bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
paracetamol [N02BE01]
Daro paracetamol vloeibaar voor kinderen [Heca bv]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Stroop 24 mg/ml; 100 ml.
Bevat suikervervanger (maltitol).
Kinderparacetamol Tabletten/Zetpillen [Diverse fabrikanten]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Kauwtablet 120 mg.
Tablet 100 mg.
Zetpil 120 mg, 240 mg.
Panadol [GlaxoSmithKline Consumer Healthcare bv]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Tablet, omhuld 'Gladde' 500 mg.
Tablet, filmomhuld 'Zapp' 500 mg.
Zetpil 'Junior' (voor kinderen) 125 mg, 250 mg, 500 mg.
Panadol Artrose [GlaxoSmithKline Consumer Healthcare bv]
Tablet, omhuld 1000 mg.
Paracetamol smelttabletten 'Roter' [Imgroma]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Orodispergeerbare tablet 'Junior' 125 mg, 250 mg. Met vruchtensmaak.
Orodispergeerbare tablet 500 mg.
Bevatten respectievelijk 15, 39 en 40 mg aspartaam (overeenkomend met 8,3, 16,7 en 22,2 mg fenylalanine).
Paracetamol Tabletten/Zetpillen [Diverse fabrikanten]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Kauwtablet 120 mg. Kan aspartaam bevatten 2,5 mg (overeenkomend met 1,4 mg fenylalanine).
Tablet 100 mg, 500 mg.
Zetpil 60 mg, 120 mg, 240 mg, 500 mg, 1000 mg.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.Perfalgan [Bristol-Myers Squibb bv]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Infusievloeistof 10 mg/ml; flacon 100 ml.
Sinaspril Paracetamol [Roche Consumer Health]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Kauwtablet 120 mg.
Stroop 24 mg/ml; 100 ml.
CFH-Advies
Als eenvoudig analgeticum is paracetamol een goede eerste keus.
De Commissie heeft de intraveneuze toediening van paracetamol niet beoordeeld.

Eigenschappen
Acetanilidederivaat met analgetische en antipyretische werking. Paracetamol heeft geen anti-inflammatoir effect. Het werkingsmechanisme is tot nu toe nog niet volledig opgehelderd.

Kinetische gegevens
Resorptie: oraal snel en vrijwel volledig (gemiddelde biologische beschikbaarheid is ca. 80%), rectaal langzamer. Tmax = ½–2 uur, tablet 'Zapp' 15–90 minuten. Vd = 1 l/kg. Plasma-eiwitbinding: te verwaarlozen bij therapeutische doses, bij hogere dosering neemt deze toe. Metabolisering: in de lever, klein deel door cytochroom P450 tot zeer reactieve metaboliet, die normaliter snel wordt geïnactiveerd door conjugatie met glutathion. (Overdosering kan de glutathionvoorraad uitputten en zo leiden tot acute leverbeschadiging). Eliminatie: met de urine, vnl. als glucuronide en sulfaatconjugaat, < 5% onveranderd; bij nierfunctiestoornissen cumulatie geconjugeerde metabolieten. T1/2 = 1–4 uur.

Indicaties
Koorts en pijn bij griep, verkoudheid en na vaccinatie. Hoofdpijn, kiespijn, zenuwpijn, spit, spierpijn en menstruatiepijn. Lichte tot matige pijn bij artrose van heup, artrose van knie .
De infusievloeistof bij kortdurende behandeling van matige pijn, met name na operaties en bij koorts indien intraveneuze toediening noodzakelijk is.

Zwangerschap/Lactatie
Bij oraal gebruik van paracetamol tijdens de zwangerschap zijn geen schadelijke effecten op de zwangerschap of op de gezondheid van de foetus of pasgeborene aangetoond. Klinische ervaring met de intraveneuze toediening is beperkt. Paracetamol passeert de placenta. In therapeutische doseringen kan paracetamol worden gebruikt tijdens de zwangerschap.
Paracetamol gaat in kleine hoeveelheden over in de moedermelk, maar bij therapeutische doses is tot nu toe geen schadelijke invloed op het kind gevonden. Paracetamol kan kortdurend worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding geven; bij chronisch gebruik dient voorzichtigheid in acht worden genomen.

Bijwerkingen
In therapeutische dosering treden weinig bijwerkingen op. Overgevoeligheidsreacties, voornamelijk exantheem, urticaria, koorts, agranulocytose (na langdurig gebruik), trombocytopenie en hemolytische anemie kunnen optreden. Na langdurig gebruik van hoge doses zijn nefropathieën (interstitiële nefritis, tubulaire necrose) waargenomen. Leverbeschadiging (leverfalen, acute hepatitis) kan reeds optreden na doses van 6 g (bij kinderen > 140 mg/kg lichaamsgewicht), hogere doses veroorzaken irreversibele levernecrose. Ook is leverbeschadiging gerapporteerd na chronisch gebruik van 3–4 g per dag. Acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulosis, toxische epidermale necrolyse en geneesmiddel geïnduceerde dermatose zijn in enkele gevallen gemeld. De suikervervanger maltitol kan diarree veroorzaken.

