bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
paracetamol/coffeïne [N02BE51]
Finimal [Roche Consumer Health]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Tablet. Bevat per tablet: paracetamol 500 mg, coffeïne 50 mg.
Panadol Plus [GlaxoSmithKline Consumer Healthcare bv]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Tablet, omhuld 'Gladde'. Bevat per tablet: paracetamol 500 mg, coffeïne 65 mg.
Paracetamol Comp. [Diverse fabrikanten]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Tablet. Bevat per tablet: paracetamol 500 mg, coffeïne 50 mg.
Paracetamol-Coffeïne Capsules/Tabletten [Diverse fabrikanten]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Capsule/Tablet. Bevat per capsule/tablet: paracetamol 500 mg, coffeïne 50 mg.
Paracof Roter [Imgroma]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Tablet. Bevat per tablet: paracetamol 500 mg, coffeïne 50 mg.
Witte Kruis [Vemedia bv]Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.Zelfzorgmiddel ('over the counter').
Poeder. Bevat per poeder: paracetamol 500 mg, coffeïne 50 mg.
CFH-Advies
Indien met paracetamol niet wordt uitgekomen, kan het toevoegen van coffeïne zinvol zijn.

Eigenschappen
Paracetamol heeft analgetische en antipyretische werking. Coffeïne heeft een centraal stimulerend effect.

Kinetische gegevens
Resorptie: paracetamol oraal snel en vrijwel volledig (gemiddelde biologische beschikbaarheid is ca. 80%), rectaal langzamer. Tmax = ½–2 uur. Vd = 1 l/kg. Plasma-eiwitbinding: te verwaarlozen bij therapeutische doses, bij hogere dosering neemt deze toe. Metabolisering: in de lever, klein deel door cytochroom P450 tot zeer reactieve metaboliet, die normaliter snel wordt geïnactiveerd door conjugatie met glutathion. (Overdosering kan de glutathionvoorraad uitputten en zo leiden tot acute leverbeschadiging). Eliminatie: met de urine, vnl. als glucuronide en sulfaatconjugaat, < 5% onveranderd; bij nierfunctiestoornissen cumulatie geconjugeerde metabolieten. T1/2 = 1–4 uur.

Indicaties
Lichte tot matige pijn. Postoperatieve pijn. Koorts.

Zwangerschap/Lactatie
Over het gebruik van dit preparaat tijdens zwangerschap bij de mens en over de effecten in de dierproef bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Paracetamol passeert de placenta.
Paracetamol en coffeïne gaan over in de moedermelk.

Bijwerkingen
In therapeutische dosering treden weinig bijwerkingen op. Overgevoeligheidsreacties zoals exantheem, urticaria, koorts, angio-oedeem, rinitis, bronchospasmen en anafylactische shock kunnen optreden. Zelden bloedbeeldafwijkingen als agranulocytose (na langdurig gebruik), trombocytopenie, hemolytische anemie. Na langdurig gebruik van hoge doses paracetamol zijn nefropathieën (interstitiële nefritis, tubulaire necrose) gezien. Leverfalen, acute hepatitis. Leverbeschadiging kan reeds optreden na doses van 6 g (bij kinderen > 140 mg/kg) paracetamol, hogere doses veroorzaken irreversibele levernecrose. Ook is leverbeschadiging gerapporteerd na chronisch gebruik van 3–4 g. Acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulosis, toxische epidermale necrolyse en geneesmiddel geïnduceerde dermatose zijn in enkele gevallen gemeld.

Interacties
Bij langdurig gebruik en in hoge dosering kan de werking van orale anticoagulantia worden versterkt. Actieve kool en cholestyramine kunnen de resorptie van paracetamol verminderen. Bij chronisch alcoholgebruik (en waarschijnlijk ook van barbituraten) kan reeds bij therapeutische doseringen hepatotoxiciteit optreden door versnelde en verhoogde vorming van toxische metabolieten. Bij gelijktijdig chronisch gebruik van paracetamol en zidovudine komt neutropenie vaker voor, vermoedelijk door een verminderd metabolisme van zidovudine.

Waarschuwingen en voorzorgen
Voorzichtigheid is geboden bij lever- en nierfunctiestoornissen, chronisch alcoholgebruik, dehydratie en chronische ondervoeding. Langdurig of veelvuldig gebruik wordt ontraden. De tabletten kunnen kaliumsorbaat bevatten; sorbinezuur kan leiden tot dermatitis.

Overdosering
Met name bij ouderen, kleine kinderen, bij leveraandoeningen, chronisch alcoholgebruik, chronische ondervoeding en bij gebruik van enzyminducerende middelen is er een risico op intoxicatie met paracetamol. Overdosering kan fataal zijn. Een dosis van 25 g paracetamol wordt als dodelijk beschouwd.
Symptomen: Anorexie, misselijkheid, braken bleekheid en abdominale pijn treden gewoonlijk binnen 24 uur op. Bewusteloosheid treedt in het algemeen niet op. Leverbeschadiging (geelzucht, levernecrose) treedt op indien de paracetamoldosis de verwerkingscapaciteit overbelast. Een overdoses van 6 g of meer (bij kinderen > 140–150 mg/kg lichaamsgewicht) veroorzaakt hepatische cytolyse, resulterend in hepatocellulaire insufficiëntie, metabole acidose en encefalopathie, welke kunnen leiden tot coma en dood. Gelijktijdig zijn verhoogde spiegels van levertransaminasen, lactaatdehydrogenase en bilirubine waargenomen in combinatie met verlaagde protrombinespiegels (12–48 uur na toediening). Klinische verschijnselen van leverbeschadiging zijn gewoonlijk zichtbaar na twee dagen en zijn maximaal na 4–6 dagen.
Therapie: Onmiddellijke ziekenhuisopname, maag spoelen gevolgd door geactiveerde kool en natriumsulfaat. Als antidotum N-acetylcysteïne i.v. of oraal toedienen (indien de gemeten paracetamolspiegel daartoe aanleiding geeft),bij voorkeur binnen 8–10 uur na inname van de overdosis; bij toediening van N-acetylcysteïne na 10 uur kan het effect afnemen en wordt een verlengde behandeling gegeven.

Dosering
Volwassenen en kinderen vanaf 15 jaar: 1–2 capsules/poeders/tabletten per keer; max. 4 g paracetamol per dag, bij chronisch gebruik max. 2,5 g per dag en bij chronisch alcoholgebruik max. 2 g. Kinderen: 6–9 jaar (22–30 kg): ½ poeder/tablet per keer, max. vier- tot zesmaal per dag; 9–12 jaar (30–40 kg): 1 capsule/poeder/tablet per keer, max. drie- à viermaal per dag; 12–15 jaar (40–55 kg): 1 capsule/poeder/tablet per keer, max. vier- tot zesmaal per dag. Het toedieningsinterval bij kinderen moet ten minste 4 uur bedragen.
De capsules innemen met een ruime hoeveelheid water. De tabletten in een ruime hoeveelheid water uiteen laten vallen, de poeders oplossen in een glas water en goed roeren; water nadrinken.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.