| |
 |
bijgewerkt tot 1 juli 2010 |
| Farmacotherapeutisch Kompas |
 |
| mirtazapine [N06AX11] |
 |
 |
|
| Remeron [Schering-Plough bv] |
Drank 15 mg/ml; fles 66 ml (met doseerpomp). Tablet, omhuld 30 mg. Tablet, orodispergeerbaar 'SolTab' 15 mg, 30 mg, 45 mg. De orodispergeerbare tabletten bevatten resp. 2,6 mg, 5,2 mg en 7,8 mg fenylalanine. |
|
 |
| Mirtazapine Tabletten [Diverse fabrikanten] |
Tablet 15 mg, 30 mg, 45 mg. Tablet, orodispergeerbaar 15 mg, 30 mg, 45 mg. Tablet, orodispergeerbaar 'SmeltTab' 15 mg, 30 mg, 45 mg. |
|
 |
|
|
 |
 |
CFH-Advies
Bij de behandeling van een depressie geschiedt de keuze van een geneesmiddel op basis van de ernst van de depressie, comorbiditeit, bijwerkingen, ervaring en de prijs. De werkzaamheid bij milde tot matige depressie is van alle antidepressiva gelijk. Bij ernstige depressie gaat de voorkeur uit naar de TCA's.
Niet-tricyclisch antidepressivum met sterk antihistaminerge (H1), maar nagenoeg geen anticholinerge werking. Het stimuleert door blokkade van presynaptische α2-adrenerge receptoren sterk de afgifte van norepinefrine. Hierdoor wordt de vuurfrequentie van de serotonerge neuronen verhoogd en neemt de serotonineafgifte toe. Omdat mirtazapine daarnaast de 5-HT2- en 5-HT3-receptoren blokkeert, worden de 5-HT1-receptoren selectief geactiveerd. Werking: begint na 1–2 weken; respons zet na 2–4 weken in.
Kinetische gegevens Resorptie: snel. F = 50%. Tmax = (orodispergeerbare) tablet: 2 uur; SmeltTab: 1–2 uur; drank: 1 uur. Metabolisering: in de lever door CYP2D6 en CYP3A4 en in mindere mate door CYP1A2 tot o.a. actief demethylmirtazapine. Eliminatie: met de urine en feces. T1/2el = 20–40 uur, incidenteel tot 65 uur; m.n. bij jongere mannen korter.
Depressies, vooral die met vitale kenmerken.
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid. Farmacologisch effect: bij dieren is een toename gezien van het post-implantatieverlies en een afname in geboortegewicht.Farmacologisch effect: bij gebruik tot of kort voor de geboorte kunnen bij de pasgeborene onttrekkingsverschijnselen optreden. Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overgang in de moedermelk: in geringe mate. Advies: gebruik ontraden.
Zeer vaak (> 10%): slaperigheid, sedatie, toename van eetlust en gewicht, droge mond, hoofdpijn. Vaak (1-10%): duizeligheid, tremor, misselijkheid, braken, diarree, exantheem, gewrichtspijn/spierpijn, rugpijn, (orthostatische) hypotensie, perifeer oedeem, verergering of ontstaan van angst en slapeloosheid, vermoeidheid. Soms (0,1-1%): paresthesie, orale hypo–esthesie, rusteloze benen, syncope, abnormale dromen, verwardheid, manie, agitatie, hallucinaties, psychomotore rusteloosheid. Zelden (0,01-0,1%): myoclonus, verhoging serumtransaminasenwaarden. Verder is gemeld: beenmergdepressie (granulocytopenie, agranulocytose, aplastische anemie, trombocytopenie), eosinofilie, hyponatriëmie (vooral bij ouderen), SIADH, suïcidale gedachten en -gedrag, convulsies, serotoninesyndroom, mondoedeem.
