bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
metoprolol/hydrochloorthiazide [C07BB02]
Metoprolol/hydrochloorthiazide [Diverse fabrikanten]
Tablet met gereguleerde afgifte. Bevat per tablet: hydrochloorthiazide 12,5 mg, metoprolol(succinaat) 95 mg (overeenkomend met metoprolol(tartraat) 100 mg).
Selokomb [Pfizer bv]
Tablet met gereguleerde afgifte 'Durette'. Bevat per tablet: hydrochloorthiazide 25 mg, metoprolol(tartraat) 200 mg.
Tablet met gereguleerde afgifte 'ZOC'. Bevat per tablet: hydrochloorthiazide 12,5 mg, metoprolol(succinaat) 95 mg (overeenkomend met metoprolol(tartraat) 100 mg).
CFH-Advies
Bij de behandeling van hypertensie met geneesmiddelen komt in eerste instantie monotherapie in aanmerking. Bij onvoldoende resultaat met een thiazide of een β-blokker alléén kan men een thiazide en β-blokker combineren en valt een vaste combinatie te overwegen. Bij het voorschrijven van een combinatiepreparaat dient men zich altijd te blijven realiseren wat de componenten van de combinatie zijn.

Eigenschappen
Combinatie van een thiazidediureticum en een lipofiele selectieve β-blokker zonder intrinsieke sympathicomimetische activiteit. In de 'ZOC'-tablet en de generieke tablet met gereguleerde afgifte wordt alleen metoprololsuccinaat vanuit omhulde microgranules gereguleerd afgegeven. De 'Durette' is opgebouwd uit twee lagen: één laag met hydrochloorthiazide met een normaal afgifte patroon; de andere laag is een matrix (een onoplosbare spons, die men in de feces mogelijk kan terugvinden), waaruit metoprolol gereguleerd wordt afgegeven.

Kinetische gegevens
Metabolisering: in de lever, metoprolol vnl. door CYP2D6 tot onwerkzame metabolieten. Eliminatie: via de nieren, hydrochloorthiazide volledig en vrijwel onveranderd, metoprolol vnl. als metaboliet.

Indicaties
Hypertensie, die onvoldoende heeft gereageerd op adequate behandeling met een β-blokker of diureticum alléén.

Contra-indicaties
Sick-sinussyndroom, tweede- en derdegraads AV-blok, klinisch relevante sinusbradycardie. Onbehandeld hartfalen. Cardiogene shock. Ernstige perifere circulatiestoornissen (M Raynaud). Ernstig gestoorde nier- (creatinineklaring < 35 ml/min) of leverfunctie. Overgevoeligheid voor sulfonamidederivaten. Myocardinfarct met een hartfrequentie < 45 slagen/min, een PR-interval > 0,24 s, een systolische bloeddruk < 100 mm Hg en/of ernstig hartfalen. .

Zwangerschap/Lactatie
Teratogenese: Zowel bij mens als bij dieren, onvoldoende gegevens. Farmacologisch effect: Bij gebruik later tijdens de zwangerschap kan een β–blokker bij de foetus en de neonaat aanleiding geven tot hypoglykemie, hypotensie en bradycardie; het pasgeboren kind strikt hierop controleren. Bij gebruik van hydrochloorthiazide dient er bij de vrouw rekening te worden gehouden met afname van het circulerend bloedvolume en bij de neonaat met icterus neonatorum, trombocytopenie en verstoring van de elektrolytenbalans. Advies: Gebruik ontraden.
Overgang in moedermelk: Ja (metoprolol in geringe mate, hydrochloorthiazide). Farmacologisch effect: Verhoging vrij bilirubine (hydrochloorthiazide). Overige: Thiazidediuretica kunnen de lactatie remmen. Advies: Gebruik ontraden.

Bijwerkingen
Inherent aan de farmacologische werkzaamheid kunnen zijn: bronchospasmen, bradycardie, hypotensie en duizeligheid, koude en cyanotische acra en verstoring van de water- en elektrolytenbalans (hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypochloremische acidose, hypercalciëmie). Daarnaast kunnen voorkomen: hyperurikemie (soms gepaard gaande met een acute jichtaanval), verminderde glucosetolerantie (leidend tot verergering van bestaande of manifest worden van latente diabetes mellitus), verhoging van de serumlipiden, verergering van bestaande nierinsufficiëntie, impotentie, maag-darmklachten (misselijkheid, braken, diarree), vermoeidheid, verminderd concentratie- en reactievermogen, hoofdpijn, depressies en verstoring van het slaappatroon. In zeldzame gevallen bloedafwijkingen (o.a. agranulocytose), allergische reacties (allergische vasculitis, epidermale necrolyse of acuut longoedeem), cholestatische icterus, pancreatitis, visusstoornissen (xanthopsie, voorbijgaande myopie), spierkrampen, droge mond, haaruitval, libido- en potentiestoornissen en paresthesieën. Klachten over droge ogen zijn met het gebruik in verband gebracht.

