afdrukken
Aleve [Bayer bv]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
(Na-zout)
Tablet, omhuld 'Classic' 220 mg.
Tablet, omhuld 'Feminax' 275 mg.
Tablet, omhuld 'Intense' 550 mg.
Naproxen Tablet 220/275 mg [Diverse fabrikanten]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
(Na-zout)
Tablet 220 mg, 275 mg.
Naproxen Tabletten/Zetpillen [Diverse fabrikanten]
Tablet 250 mg, 500 mg.
Tablet, maagsapresistent 250 mg, 500 mg.
Zetpil 250 mg, 500 mg.
CFH-Advies
Bij reumatische aandoeningen is niet aangetoond dat één van de prostaglandinesynthetaseremmers superieur is. Gezien de geringe therapeutische verschillen binnen deze groep kunnen ervaring, de mogelijkheid van zowel rectale als orale toediening èn de prijs een grote rol spelen. Het natriumzout van naproxen biedt geen therapeutische voordelen boven de andere orale toedieningsvormen.
Bij acute jichtaanvallen heeft colchicine of een prostaglandinesynthetaseremmer (bv. naproxen) de voorkeur.
Bij ernstige primaire dysmenorroe heeft een prostaglandinesynthetaseremmer (bv. naproxen) de voorkeur.

Eigenschappen
Prostaglandinesynthetaseremmer. Arylpropionzuurderivaat met analgetische, antiflogistische en antipyretische werking. Naproxen remt de trombocytenaggregatie. Pijnstillende werking: na 1 uur. Werkingsduur: veelal 7 uur.

Kinetische gegevens
Tmax = 1–2 uur (Na-zout), 2–4 uur (gewone tablet) en langer met maagsapresistente tabletten. Plasma-eiwitbinding: > 99%. Metabolisering: in de lever voor 30%. Eliminatie: met de urine ca. 95%, vnl. geconjugeerd, 10% onveranderd. T1/2 = 11–15 uur.

Indicaties
Reumatoïde artritis, juveniele idiopatische artritis, spondylitis ankylopoetica. Artrose en andere degeneratieve gewrichtsaandoeningen. Extra-articulaire aandoeningen zoals bursitis, epicondylitis, tendinitis, tendovaginitis, synovitis. Pijn en zwelling na operatieve ingrepen en tandextracties. Acute jichtaanval. [Aspecifieke lage rugpijn en lumbosacraal radiculair syndroom.] [Migraine-aanval.] Ernstige primaire dysmenorroe. Koorts. De maagsapresistente tablet is niet geschikt voor de behandeling van acute pijn.
OTC-tabletten: Koorts en pijn bij griep en verkoudheid en na vaccinatie. Hoofdpijn, tand- en kiespijn, menstruatiepijn, spit, spierpijn en reumatische pijn.

Contra-indicaties
Ulcus pepticum en maag-darmbloedingen zowel actief in de anamnese, gastritis. Gastro-intestinale bloeding of perforatie als gevolg van gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers. Cerebrovasculaire bloedingen. Optreden van astma-aanval, urticaria, angio-oedeem, neuspoliepen of rinitis na gebruik van acetylsalicylzuur of andere prostaglandinesynthetaseremmers. Nierinsufficiëntie. Ernstig hartfalen.

Zwangerschap/Lactatie
Teratogenese: Epidemiologisch onderzoek suggereert dat gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers in de vroege fase van de zwangerschap kan leiden tot een groter risico van miskramen, cardiale malformaties en gastroschisis. Bij dieren is een verhoogd pre- en post-implantatie verlies, embryo-foetale letaliteit en een verhoogde incidentie van malformaties gezien. Farmacologisch effect: Bij gebruik tijdens het derde trimester zijn weeënremming en bij de foetus voortijdige sluiting van de ductus arteriosus Botalli, pulmonale hypertensie, bloedstollingsstoornis met als gevolg bloeding, nierfunctiestoornissen of nierinsufficiëntie met oligohydramnie mogelijk. Advies: Tijdens de eerste twee trimesters niet gebruiken tenzij op stricte indicatie en dan in zo laag mogelijke dosering voor een zo kort mogelijke behandeling. Gebruik is gecontra-indiceerd tijdens het derde trimester. Overig: Het gebruik van een prostaglandinesynthetaseremmer kan de vruchtbaarheid nadelig beïnvloeden en wordt niet aanbevolen bij vrouwen die zwanger willen worden.
Overgang in de moedermelk: Ja. Advies: Gebruik ontraden.

