CFH-Advies
Voor de behandeling van acute ongecompliceerde urineweginfecties komen nitrofurantoïne of trimethoprim in aanmerking. In hardnekkige gevallen, evenals bij alle parenchymateuze infecties, dient de keuze van de antimicrobiële therapie te worden bepaald op geleide van een bacteriologisch onderzoek (antibiogram). De Commissie adviseert bij het voorschrijven op het kostenaspect te letten; zie Urinewegchemotherapeutica.
Werkzaam tegen de meeste grampositieve en gramnegatieve micro-organismen die urineweginfecties veroorzaken. Pseudomonas, Serratia en Proteus zijn in het algemeen resistent. De bactericide werking berust op interferentie met verschillende bacteriële enzymsystemen, die betrokken zijn bij de aërobe en anaërobe afbraak van glucose en pyruvaat (Krebs-cyclus). Wordt goed geresorbeerd. De macrokristallijne vorm komt langzamer vrij en wordt langzamer geresorbeerd dan de microkristallijne vorm. Het in de capsule met gereguleerde afgifte aanwezige nitrofurantoïnemonohydraat vormt bij blootstelling aan maag- en darmsappen een gel, waaruit het actieve bestanddeel geleidelijk vrijkomt.
Kinetische gegevens Resorptie: goed, voedsel vergroot de biologische beschikbaarheid. Tmax = in urine 4–5 uur; in plasma geen antimicrobiële concentraties. Metabolisering: 60% tot onwerkzame aminofuranen (kunnen de urine bruin verkleuren). Eliminatie: via de nieren, 40% onveranderd. T1/2el = 20–60 min.
Acute ongecompliceerde urineweginfecties, veroorzaakt door voor nitrofurantoïne gevoelige micro-organismen. Kortdurende profylaxe bij transurethrale ingrepen, katheterisatie, cystoscopie of bij chirurgische ingrepen aan de urinewegen. Langdurige behandeling van urineweginfecties (tot 6 maanden, soms langer), alleen als er geen geschikt alternatief is.
Overgevoeligheid voor nitrofuranen. Nierfunctiestoornissen (creatinineklaring ≤ 60 ml/min.). G6PD-deficiëntie. Long- of leverreactie dan wel perifere neuropathie in de anamnese na gebruik van nitrofurantoïne of andere nitrofuranen. Kinderen jonger dan een maand (vanwege nog onrijpe erytrocyten-enzymsystemen).
Dit geneesmiddel kan, voor zover bekend zonder gevaar voor de vrucht, overeenkomstig het voorschrift worden gebruikt tijdens de zwangerschap. Vlak vóór of tijdens de bevalling niet meer geven. In de neonatale periode bestaat er risico van hemolyse. Bij een pasgeborene met G6PD-deficiëntie zou dit risico groter zijn, indien de behandeling wordt voortgezet na optreden van de eerste weeën.
Nitrofurantoïne gaat in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Kans op sensibilisatie is hierdoor niet uitgesloten.
Meest frequent maag-darmstoornissen (dosisafhankelijk en minder bij gebruik van de macrokristallijne vorm) zoals misselijkheid, braken, anorexie, buikpijn en diarree. Verder komt hoofdpijn vrij frequent voor. Meest ernstig: perifere polyneuropathie (soms irreversibel) zoals optische neuritis, vooral bij gestoorde nierfunctie en bij ouderen; paresthesieën zijn een eerste symptoom hiervan; acuut pulmonaal syndroom (waarschijnlijk een allergische reactie) met als symptomen: ernstige kortademigheid met prikkelhoest, pijn op de borst, cyanose, hoge koorts en soms bronchospasmen. Minder frequent: chronisch pulmonair syndroom (m.n. na langdurige (> 6 mnd) of veelvuldig herhaalde behandeling) met als symptomen: kortademigheid bij inspanning, anorexie, prikkelhoest, diffuse interstitiële pneumonitis en/of fibrose. Verder neurologische effecten zoals depressie, verwarring, dysforie, euforie, psychotische reacties. Allergische huidreacties: exanthemen (soms met eosinofilie en koorts), urticaria, pruritus en soms het Stevens-Johnson-syndroom. Zelden: hematologische afwijkingen (hemolytische anemie (meestal geassocieerd met G6PD-deficiëntie), agranulocytose, leukopenie, pancytopenie, trombocytopenie), duizeligheid, slaperigheid, nystagmus, angio-oedeem, koorts, parotitis, cyanose, collaps, anafylactische shock, veranderingen in ecg samengaand met longreacties, hepatotoxiciteit (cholestatische icterus, chronische actieve hepatitis), voorbijgaande alopecia, een lupus-achtig syndroom.
Kan de antimicrobiële werking van chinolonen verminderen. Probenecide kan de tubulaire secretie van nitrofurantoïne remmen, waardoor de werking kan afnemen en de toxiciteit kan toenemen.
Waarschuwingen en voorzorgen
Voorzichtigheid is geboden bij longziekten, leverfunctiestoornissen, neurologische aandoeningen en allergische diathese. Voorzichtigheid is ook geboden bij ouderen, bij nierfunctiestoornissen, diabetes mellitus, anemie, alcoholisme, storingen in de elektrolytenbalans of vitamine B-deficiëntie, omdat de kans op neuropathie hierbij verhoogd is. Bij het eerste optreden van paresthesieën of bij tekenen die wijzen op een hemolyse, de behandeling onmiddellijk staken. Bij langdurige behandeling de patiënt nauwkeurig volgen op wijzigingen in de lever- en longfunctie; bij tekenen van verslechtering de behandeling onmiddellijk staken. Ook bij langdurige behandeling bestaat zelden kans op resistentie-ontwikkeling. De bepaling van glucose in de urine (op koperbasis, zoals Benedict's reagens en Clinitest) kan worden verstoord. Nitrofurantoïne kan de urine (geel)bruin verkleuren.
Acute ongecompliceerde urineweginfecties: Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar:
50 mg viermaal per dag (soms 100 mg viermaal per dag) of 1 capsule met gereguleerde afgifte 's morgens en 's avonds, gedurende 3–5 dagen. Kinderen vanaf 1 maand: 3–6 mg/kg lichaamsgewicht per dag verdeeld over 4 doses.
Kortdurende profylaxe: Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar: 50 mg viermaal per dag op de dag van de ingreep en gedurende 3 dagen erna.
Langdurige behandeling: Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar: 50–100 mg per dag voor het slapen gaan. Innemen tijdens of vlak na de maaltijd, of met melk of yoghurt.
|