Gelijktijdig gebruik met irreversibele MAO-remmers is gecontra-indiceerd; ook niet gebruiken binnen twee weken na behandeling met deze stoffen. De werking van alcohol en andere centraal dempende stoffen kan worden versterkt. Bij gelijktijdig gebruik met andere serotonerge stoffen (als SSRI's, andere serotonerge antidepressiva en tramadol) dient men bedacht te zijn op het serotoninesyndroom. Bij gebruik van bloedverdunnende middelen dient men rekening te houden met een verlengde bloedingstijd. Mirtazapine is slechts een zeer zwakke remmer van CYP1A2, CYP2D6 en CYP3A4. Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdige toediening van sterke CYP3A4-remmers als hiv-proteaseremmers, azool-antimycotica en erytromycine; gelijktijdige toediening van ketoconazol verhoogde de maximale plasmaspiegel en de AUC met resp. 40 en 50%. Bij gelijktijdige toediening van CYP3A4-induceerders als carbamazepine, rifampicine of fenytoïne kan het nodig zijn de mirtazapinedosering te verhogen en bij staken van de comedicatie de dosering te verlagen; carbamazepine en fenytoïne verlagen de plasmaspiegel met 45–60%. Cimetidine kan de beschikbaarheid met meer dan 50% verhogen; bij gelijktijdig gebruik is verlaging van de mirtazapinedosering aangewezen. In combinatie met clonidine kan een hypertensieve reactie optreden.
Waarschuwingen en voorzorgen
Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Voorzichtigheid en controle is geboden bij epilepsie en organisch hersensyndroom, lever- of nierfunctiestoornissen, hartaandoeningen en lage bloeddruk. Voorzichtigheid is geboden bij diabetes mellitus, mictiestoornissen en glaucoom. Een onderliggende psychose of manie kan manifest worden. Bij optreden van psychomotore rusteloosheid is dosisverhoging schadelijk. De toediening moet worden gestaakt indien geelzucht optreedt, bij ontwikkeling van of toename van epileptische aanvallen en bij overgang naar een manische fase. Infectieverschijnselen (koorts, keelpijn of stomatitis) geven aanleiding het bloedbeeld te controleren in verband met mogelijke beenmergdepressie; enkele fatale gevallen zijn gemeld bij patiënten ouder dan 65 jaar. Antidepressieve behandeling kan het bij depressie toegenomen risico van suïcide verder vergroten gedurende de vroege stadia van herstel. Ter voorkoming van suïcidepogingen dient de patiënt niet over grote hoeveelheden antidepressiva te kunnen beschikken. Bij suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten in de anamnese, evenals bij patiënten <25 jaar is goede vervolging aangewezen vanwege toegenomen risico van suïcidaal gedrag. Een behandeling mag niet plotseling worden gestaakt, de dosering moet geleidelijk worden verminderd. Niet gebruiken bij kinderen en jongeren < 18 jaar vanwege een toegenomen risico van suïcidaal gedrag en vijandigheid, terwijl de werkzaamheid niet voldoende is vastgesteld en er onvoldoende gegevens zijn over het effect op groei en op de seksuele, cognitieve, emotionele ontwikkeling. In de orodispergeerbare tabletten aanwezige fenylalanine kan schadelijk zijn bij fenylketonurie.
Symptomen: depressie van het centrale zenuwstelsel met desoriëntatie en verlengde sedatie, gepaard gaande met tachycardie en lichte hypo- of hypertensie, zijn waargenomen. Met name bij gecombineerde overdosering zijn dodelijke gevallen mogelijk.
Begindosering 15 of 30 mg 1×/dag (of verdeeld over 2 giften waarbij de hogere dosering ’s avonds wordt ingenomen), indien nodig na 2–4 weken verhogen tot de doorgaans optimale dosering van 15–45 mg 1×/dag. Als na nog eens 2–4 weken geen respons optreedt het gebruik staken. Bij wel optreden van respons de behandeling minstens 6 maanden voortzetten. Bij ouderen is bij dosisverhoging nauwkeurige controle vereist. De orodispergeerbare tablet oraal innemen (met droge handen uit de verpakking halen). Deze valt in de mond uiteen en kan met of zonder water worden doorgeslikt. De drank bij voorkeur verdund in een glas met wat water innemen.
|
| |
 |
| verklaring van de symbolen |
 |
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering. |
 |
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem. |
 |
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH. |
 |
Zelfzorgmiddel ('over the counter'). |
 |
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof. |
|
 |
| © CVZ 2010 » http://www.fk.cvz.nl
« |
 |
|
|
|
 |