Bijwerkingen
Vaak (1-10%): misselijkheid, obstipatie, abdominale pijn, zuurbranden, allergische huidreacties (huiderupties, pruritus), ecchymose, verminderde trombocytenaggregatie, verlengde bloedingstijd, perifeer oedeem, dyspneu, tinnitus, hoofdpijn, slaperigheid, duizeligheid, licht gevoel in het hoofd. Soms (0,1-1%): dyspepsie, diarree, braken, ulcus pepticum, bloedverlies uit maag-darmkanaal, stomatitis (zelden ulceratief), purpura, transpiratie, hartkloppingen, vertigo, verminderd gehoor, wazig zien. Zelden (0,01-0,1%): perforatie van maag-darmkanaal, droge mond, keelirritatie, anorexie, haematemesis, pancreatitis, stijging serumtransaminasen, alkalische fosfatase en bilirubine, icterus, hepatitis (soms met fataal verloop), urticaria, lichtovergevoeligheidsreacties inclusief epidermolysis bullosa, porphyria cutanea tarda en daarop lijkende reactie, epidermale necrolyse, erythema nodosum, lichen planus, pustulaire reacties, stevens-johnsonsyndroom, 'fixed-drug eruptions', alopecia, spierzwakte, nierfunctiestoornissen (hematurie, verhoogd serumcreatinine, glomerulonefritis, interstitiële nefritis, nierpapilnecrose, nefrotisch syndroom, nierinsufficiëntie kunnen optreden), hyperkaliëmie, vermoeidheid, temperatuurverlaging of koorts, eosinofiele pneumonie, pulmonaal oedeem, vasculitis, hartfalen, hypertensie, bloedbeeldafwijkingen zoals daling Hb-gehalte en/of hematocriet, aplastische of hemolytische anemie, trombocytopenie, granulocytopenie, eosinofilie, leukopenie, corneatroebeling, papillitis, papiloedeem, retrobulbaire optische neuritis, aseptische meningitis, convulsies, angio-oedeem, slapeloosheid, nervositeit, verminderd concentratievermogen, depressie, stemmingstoornissen en anafylactische reacties. Na rectale toediening soms: pijn, brandend gevoel, erytheem, pruritus, irritatie, tenesmus, flatus, gelokaliseerd oedeem, rectale bloeding.

Interacties
Bij gelijktijdig gebruik van orale anticoagulantia kan de protrombinetijd zijn verlengd. Gelijktijdig gebruik met andere prostaglandinesynthetaseremmers, SSRI's of corticosteroïden kan gastro-intestinale bijwerkingen potentiëren (m.n. ouderen zijn hiervoor gevoelig). Naproxen kan de plasmaspiegels verhogen van lithium, methotrexaat (verhoogde toxiciteit) en zidovudine. Gelijktijdige toediening van probenecide kan de plasmaspiegel van naproxen verhogen. Prostaglandinesynthetaseremmers verminderen het effect van: diuretica, RAAS-remmers, β-blokkers; hartfalen kan manifest worden of verergeren. Bij hypertensie kan de antihypertensieve werking van de RAAS-remmer, het diureticum of de β-blokker verminderen, vooral bij een gestoorde nierfunctie. Prostaglandinesynthetaseremmers kunnen de nefrotoxiciteit van ciclosporine doen toenemen.

