afdrukken
Tysabri [Biogen Idec International bv]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.

Concentraat voor infusievloeistof 20 mg/ml; flacon 15 ml. Na verdunning bevat de infusievloeistof 2,6 mg/ml.
CFH-Advies
Bij ambulante patiënten met relapsing remitting multiple sclerose (EDSS 0–5) lijkt natalizumab werkzamer in vermindering van de frequentie van de exacerbaties dan interferon-β en glatirameer, maar ook risicovoller. Voor de meeste patiënten zullen de mogelijke voordelen niet opwegen tegen het toegenomen risico van progressieve multifocale leuko-encefalopathie met mogelijk fataal verloop en van andere ernstige bijwerkingen. Er is veel onzekerheid over de therapeutische waarde van natalizumab. Op grond van zijn ernstige bijwerkingen meent de CFH dat natalizumab vooralsnog gereserveerd moet worden als tweedelijnsmiddel bij voldoende ernstige relapsing remitting multiple sclerose die niet heeft gereageerd op de eerstelijnsmiddelen interferon-β en glatirameer.

Eigenschappen
Immunosuppressivum, selectieve adhesie molecuul (SAM) remmer. Recombinant monoklonaal antilichaam tegen α4-integrine, die in hoge mate tot uitdrukking komt op het oppervlak van alle leukocyten, met uitzondering van neutrofielen. Binding aan met name α4β1-integrine voorkomt de transmigratie van mononucleaire leukocyten door het endotheel naar ontstoken parenchymweefsel en onderdrukt mogelijk ook ontstekingsreacties.

Kinetische gegevens
T1/2 = 16 dagen. Persisterende antilichamentegen natalizumab verhogen de klaring met een factor drie.

Indicaties
Als monotherapie bij zeer actieve relapsing remitting multiple sclerose (RRMS): bij een hoge ziekteactiviteit (in 1 jaar minimaal 1 aanval van gestoorde neurologische functies (schub) én op hersen-MRI minimaal één gadolinium aangekleurde laesie of minimaal negen T2-hyperintense laesies) die niet heeft gereageerd op een volledige en geschikte behandeling met een β-interferon of bij snel ontwikkelende ernstige RRMS (in 1 jaar minimaal 2 schubs én –vergeleken met een eerdere hersen-MRI– toename met ten minste één gadolinium aangekleurde laesie of een significante toename in T2-laesies).

Contra-indicaties
Progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML). Als het risico van een opportunistische infectie toeneemt, zoals bij immuungecompromitteerde patiënten. Maligne aandoeningen anders dan basaalcelcarcinoom.

Zwangerschap/Lactatie
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren is reproductietoxiciteit gebleken. Advies: Gebruik ontraden.
Overgang in de moedermelk: Ja, bij dieren. Advies: Tijdens gebruik geen borstvoeding geven.

Bijwerkingen
Infusiegerelateerde bijwerkingen (tijdens of < 1 uur na infusie) bij 23% (t.o.v. 19% bij placebo). Vaak (1-10%): urineweginfectie, nasofaryngitis, hoofdpijn, duizeligheid, braken, misselijkheid, artralgie, rigor, pyrexie, vermoeidheid, overgevoeligheidsreacties (huiduitslag, urticaria). Bij < 1%: anafylactische reacties. Bij 6% ontwikkelen zich persisterende antilichamen tegen natalizumab en bij nog eens 4% eenmalige antilichamen. Progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) (met fataal verloop) is gemeld, waaronder 2 gevallen bij gebruik als monotherapie gedurende 14 en 17 maanden. Andere opportunistische infecties, waarvan sommige fataal waren, zijn voornamelijk gemeld bij patiënten met de ziekte van Crohn die immuungecompromitteerd waren en bij significante comorbiditeit ). Het risico op herpesinfecties is toegenomen. Verder zijn gemeld: overige symptomen horend bij een overgevoeligheidsreactie zoals hypotensie, hypertensie, pijn op de borst, dyspneu, angio-oedeem; leverbeschadiging, verhoogde leverfunctiewaarden, hyperbilirubinemie; verhoogde waarden (binnen de normaalwaarden) voor lymfocyten, monocyten, eosinofielen, basofielen en kernhoudende rode bloedcellen, dalingen in Hb en hematocriet.

Interacties
Gelijktijdig gebruik van interferon, glatirameer, immunosuppressiva en anti-neoplastische therapie is gecontra-indiceerd. Op grond van reductie van CYP450-afhankelijke enzymen is voorzichtigheid geboden bij combinatie met geneesmiddelen met een smalle therapeutische breedte en die door dit enzym worden gemetaboliseerd, zoals anti-epileptica.

Waarschuwingen en voorzorgen
Behandeling alleen starten door specialisten met ervaring in diagnose en behandeling van MS in centra met snelle toegang tot MRI en middelen ter behandeling van overgevoeligheidsreacties. Vooraf aan de behandeling moet een recente MRI (< 3 mnd.) beschikbaar zijn. Regelmatige controle op aanwijzingen voor PML (incl. psychiatrische en cognitieve symptomen) is aangewezen. De patiënt dient een speciale waarschuwingskaart te krijgen. Bij verdenking op PML de behandeling onmiddellijk opschorten totdat PML is uitgesloten en vervolgens evalueren (incl. MRI en lumbaalpunctie). Bij overgevoeligheidsreacties en bij optreden van opportunistische infecties de behandeling permanent staken. Vanwege een groter risico van overgevoeligheidsreacties bij hernieuwde blootstelling na een langere periode zonder behandeling (≥ 3 mnd.), is het van belang te streven naar een ononderbroken toediening, met name tijdens de eerste behandelmaanden. Bij exacerbaties of infusiegerelateerde bijwerkingen controleren op de aanwezigheid van antilichamen; deze kunnen wijzen op de ontwikkeling van antilichamen tegen natalizumab. Met name bij hervatten van een behandeling na een langere periode zonder behandeling is vanwege het extra risico van overgevoeligheidsreacties onderzoek naar antilichamen aangewezen. De werkzaamheid en veiligheid van hernieuwde toedieningen zijn niet vastgesteld. Als in een test ter bevestiging na zes weken de uitslag positief blijft, de behandeling staken vanwege de relatie tussen persisterende antilichamen en een aanzienlijke daling van de werkzaamheid en een hogere incidentie van overgevoeligheidsreacties. Na staken van de behandeling blijft natalizumab nog 12 weken in het bloed. Na eerdere blootstelling aan immunosuppressiva moet een immuungecompromitteerde status worden uitgesloten. Bij optreden van leverbeschadiging de behandeling staken. Het gebruik is gecontra-indiceerd bij kinderen en adolescenten. Vanwege een gebrek aan gegevens wordt gebruik bij ouderen niet aanbevolen.

Dosering
Volwassenen: 300 mg iedere 4 weken via i.v. infusie gedurende 1 uur. Om de infusievloeistof te reconstitueren wordt 15 ml concentraat geïnjecteerd in 100 ml natriumchloride 0,9%. De optimale dosering en behandelduur zijn nog niet opgehelderd. Er zijn geen gegevens over de werkzaamheid en veiligheid van een behandeling langer dan 2 jaar. Indien er na 6 maanden geen aanwijzingen zijn voor therapeutisch voordeel, moet voortzetting van de behandeling worden heroverwogen.

zie ook
groepsoverzicht
achtergrondinformatie
kostenoverzicht(en)
CFH-rapport
meldformulier bijwerkingen
prijs op Medicijnkosten
© CVZ 2010 | naar boven | afdrukken |