Interacties
Bij langdurig gebruik en in hoge dosering kan de werking van orale anticoagulantia worden versterkt. Actieve kool en cholestyramine kunnen de absorptie van paracetamol verminderen. Bij chronisch alcoholgebruik en bij gebruik van enzyminducerende middelen zoals barbituraten kan reeds bij therapeutische doseringen hepatotoxiciteit optreden door versnelde en verhoogde vorming van toxische metabolieten. Bij gelijktijdig chronisch gebruik van paracetamol en zidovudine komt neutropenie vaker voor, vermoedelijk door een verminderd metabolisme van zidovudine.

Waarschuwingen en voorzorgen
Voorzichtigheid is geboden bij lever- en nierfunctiestoornissen, chronisch alcoholgebruik, dehydratie en chronische ondervoeding. Langdurig of veelvuldig gebruik wordt ontraden. Zodra mogelijk overgaan van intraveneuze naar orale behandeling. Bij homozygote patiënten met fenylketonurie moet bij gebruik van de kauwtablet 120 mg de hoeveelheid fenylalanine worden doorberekend in het voedingsvoorschrift.

Overdosering
Met name bij ouderen, kleine kinderen, bij leveraandoeningen, chronisch alcoholgebruik, chronische ondervoeding en bij gebruik van enzyminducerende middelen is er een risico op intoxicatie. Overdosering kan fataal zijn. Een dosis van 20–25 g wordt als dodelijk beschouwd.
Symptomen: anorexie, misselijkheid, braken, bleekheid en abdominale pijn treden gewoonlijk binnen 24 uur op. Bewusteloosheid treedt in het algemeen niet op. Leverbeschadiging (geelzucht, levernecrose) treedt op indien de paracetamoldosis de verwerkingscapaciteit overbelast. Een overdosis van 6 g of meer bij volwassenen of > 140–150 mg/kg lichaamsgewicht bij kinderen veroorzaakt hepatische cytolyse, resulterend in hepatocellulaire insufficiëntie, metabole acidose en encefalopathie, welke kunnen leiden tot coma en dood. Gelijktijdig zijn verhoogde spiegels van levertransaminasen, lactaatdehydrogenase en bilirubine waargenomen in combinatie met verlaagde protrombinespiegels (12–48 uur na toediening). Klinische verschijnselen van leverbeschadiging zijn gewoonlijk zichtbaar na twee dagen en zijn maximaal na 4–6 dagen.
Therapie: Onmiddellijke ziekenhuisopname, maag spoelen gevolgd door geactiveerde kool en natriumsulfaat. Als antidotum N-acetylcysteïne i.v. of oraal toedienen (indien de gemeten paracetamolspiegel daartoe aanleiding geeft), bij voorkeur binnen 8–10 uur na inname van de overdosis; bij toediening van N-acetylcysteïne na 10 uur kan het effect afnemen en wordt een verlengde behandeling gegeven.

Dosering
Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar: Oraal 500–1000 mg per keer, zo nodig respectievelijk elke 4 of 6 uur; rectaal 1000 mg per keer; max. 4 g per dag, bij chronisch gebruik max. 2,5 g per dag (bij chronisch alcoholgebruik max. 2 g per dag). Parenteraal lichaamsgewicht > 50 kg:1000 mg per keer tot viermaal per dag met een interval van ten minste 4 uur; max. 4 g per dag; lichaamsgewicht < 50 kg: 15 mg/kg lichaamsgewicht per keer tot viermaal per dag met een interval van ten minste 4 uur; max. 3 g per dag. Kinderen tot 12 jaar: Oraal 10 mg/kg lichaamsgewicht per keer, dit is voor kinderen van 3–12 maanden: 60 mg of 2,5 ml stroop vier- tot zesmaal per dag; 1–2 jaar: 120 mg of 5 ml stroop vier- tot zesmaal per dag; 2–4 jaar: 120–180 mg of 5–7,5 ml stroop vier- tot zesmaal per dag; 4–6 jaar: 180 mg of 7,5 ml stroop vier- tot zesmaal per dag; 6–9 jaar: 240–250 mg of 10 ml stroop vier- tot zesmaal per dag; 9–12 jaar 360–375 mg of 15 ml stroop vier- tot zesmaal per dag. Rectaal: 3–12 maanden (lichaamsgewicht 3–5,5 kg): 60 mg twee- tot viermaal per dag; 3–12 maanden (lichaamsgewicht 5,5–10 kg): 120–125 mg twee- à driemaal per dag; 1–2 jaar: 240–250 mg twee- à driemaal per dag; 2–4 jaar: 240–250 mg driemaal per dag; 4–6 jaar: 240–250 mg viermaal per dag; 6–9 jaar: 500 mg twee- à driemaal per dag; 9–12 jaar: 500 mg driemaal per dag; 12–15 jaar: 1000 mg twee- à driemaal per dag. Parenteraal: lichaamsgewicht 10–50 kg: 15 mg/kg lichaamsgewicht per keer tot viermaal per dag met een interval van ten minste 4 uur; max. 60 mg/kg per dag.
Het toedieningsinterval moet bij kinderen ten minste 4 uur bedragen. Bij kinderen tot 4 jaar wordt toediening langer dan 2 dagen ontraden.
Bij intraveneuze toediening bij ernstige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 30 ml/min.) een interval van ten minste 6 uur aanhouden.
De tablet 'Zapp' zonder stukbijten met een ruime hoeveelheid water innemen. De smelttablet opzuigen zonder te kauwen. De kauwtabletten kauwen of fijngemaakt met vloeistof innemen. De overige tabletten in een ruime hoeveelheid water uiteen laten vallen en goed roeren.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.