Waarschuwingen en voorzorgen
Om het optreden van bijwerkingen te beperken zo laag mogelijk doseren en voor een zo kort mogelijke periode. Bij ouderen en bij een gestoorde leverfunctie de laagst mogelijke effectieve dosering toepassen. Voorzichtigheid is geboden bij een groter risico van gastro-intestinale complicaties (combinatie met beschermende middelen overwegen) en bij een voorgeschiedenis van hypertensie en/of hartfalen. Verder is voorzichtigheid geboden bij ouderen en bij astma, stollingsstoornissen, colitis ulcerosa, M Crohn, lever- en nierfunctiestoornissen en andere condities die tot vochtretentie predisponeren. Sommige prostaglandinesynthetaseremmers (vooral bij langdurig gebruik en in hoge doses) zijn geassocieerd met een klein toegenomen risico van arteriële trombose; hoewel epidemiologische gegevens suggereren dat gebruik van naproxen in een dosering van 1000 mg/dag is geassocieerd met een kleiner risico, kan enig risico niet worden uitgesloten. Bij ouderen, verminderde nierdoorbloeding, levercirrose, hartfalen, natriumrestrictie en een reeds bestaande nieraandoening moet de nierfunctie voor en tijdens de therapie worden gecontroleerd. Bij visusklachten is oogheelkundig onderzoek aanbevolen. Bij langere therapieduur is aan te raden regelmatig controle van bloedbeeld, lever- en nierfunctie uit te voeren. Bij optreden of verslechteren van een nierfunctiestoornis kan aanpassing van de dosering noodzakelijk zijn. Bij een creatinineklaring minder dan 20 ml/min bij gastro-intestinale ulceratie of bloedingen of bij symptomen van pseudoporfyrie (o.a. teer worden van de huid, blaren), behandeling staken. Bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosale laesies of andere tekenen van overgevoeligheid de behandeling staken, aangezien ernstige en soms fatale huidreacties met prostaglandinesynthetaseremmers zijn gemeld.

Overdosering
Symptomen: misselijkheid, braken, buikpijn, slaperigheid, duizeligheid, desoriëntatie, diarree, maagbloeding, convulsies (zelden), voorbijgaande veranderingen in leverfuncties, hypoprotrombinemie, nierfalen, apneu en metabole acidose.

Dosering
275 mg naproxennatrium komt overeen met 250 mg naproxen, 220 mg met 200 mg en 550 mg met 500 mg. De aangegeven dosering is gebaseerd op naproxen.
Reumatoïde artritis, spondylitis ankylopoetica, degeneratieve gewrichtsaandoeningen, extra-articulaire aandoeningen: Volwassenen: begin- en onderhoudsdosering: 375–750 mg per dag in 2 doses met een interval van ca. 12 uur, waarbij de ochtend- en de avonddosis op geleide van de overwegende symptomen worden vastgesteld, bijvoorbeeld de nachtpijn of ochtendstijfheid. Bij ernstige (nacht)pijn, ochtendstijfheid, pijnlijke exacerbaties, artrose met pijn als overheersend symptoom en bij overschakeling van een hoge dosering van een ander antirheumaticum wordt een begindosering van 750 mg per dag aanbevolen. Doorgaans blijkt een onderhoudsbehandeling van 500 mg per dag voldoende, in enkele gevallen kan 1000 mg per dag nodig zijn. Deze dient slechts tijdelijk te worden gegeven, na stabilisatie verminderen tot de laagste effectieve dosering.
Juveniele idiopatische artritis: Kinderen ≥ 6 j.: 10 mg/kg lichaamsgewicht per dag in 2 doses.
Aspecifieke lage rugpijn en lumbosacraal radiculair syndroom: Volwassenen: 250–500 mg 2×/dag
Migraine-aanval volwassenen: 500 mg in 1 dosis, gelijktijdig met orale toediening of 15–30 min na rectale toediening van metoclopramide of domperidon.
Koorts: Kinderen ≥ 6 j.: begindosering 10 mg/kg, daarna 2,5–5 mg/kg iedere 8 uur; max. 15 mg/kg per 24 uur.
Jicht: Volwassenen: begindosering 750 mg, vervolgens 500 mg na 8 uur, daarna 250 mg iedere 8 uur tot de crisis voorbij is.
Postoperatieve pijn en zwelling, primaire dysmenorroe: begindosering 500 mg, daarna 250 mg iedere 8–12 uur; max. 1250 mg per dag.
Pijn, spit, pijn en koorts na vaccinatie en bij griep of verkoudheid: Volwassenen en kinderen ≥ 12 j.: 200 mg iedere 8–12 uur, zo nodig starten met 400 mg óf 500 mg 1×/dag; max. 600 mg (ouderen ≥ 65 j. 400 mg) per dag.
Tabletten bij voorkeur innemen tijdens of onmiddellijk na de maaltijd met een ruime hoeveelheid water of melk, de maagsapresistente tabletten bij voorkeur vóór de maaltijd.

zie ook
groepsoverzicht
achtergrondinformatie
CFH-rapport
meldformulier bijwerkingen
prijs op Medicijnkosten
GIP-databank
© CVZ 2012 | naar boven | afdrukken |