CFH-Advies
Influenza is bij overigens gezonde personen in het algemeen een onschuldige aandoening. Bij patiënten die behoren tot een risicogroep kunnen ten gevolge van influenza belangrijke complicaties optreden. Profylaxe door vaccinatie is en blijft bij deze patiënten dan ook aangewezen. Oseltamivir is bestemd voor de behandeling en postexpositie-profylaxe van influenza-A- en -B-infecties. Voor primaire profylaxe van risicopatiënten is vaccinatie aangewezen, voor postexpositie-profylaxe is de effectiviteit van oseltamivir onvoldoende aangetoond vanwege het ontbreken van gegevens over het effect van complicaties. Behandeling geeft een geringe verkorting (ca. 30 uur) van de duur van de symptomen bij patiënten in de totale populatie. Werkzaamheid is onvoldoende aangetoond bij de behandeling van personen die behoren tot de risicogroepen. Bij geen van de indicaties voorkomt het gebruik van oseltamivir complicaties, in tegenstelling tot vaccinatie. De Commissie wijst er bovendien op dat influenza en influenza-achtige aandoeningen op klinische gronden moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. Dit kan leiden tot veel onnodig gebruik. De Commissie ziet daarom voor oseltamivir bij influenza geen duidelijke waarde boven symptomatische behandeling. Voor toepassing bij de Nieuwe Influenza A (H1N1) (Mexicaanse griep) zie http://www.rivm.nl/Thema_s/Infectieziekten.
Oseltamivir is een pro-drug van oseltamivircarboxylaat. Oseltamivir is een selectieve remmer van neuraminidase, een oppervlakteglycoproteïne met enzymatische activiteit dat essentieel is voor de replicatie van zowel het influenza-A als -B virus.
Kinetische gegevens F = ca. 75%. Vd = ca. 0,33 l/kg. Metabolisering: in de lever. Eliminatie: vnl. met de urine, < 20% met de feces. T1/2 = 6–10 uur.
Behandeling van influenza-A- en B-infectie bij personen met typische symptomen ervan, wanneer het heerst onder de bevolking. Preventie van influenza bij personen die blootgesteld zijn aan een klinisch vastgesteld geval ervan wanneer het heerst onder de bevolking. Preventie van influenza in bijzondere situaties, bijvoorbeeld in geval dat de heersende virusstam en de vaccin-virusstam niet overeenkomen of in geval van een pandemie (seizoenspreventie). Bij het nemen van beslissingen omtrent het gebruik, rekening houden met wat op dat moment bekend is over de gevoeligheid van de circulerende influenzavirussen en de gevolgen van de ziekte in verschillende geografische gebieden en patiëntenpopulaties. Oseltamivir is geen vervanging voor een influenzavaccinatie.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid. Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken, na afweging van de beschikbare veiligheidsgegevens, de pathogeniteit van de circulerende influenzavirusstam en de onderliggende conditie van de zwangere.
Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe hoeveelheden. Advies: Op basis de pathogeniteit van de circulerende influenzavirusstam en de onderliggende conditie van de zogende moeder, kan toediening van oseltamivir worden overwogen als er duidelijke potentiële voordelen zijn voor de zogende moeder.
Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn, misselijkheid. Vaak (1-10%): bronchitis, infecties van de bovenste luchtwegen, hoesten, rinorroe, insomnia, vermoeidheid, duizeligheid, braken, (buik)pijn, diarree, dyspepsie. Soms (0,1-1%): hallucinaties, convulsies, dermatitis, huiduitslag, urticaria, eczeem. Bij kinderen tevens vaak (1-10%): middenoorontsteking, longontsteking, lymfadenopathie, (verergering van reeds bestaand) astma, neusbloeding, oorproblemen, conjunctivitis. Verder zijn gemeld: angioneurotisch oedeem en overgevoeligheidsreacties (inclusief anafylactische en anafylactoïde reacties, stevens-johnsonsyndroom, toxisch epidermale necrolyse en erythema multiforme). Zeer zeldzame meldingen van stoornissen in visus, hartritme en leverfunctie, gastro-intestinale bloedingen, hemorragische colitis. Tevens zijn gemeld: psychiatrische voorvallen zoals verminderd bewustzijn, afwijkend gedrag, hallucinaties en delirium, vooral bij kinderen en adolescenten.
Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdige toediening met geneesmiddelen met een smalle therapeutische breedte (methotrexaat, fenylbutazon) die renaal tubulair worden uitgescheiden.
Waarschuwingen en voorzorgen
De veiligheid en werkzaamheid bij immuungecompromitteerde patiënten is onvoldoende vastgesteld . Immuungecompromitteerde patiënten en jonge kinderen hebben meer kans op het ontwikkelen van een resistent virus. Neuropsychiatrische bijwerkingen zijn gemeld, met name bij kinderen en adolescenten; patiënten nauwgezet controleren op gedragsveranderingen.
De behandeling zo snel mogelijk beginnen, uiterlijk 48 uur nadat de symptomen zijn begonnen of na contact met een geïnfecteerd persoon. Voor pandemisch gebruik bij de Mexicaanse griep (Nieuwe Influenza A (H1N1)) werden naast de vermelde afleveringsvormen ook sachets 75 mg en drank (LNA) 15 mg/ml beschikbaar gesteld. Voor doseringen bij deze toepassing zie http://www.rivm.nl/Thema_s/Infectieziekten.
Behandeling van influenza: Volwassenen en kinderen ≥ 13 j.: 75 mg 2×/dag gedurende 5 dagen. Creatinineklaring 10–30 ml/min: 75 mg 1×/dag of 30 mg 2×/dag. Kinderen tussen 1 en 13 j.: lichaamsgewicht ≤ 15 kg 30 mg 2×/dag gedurende 5 dagen; lichaamsgewicht 15–23 kg 45 mg 2×/dag gedurende 5 dagen; lichaamsgewicht 23–40 kg 60 mg 2×/dag gedurende 5 dagen; lichaamsgewicht > 40 kg 75 mg 2×/dag gedurende 5 dagen. Kinderen van 0–12 mnd.: Tijdens uitbraak van pandemische influenza: gedurende 5 dagen: 0–1 maand: 2 mg/kg 2×/dag, 1–3 maanden: 2,5 mg/kg 2×/dag, 3–12 maanden 3 mg/kg 2×/dag. Voor kinderen < 1 j. zijn de spuit van de Tamiflu-suspensie 12 mg/ml met mg-aanduiding of een andere commercieel beschikbare spuit met ml-aanduiding niet geschikt voor de gewenste dosering. Gebruik hier bij voorkeur een apotheekbereiding, met het correcte volume gemarkeerd op de spuit.
Preventie na blootstelling : Volwassenen en kinderen ≥ 13 j.: 75 mg 1×/dag gedurende 10 dagen. Creatinineklaring 10–30 ml/min: 75 mg om de dag of 30 mg 1×/dag. Kinderen tussen 1 en 13 j.:
lichaamsgewicht ≤ 15 kg 30 mg 1×/dag gedurende 10 dagen; lichaamsgewicht 15–23 kg 45 mg 1×/dag gedurende 10 dagen; lichaamsgewicht 23–40 kg 60 mg 1×/dag gedurende 10 dagen; lichaamsgewicht > 40 kg 75 mg 1×/dag gedurende 10 dagen. Kinderen van 0–12 mnd.: Tijdens uitbraak van pandemische influenza: gedurende 10 dagen: 0–1 maand: 2 mg/kg 1×/dag, 1–3 maanden: 2,5 mg/kg 1×/dag, 3–12 maanden 3 mg/kg 1×/dag. Voor kinderen < 1 j. zijn de spuit van de Tamiflu-suspensie 12 mg/ml met mg-aanduiding of een andere commercieel beschikbare spuit met ml-aanduiding niet geschikt voor de gewenste dosering. Gebruik hier bij voorkeur een apotheekbereiding, met het correcte volume gemarkeerd op de spuit.
Preventie gedurende een influenza-epidemie onder de bevolking: Volwassenen en kinderen ≥ 13 j.: 75 mg 1×/dag gedurende maximaal 6 weken. Creatinineklaring 10–30 ml/min: 75 mg om de dag of 30 mg 1×/dag. Bij een creatinineklaring ≤ 10 ml/min en bij dialysepatiënten oseltamivir niet toedienen. Volwassenen en kinderen > 40 kg die niet in staat zijn de capsules door te slikken kunnen de suspensie gebruiken. Er zijn geen doseringsaanbevelingen voor prematuren (< 37 weken).
|