraandoening is de startdosis 0,05 mg/kg (max. 2 mg). Bij ouderen is 2 mg i.v. of i.m. gewoonlijk voldoende, tenzij een amnestisch effect gewenst is.
Slaapstoornissen: Oraal: 1 mg vóór het slapen gaan, in ernstige gevallen 2 mg. Ouderen, bij ernstige lever- en/of nierfunctiestoornissen en bij chronische respiratoire insufficiëntie (vanwege de kans op ademhalingsdepressie) dosering halveren.
Premedicatie: I.v.: 0,044 mg/kg 15–20 min voor de operatieve ingreep; max. 2 mg indien > 50 jaar, max. 4 mg indien < 50 jaar. I.m.: 0,05 mg/kg ten minste 2 uur voor de operatieve ingreep, max. 4 mg.
[Alcoholonthoudingsverschijnselen: Volwassenen: oraal, i.m. of i.v.: 1–2 mg per 2 uur op geleide van de symptomen].

zie ook
groepsoverzicht
achtergrondinformatie
CFH-rapport
meldformulier bijwerkingen
prijs op Medicijnkosten
GIP-databank
© CVZ 2012 | naar boven | afdrukken |