bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
paracetamol/tramadol [N02AX52]
Zaldiar [Grünenthal bv]
Tablet, omhuld. Bevat per tablet: paracetamol 325 mg, tramadol (hydrochloride) 37,5 mg.
CFH-Advies
Opioïden kunnen worden toegepast in gevallen waarbij niet-opioïden in maximale dosering onvoldoende werkzaam of niet toepasbaar zijn. Bij pijn na traumata wordt de voorkeur gegeven aan prostaglandinesynthetaseremmers. Bij de behandeling van chronische pijn wordt in eerste instantie gekozen voor paracetamol in een voldoende dosering: 500–1000 mg tot viermaal per dag. Bij onvoldoende resultaat kan aan een maximale dosis paracetamol een opioïd worden toegevoegd, bijvoorbeeld tramadol in een dosering van 50–100 mg drie- tot viermaal per dag. De dosering van het opioïd kan dan aan de individuele behoefte van de patiënt worden aangepast. Met een vaste combinatie van paracetamol en tramadol is deze individuele instelling niet mogelijk.

Eigenschappen
Paracetamol heeft analgetische en antipyretische werking. Tramadol is een opiaatagonist met een matig analgetische werking. Daarnaast heeft tramadol een antitussief effect.
Voor meer informatie over de eigenschappen wordt verwezen naar de preparaatteksten van de afzonderlijke bestanddelen.

Indicaties
Symptomatische behandeling van matige tot ernstige pijn bij patiënten waarvoor behandeling met combinatie van paracetamol en tramadol nodig is.

Contra-indicaties
Ernstige lever- en/of nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 10 ml/min). Overgevoeligheid voor opioïden. Terughoudendheid is geboden bij epilepsie, bij risico op convulsies, hersentrauma, verhoogde intracraniële druk, shock, convulsieve aandoeningen en bij overmatige slijmvorming in de luchtwegen; daarnaast bij astma, ernstige respiratoire insufficiëntie of verminderde ademreserve (m.n. bij gelijktijdig gebruik van centraal depressieve middelen of indien de aanbevolen dosering wordt overschreden).

Zwangerschap/Lactatie
Over het gebruik van dit preparaat tijdens zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Paracetamol en tramadol passeren de placenta. Indien pijnbehandeling met een tramadol bevattend preparaat tijdens de zwangerschap wenselijk is het gebruik beperken tot een enkelvoudige dosis. Toepassing van tramadol aan het eind van de zwangerschap kan ademhalingsdepressie bij de pasgeborenen veroorzaken.
Paracetamol en tramadol gaan over in de moedermelk. Niet gebruiken tijdens zwangerschap en lactatie.

Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, duizeligheid, slaperigheid. Vaak (1-10%): braken, obstipatie, diarree, buikpijn, droge mond, dyspepsie, flatulentie, hoofdpijn, beven, psychische reacties (stemmingsveranderingen, cognitieve en sensorische stoornissen), verwardheid, slaapstoornissen, zweten, jeuk. Soms (0,1-1%): dysfagie, melaena, dyspneu, hypertensie, hartkloppingen, tachycardie, aritmie, spiercontracties, paresthesie, tinnitus, stijging van leverenzymwaarden, albuminurie, mictiestoornissen (dysurie, urineretentie), huiduitslag, urticaria, rillingen, opvliegers, thoracale pijn, depressie, hallucinaties, nachtmerries, amnesie. Zelden (< 0,1%): convulsies, ataxie, wazig zien, asthenie, anorexie, allergische reacties (bronchospasme, angio-oedeem), anafylaxie. Ademhalingsdepressie kan optreden. Overgevoeligheidsreacties, agranulocytose (na langdurig gebruik), trombocytopenie en hemolytische anemie kunnen optreden.

Interacties
Gelijktijdig gebruik van alcohol of andere centraal depressieve stoffen (zoals anaesthetica, antipsychotica, anxiolytica, hypnotica en sedativa) kan de depressieve werking van tramadol op het centrale zenuwstelsel versterken (meer kans op ademhalingsdepressie, versterkte sedering). Carbamazepine kan door enzyminductie de plasmaspiegel van tramadol en O-desmethyltramadol verlagen en het analgetisch effect verminderen. Het risico van convulsies kan worden vergroot door gelijktijdig gebruik van SSRI's of tricyclische antidepressiva, bupropion, antipsychotica en andere middelen die de aanvalsdrempel voor insulten kunnen verlagen. Ritonavir kan de serumconcentratie van tramadol verhogen. Bij langdurig gebruik en in hoge dosering kan de werking van orale anticoagulantia worden versterkt. Actieve kool en cholestyramine kunnen de absorptie van paracetamol verminderen. Bij chronisch alcoholgebruik (en waarschijnlijk ook van barbituraten) kan eerder hepatotoxiciteit optreden bij overdosering van paracetamol door versnelde en verhoogde vorming van toxische metabolieten. Bij gelijktijdig chronisch gebruik van paracetamol en zidovudine komt neutropenie vaker voor, vermoedelijk door een verminderd metabolisme van zidovudine. Vermijd het gelijktijdig of korter dan 2 weken tevoren gebruik van MAO-remmers.

Waarschuwingen en voorzorgen
Voorzichtigheid is geboden bij licht tot matig gestoorde lever- en nierfunctie. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Bij acute buik bemoeilijkt tramadol de diagnosestelling. Bij gebruik van tramadol in therapeutische doseringen zijn onthoudingsverschijnselen opgetreden. Bij langdurig gebruik kunnen gewenning en afhankelijkheid optreden. Misbruik is zeer zelden gezien. Langdurig of veelvuldig gebruik wordt ontraden.

Overdosering
Symptomen: De eerste 24 uur vaak anorexie, misselijkheid, braken en malaise. Bewusteloosheid treedt in het algemeen niet op. Nierbeschadiging kan optreden, in zeldzame gevallen pancreatitis. Ademhalingsdepressie, depressie van het centrale zenuwstelsel (van stupor tot coma), hypothermie, bradycardie, hypotensie en shock
Een dosis van 25 g paracetamol wordt als dodelijk beschouwd. Leverbeschadiging (geelzucht, levernecrose) treedt op indien de paracetamoldosis de verwerkingscapaciteit overbelast; dat is bij doses van 6 g of meer (bij kinderen > 140 mg/kg).
Therapie: maag spoelen en acetylcysteïne toedienen (binnen 24 uur na inname van de overdosis). I.v.: 0,4 mg naloxon, zo nodig na 2–3 min herhalen; max. 1,2 mg; kinderen: 10 microg/kg lichaamsgewicht. Convulsies bestrijden met diazepam. Naloxon kan de kans op stuipen verhogen.

Dosering
Volwassenen en kinderen ≥ 12 j.: begindosering: 2 tabletten, zo nodig herhalen met een doseringsinterval van minimaal 6 uur; max. 8 tabletten (= 2600 mg paracetamol en 300 mg tramadol) per dag. Bij matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring 10–30 ml/min) het doseringsinterval verlengen naar 12 uur; ook bij matige leverinsufficiëntie verlenging van het doseringsinterval overwegen.
De tabletten in hun geheel innemen met voldoende vloeistof; niet breken of kauwen

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.