Interacties
Combinatie met calciumantagonisten die voornamelijk een negatief-inotroop, -chronotroop en -dromotroop effect uitoefenen (zoals diltiazem en vooral verapamil) moet wegens het risico van hypotensie, AV-geleidingsstoornissen en insufficiëntie van de linkerventrikel worden vermeden; bij gestoorde hartfunctie is de combinatie gecontra-indiceerd. Het kaliumverlies (intra- en extracellulair) kan leiden tot toegenomen toxiciteit van digoxine en niet-depolariserende spierrelaxantia. Het effect op de kaliumhuishouding kan worden versterkt door gastro-intestinale aandoeningen of gelijktijdig gebruik van corticosteroïden of kaliumarm dieet. Negatief-inotrope stoffen (inhalatie-anaesthetica) of negatief-chrono- of dromotrope stoffen (membraanstabiliserende anti-aritmica) kunnen het effect versterken. De eliminatie van lidocaïne kan worden vertraagd. Prostaglandinesynthetaseremmers kunnen het bloeddrukverlagend effect verminderen. De werking van insuline en orale bloedglucoseverlagende middelen kan worden beïnvloed. De renale lithiumklaring neemt af. Sterke CYP2D6-remmers (zoals amiodaron, cimetidine, fluoxetine, paroxetine, sertraline, kinidine, ritonavir en terbinafine) kunnen de bloedspiegel van metoprolol verhogen. Hydralazine en alcohol versterken de werking. Bij combinatie met clonidine is voorzichtigheid geboden wegens risico van ernstige reboundhypertensie bij staken van het gebruik van clonidine; daarom eerst de β-blokker stoppen. Sympathicomimetica antagoneren de werking.

Waarschuwingen en voorzorgen
Instelling van de therapie dient onder controle te geschieden (bv. 1× per 2 weken gedurende 3–6 weken), indien tevoren geen monotherapie met een β-sympathicolyticum werd gegeven. Als de hartfrequentie afneemt tot 50–55 slagen per minuut, dient de dosering te worden verlaagd. Bij 'ernstiger' bradycardie (< 50 slagen/min) moet de behandeling worden gestaakt. Plotseling staken kan leiden tot aritmieën of verergering van angina pectoris. Beëindiging van de toediening dient daarom – zo mogelijk – geleidelijk in 1–2 weken te geschieden. Verder is voorzichtigheid geboden bij astma en andere obstructieve longaandoeningen, eerstegraads AV-blok, metabole acidose, langdurig vasten, myasthenia gravis, diabetes mellitus en 'variant' of prinzmetal-angina pectoris. Frequente controle van diabetes mellitus is geïndiceerd, omdat het preparaat interfereert met de glucosestofwisseling en de werking van insuline en orale bloedglucoseverlagende middelen. Symptomen van hypoglykemie en hyperthyroïdie worden gemaskeerd. Herstel van de glucosespiegel na hypoglykemie kan zijn vertraagd, dit geldt voor selectieve β-blokkers in veel mindere mate. Bij continuering van de toediening tijdens algehele anesthesie dient men rekening te houden met een veranderde hemodynamische respons op stress. Vanwege het effect op de kaliumhuishouding verdient het aanbeveling het serumkaliumgehalte tijdens behandeling te controleren en zo nodig te corrigeren. De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen is niet vastgesteld. Hydrochloorthiazide kan een positieve uitslag geven in een dopingtest.

Overdosering
Symptomen: Bradycardie, hypotensie, acute hartinsufficiëntie, coma, shock, bronchospasme, verstoring van de water- en elektrolytenbalans.
Therapie: Bij ernstige bradycardie: atropine i.v., zo nodig gevolgd door isoprenaline; in refractaire gevallen een pacemaker inbrengen. Bij ernstige hypotensie: een sympathicomimeticum (dopamine of epinefrine) i.v., eventueel gevolgd door glucagon. Bij hartinsufficiëntie: onmiddellijk conventioneel behandelen met hartglycosiden, diuretica, zuurstof en bij acute intoxicaties eventueel glucagon. Bij ernstig bronchospasme: een parasympathicolyticum, β2-sympathicomimeticum of aminofylline parenteraal, eventueel gecombineerd met corticosteroïden (ter preventie van secundair bronchospasme).

Dosering
1 tablet 'ZOC 100' of 1 tablet met gereguleerde afgifte '100', 's morgens bij voorkeur tijdens het ontbijt, bij onvoldoende resultaat 1 tablet 'Durette 200'.
De tabletten in zijn geheel innemen zonder kauwen; de 'ZOC 100' tablet kan worden gehalveerd.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.