bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
paracetamol/codeïne [N02BE51]
Paracetamol-Codeïne Tabletten [Diverse fabrikanten]
Tablet. Bevat per tablet: paracetamol 500 mg, codeïnefosfaat 10 mg.
Tablet. Bevat per tablet: paracetamol 500 mg, codeïnefosfaat 20 mg.
Tablet. Bevat per tablet: paracetamol 500 mg, codeïnefosfaat 50 mg.
Paracetamol-Codeïne Zetpillen FNA [formularium der Nederlandse Apothekers]
Zetpil. Bevat per zetpil: paracetamol 500 mg, codeïnefosfaat 10 mg.
Zetpil. Bevat per zetpil: paracetamol 500 mg, codeïnefosfaat 40 mg.
Zetpil. Bevat per zetpil: paracetamol 1000 mg, codeïnefosfaat 20 mg.
Zetpil. Bevat per zetpil: paracetamol 1000 mg, codeïnefosfaat 60 mg. Andere combinaties zijn mogelijk. (Paracodzetpillen FNA, Suppositoria paracetamoli et codeini FNA)
Zetpil 'voor kinderen'. Bevat per zetpil: paracetamol 250 mg, codeïnefosfaat 5 mg. (Paracodzetpillen voor kinderen FNA, Suppositoria paracetamoli et codeini pro infantibus FNA).
CFH-Advies
Opioïden dienen niet te worden toegepast bij de behandeling van lichte tot matige pijn en koorts. De werkzaamheid van het toevoegen van codeïne is niet in klinische studies aangetoond. Gebruik van vaste combinaties wordt ontraden.

Eigenschappen
Paracetamol heeft analgetische en antipyretische werking. Codeïne is een opiumalkaloïd met naast analgetische tevens sedatieve, obstiperende en hoestprikkeldempende werking. Dit preparaat valt onder de bepalingen van de Opiumwet, maar niet in zijn volle omvang.

Indicaties
(5–10 mg codeïne) Lichte tot matige pijn. Koorts.
(20–60 mg codeïne) Matig hevige pijn na falen van enkelvoudige therapie, bijvoorbeeld na een operatie of bij maligne aandoeningen.

Contra-indicaties
Verminderde ademhalingsreserve (astma, emfyseem). intracraniële laesies. Leverinsufficiëntie.

Zwangerschap/Lactatie
Over het gebruik van dit preparaat tijdens zwangerschap bij de mens en over de effecten in de dierproef bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Paracetamol en codeïne passeren de placenta. Niet gebruiken vlak vóór (2–3 uur) en tijdens de partus in verband met mogelijke ademhalingsdepressie bij de neonaat.
Paracetamol en codeïne gaan over in de moedermelk. Niet gebruiken tijdens borstvoeding.

Bijwerkingen
Overgevoeligheidsreacties zoals exantheem, urticaria, koorts, agranulocytose (na langdurig gebruik), trombocytopenie en hemolytische anemie kunnen optreden. Misselijkheid, braken, obstipatie. Sufheid, slaperigheid. Vooral bij hoge dosering: opwinding, angst en ademhalingsdepressie. In het bijzonder bij kleine kinderen is er gevaar voor convulsies, ademhalingsdepressie en hypotensie. Na langdurig gebruik van hoge doses paracetamol zijn nefropathieën (interstitiële nefritis, tubulaire necrose) gezien. Leverbeschadiging (leverfalen, acute hepatitis) kan reeds optreden na doses van 6 g (bij kinderen > 140 mg/kg lichaamsgewicht), hogere doses veroorzaken irreversibele levernecrose. Ook is leverbeschadiging gerapporteerd na chronisch gebruik van 3–4 g. Acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulosis, toxische epidermale necrolyse en geneesmiddel geïnduceerde dermatose zijn in enkele gevallen gemeld.

