CFH-Advies
De Commissie
onderschrijft de mening van de 'Psoriasis and Photobiology Task Forces' van de
'American Academy of Dermatology', dat de PUVA-behandeling bij psoriasis als
experimenteel dient te worden beschouwd. Dat betekent o.a. dat de
behandeling: – slechts is geïndiceerd bij de ernstigste vormen van
psoriasis; – uitsluitend dient te geschieden onder directe
verantwoordelijkheid van een dermatoloog in daartoe gespecialiseerde centra,
waar men adequate ervaring heeft met deze therapie en de mogelijkheid de
patiënt frequent te controleren, zodat bijwerkingen snel kunnen worden
gesignaleerd. Aangezien de resorptie van methoxsaleen zowel
individueel als per preparaat aanzienlijke verschillen vertoont, is het
noodzakelijk tijdens een kuur niet van preparaat te wisselen. Het gebruik van magistraal bereide
methoxsaleenpreparaten is minder aangewezen, aangezien de biologische
beschikbaarheid daarvan te weinig of niet is gestandaardiseerd, waardoor
variaties in werking kunnen optreden.
Methoxsaleen (= 8-methoxypsoraleen, 8-MOP) is een
derivaat van in de natuur voorkomende fotosensibiliserende stoffen
(furocoumarinen = psoralenen). Methoxsaleen wordt toegepast bij de
fotochemotherapie van huidaandoeningen (PUVA-behandeling). Het bindt zich aan
DNA in de celkernen van de huid, maar het heeft nog geen beschadigend effect
totdat het wordt geactiveerd door UVA-straling (320–400 nm). De epidermale
DNA-synthese wordt belemmerd, waardoor de celproliferatie afneemt. De
activiteit van de melanocyten neemt toe en daarmee de huidpigmentatie.
Methoxsaleen wordt snel maar variabel geresorbeerd, dit verschilt zowel per
individu als per preparaat.
Kinetische gegevens Tmax = 1
uur. Metabolisering: snel in de
lever. Eliminatie: met de urine
90% na 6–8 uur. T1/2 = circa 2 uur.
Ernstige vormen van psoriasis vulgaris.
Lever- of nierfunctiestoornissen. Hartfalen, ernstige
hypertensie. Overgevoeligheid voor licht zoals bij porfyrie, lupus
erythematodes en polymorfe lichtdermatosen. Gebruik van genees- en
voedingsmiddelen die fotosensibiliteit kunnen veroorzaken (zie onder
Interacties). Leeftijd beneden 12 jaar. Invasief melanoom of
plaveiselcelcarcinoom van de huid. Gelijktijdige behandeling met cytostatica
en/of ioniserende straling.
Behandeling met
methoxsaleen is gecontra-indiceerd tijdens zwangerschap en lactatie en bij zowel
mannen als vrouwen bij gewenste zwangerschap. Bij dierproeven is methoxsaleen
schadelijk gebleken tijdens zwangerschap.
Maag-darmstoornissen, oedeem van het onderbeen,
duizeligheid, hoofdpijn, verbleken van het haar, huidafwijkingen: voornamelijk
jeuk, erytheem en blaarvorming. Zelden: psoriasis pustulosa, subunguale
bloedingen, foto-onycholyse, hypertrichosis, naevus spilusachtige
hyperpigmentatie, activering van dermatosen en van sommige huidinfecties,
zenuwachtigheid, slapeloosheid, depressie, foto-allergische reacties.
Fototoxische reacties treden pas na 48–72 uur op. Bij frequente UVA-bestraling
kan een cumulatief effect optreden, waarbij symptomen van een
tweedegraadsverbranding kunnen ontstaan. PUVA-behandeling lijkt de
kans op maligne huidtumoren te vergroten, vooral bij bestraling met ioniserende
stralen en/of huidcarcinomen in de anamnese. Bij dieren zijn bij langdurige
toepassing lens- en corneatroebelingen ontstaan.
Gelijktijdig gebruik van stoffen die lichtovergevoeligheid
kunnen veroorzaken (bv. tetracyclinen, diuretica, fenothiazinen, sulfonamiden)
is gecontra-indiceerd. Bijzondere voorzorgen zijn gewenst bij
coagulatiestoornissen of bij gelijktijdige behandeling met anticoagulantia
(versterkte werking). Het is niet uitgesloten dat ernstige reacties kunnen
optreden bij combinatie van methoxsaleen met etenswaren die furocoumarinen
bevatten, zoals citroenen, vijgen, peterselie, witte peen, wortelen, mosterd en
selderie. Op de dagen van behandeling dient alcoholgebruik te worden
vermeden.
Waarschuwingen en voorzorgen
Anticonceptie is geboden tot drie maanden na toepassing,
zowel bij de man als bij de vrouw. De behandeling dient te geschieden in een
dermatologisch centrum, waar men ervaring heeft met deze therapie en waar de
mogelijkheid bestaat frequent te controleren. De gevoeligheid voor UVA-straling
begint na 1 uur en is maximaal na 2–3 uur. Patiënten dienen een speciale, tegen
UVA beschermende bril te dragen. Na belichting onbedekte huiddelen insmeren
met crème die benzofenon bevat. Na inname van methoxsaleen gedurende ten minste
acht uur zoveel mogelijk direct zonlicht vermijden. In verband met de kans op
fototoxische reacties dient de bestralingsdosis zorgvuldig te worden bepaald aan de hand van de aanbevelingen van ECCT ('European Cooperative Clinical
(PUVA) Trial'). Vanwege de grotere biologische beschikbaarheid en daardoor
hogere plasmaconcentraties de dosering van methoxsaleen òf (bij voorkeur) de
UVA dosis verminderen bij gebruik van de zachte capsule. Controle door de
oogarts, speciaal op het vóórkomen of ontstaan van cataract, vóór aanvang en
ieder half jaar tijdens de behandeling, verdient aanbeveling. Tevens wordt
aanbevolen (ECCT) regelmatig de volgende onderzoeken te laten verrichten: BSE,
volledig bloedbeeld, ALAT, ASAT, lever- en nierfunctietesten en
routine-urineonderzoek. Het flikkerende licht van de UVA-fluorescentielamp kan
bij epilepsiepatiënten epileptische aanvallen induceren. Het genitaal gebied
bij mannen altijd, bij vrouwen bij bestraling in liggende positie, bedekken
vanwege de verhoogde kans op plaveiselcelcarcinoom. Personen tussen 12 en 18
jaar bij voorkeur niet met PUVA behandelen, tenzij dit strikt noodzakelijk
is.
Symptomen: heftig braken.
Therapie: de braakprikkel versterken. De patiënt dient ten minste 24 uur
in een donkere ruimte te verblijven.
bij lichaamsgewicht < 40 kg: 10
mg; lichaamsgewicht 40–50 kg: 20 mg; lichaamsgewicht 50–60 kg: 30 mg; lichaamsgewicht > 60 kg: 40 mg (tot max. 50 mg) 1½ uur voor de
UVA-bestraling toedienen. Bij patiënten met een geringe UV-gevoeligheid de dosering
eventueel verhogen om een langere bestralingsduur te vermijden. De minimale fototoxische dosis van de UVA-bestraling die
een net zichtbaar erytheem veroorzaakt, dient als begindosis. Aanvankelijk één behandeling driemaal per week (tussen twee bestralingen een behandelvrije dag). Na verdwijnen van de aandoening een
onderhoudsbehandeling met gelijkblijvende dosis geven: tweemaal per week
gedurende een maand en eenmaal per week de volgende maand. Indien klachtenvrij
gedurende deze twee maanden, de behandeling staken. De
capsules innemen met een glas melk en brood.
|