Interacties
Alcohol en andere centraal dempende stoffen versterken het centrale effect van codeïne (sedering, ademhalingsdepressie). Actieve kool en cholestyramine kunnen de resorptie van paracetamol verminderen. Bij chronisch alcoholgebruik (en waarschijnlijk ook van barbituraten) kan reeds bij therapeutische doseringen hepatotoxiciteit optreden door versnelde en verhoogde vorming van toxische metabolieten. Bij gelijktijdig chronisch gebruik van paracetamol en zidovudine komt neutropenie vaker voor, vermoedelijk door een verminderd metabolisme van zidovudine.

Waarschuwingen en voorzorgen
Voorzichtigheid is geboden bij lever- en nierfunctiestoornissen, chronisch alcoholgebruik, dehydratie en chronische ondervoeding. Langdurig of veelvuldig gebruik wordt ontraden. Codeïne kan – hoewel zelden – leiden tot afhankelijkheid. Ter voorkoming van obstipatie bij chronisch gebruik een laxeermiddel voorschrijven. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Overdosering
Met name bij ouderen, kleine kinderen, bij leveraandoeningen, chronisch alcoholgebruik, chronische ondervoeding en bij gebruik van enzyminducerende middelen is er een risico op intoxicatie. Overdosering kan fataal zijn. Een dosis van 25 g paracetamol wordt als dodelijk beschouwd, de letale dosis codeïne wordt geschat op 0,5–1,0 g (7–14 mg/kg lichaamsgewicht).
Symptomen: anorexie, misselijkheid, braken, bleekheid en abdominale pijn treden gewoonlijk binnen 24 uur op. Bewusteloosheid treedt in het algemeen niet op. Leverbeschadiging (geelzucht, levernecrose) treedt op indien de paracetamoldosis de verwerkingscapaciteit overbelast. Een overdosis van 6 g of meer bij volwassenen of > 140–150 mg/kg lichaamsgewicht bij kinderen veroorzaakt hepatische cytolyse, resulterend in hepatocellulaire insufficiëntie, metabole acidose en encefalopathie, welke kunnen leiden tot coma en dood. Gelijktijdig zijn verhoogde spiegels van levertransaminasen, lactaatdehydrogenase en bilirubine waargenomen in combinatie met verlaagde protrombinespiegels (12–48 uur na toediening). Klinische verschijnselen van leverbeschadiging zijn gewoonlijk zichtbaar na twee dagen en zijn maximaal na 4–6 dagen. Verder kunnen optreden: slaperigheid, roodkleuring van de huid, miosis, jeuk, ataxie, hoofdpijn, obstipatie, urineretentie en nierbeschadiging, ademhalingsdepressie tot apneu (zelfs na enige uren); in zeldzame gevallen pancreatitis.
Therapie: Onmiddellijke ziekenhuisopname, maag spoelen gevolgd door geactiveerde kool en natriumsulfaat. Als antidotum N-acetylcysteïne i.v. of oraal toedienen (indien de gemeten paracetamolspiegel daartoe aanleiding geeft), bij voorkeur binnen 8–10 uur na inname van de overdosis; bij toediening van N-acetylcysteïne na 10 uur kan het effect afnemen en wordt een verlengde behandeling gegeven. Antidotum tegen codeïne: naloxon. Bij inname van > 2 mg codeïne/kg vanwege kans op apneu enige uren intensive-care bewaking.

Dosering
Volwassenen: 500–1000 mg paracetamol per keer, zo nodig vier- tot zesmaal per dag; max. 4 g paracetamol en 200 mg codeïne per dag; bij chronisch gebruik max. 2,5 g paracetamol per dag, bij chronisch alcoholgebruik max. 2 g. Kinderen: 12 jaar en ouder: 250 mg paracetamol per keer, max. 1 g paracetamol en 20 mg codeïne per dag; 7–11 jaar: 250 mg paracetamol per keer, max. 750 mg paracetamol en 15 mg codeïne per dag; 3–6 jaar: 1 kinderzetpil een- tot driemaal per dag.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.