bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
paroxetine [N06AB05]
Paroxetine Tabletten [Diverse fabrikanten]
(als hydrochloride)
Tablet 10 mg, 20 mg, 30 mg.
(als hydrochloridehemihydraat)
Tablet 20 mg, 30 mg.
(als mesilaat)
Tablet 20 mg.
Seroxat [GlaxoSmithKline bv]
(als hydrochloridehemihydraat)
Suspensie 2 mg/ml; 150 ml. De suspensie bevat als conserveermiddelen methyl- en propylparahydroxybenzoaat.
Tablet 20 mg, 30 mg.
CFH-Advies
Bij de behandeling van een depressie, obsessief compulsieve stoornis en paniekstoornis geschiedt de keuze van een antidepressivum op basis van de ernst van de aandoening, comorbiditeit, bijwerkingen, de ervaring en de prijs. De werkzaamheid bij milde tot matige depressie is van alle antidepressiva gelijk. Bij ernstige depressie gaat de voorkeur uit naar de TCA's. De SSRI's behoren tot de duurdere antidepressiva.
De werkzaamheid bij paniekstoornis met en zonder agorafobie is van de SSRI's ((es)citalopram, paroxetine) en van serotonerge TCA’s (clomipramine) vergelijkbaar.
Bij sociale angststoornis zonder comorbiditeit is cognitieve gedragstherapie de eerst aangewezen behandeling. Van de antidepressiva zijn alleen SSRI's (zoals paroxetine) werkzaam gebleken.
De werkzaamheid bij obsessieve compulsieve stoornis is van de SSRI’s (fluvoxamine, paroxetine) en van de serotonerge TCA clomipramine vergelijkbaar. Om het risico van terugval te voorkomen is een langdurige behandeling nodig, terwijl dit onvoldoende is onderzocht. Geadviseerd wordt de behandeling te stellen onder de verantwoording van een specialist met ervaring met de behandeling van obsessieve compulsieve stoornis.
Bij gegeneraliseerde angststoornis zijn paroxetine en venlafaxine [en imipramine] werkzaam gebleken. De plaats in de behandeling is echter nog niet helemaal duidelijk, evenmin als de optimale behandelduur.
Paroxetine is voor posttraumatische stressstoornis nog niet beoordeeld.

Eigenschappen
Specifieke serotonineheropnameremmer (SSRI). Het remt selectief de heropname van serotonine. Het bezit zwak anticholinerge eigenschappen. Werking: na twee weken merkbaar.

Kinetische gegevens
Resorptie: goed. First-pass-effect. Plasma-eiwitbinding: 95%. Metabolisering: in de lever tot inactieve metabolieten. Eliminatie: 64% als metaboliet met de urine en 2% onveranderd. T1/2el = 1 dag.

Indicaties
Depressies in engere zin, vooral die met vitale kenmerken. Obsessieve compulsieve stoornis (OCS). Paniekstoornis met of zonder agorafobie. Sociale fobie (sociale angststoornissen). Gegeneraliseerde angststoornis. Posttraumatische stressstoornis.

Zwangerschap/Lactatie
Bij gebruik van paroxetine door de moeder in het eerste trimester van de zwangerschap is er een licht vergroot risico van aangeboren hartafwijkingen bij het kind (m.n. ventrikelseptumdefecten). Na gebruik van SSRI's zijn in de laatste zwangerschapsfasen en direct voor de partus zijn bij de pasgeborene reacties gemeld, die kunnen wijzen op serotonerge effecten en ontwenningsverschijnselen.
Paroxetine gaat in kleine hoeveelheid over in de moedermelk; bij zuigelingen zijn geen geneesmiddeleffecten waargenomen. Borstvoeding kan worden overwogen.

Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, seksuele stoornissen. Vaak (1-10%): toename in cholesterolspiegel, slaperigheid, transpiratie, spierzwakte, slapeloosheid, agitatie, duizeligheid, sensorische aandoeningen, tremor, visusstoornissen, gapen, obstipatie, diarree, droge mond, asthenie, toename lichaamsgewicht, angst, hoofdpijn, en verminderde eetlust. Soms (0,1-1%): abnormale bloedingen (voornamelijk van huid en slijmvliezen), verwarring, hallucinaties, extrapiramidale aandoeningen, mydriasis, tachycardie, voorbijgaande stijging of daling van bloeddruk, posturale hypotensie, huiduitslag, jeuk, urineretentie, -incontinentie. Zelden (0,01-0,1%): hyponatriëmie met name bij ouderen en bij gebruik van diuretica (dit kan samenhangen met het SIADH), manie, agitatie, angst, acathisie, convulsies, bradycardie, stijging van leverenzymwaarden, hyperprolactinemie of galactorroe, artralgie, myalgie. Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie, allergische reacties zoals angio-oedeem, urticaria, 'serotoninesyndroom', extrapiramidale stoornissen waaronder orofaciale dystonie, acuut glaucoom, gastro-intestinale bloeding, ernstige leverfunctiestoornis, overgevoeligheid voor licht, priapisme, perifeer oedeem. Tinnitus. Bij abrupt staken van de behandeling kunnen onttrekkingsverschijnselen (bij 30%) zoals slaap- en gevoelsstoornissen, duizeligheid, agitatie of angst, misselijkheid en transpiratie optreden. Tijdens behandeling of vlak na stoppen zijn suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten gemeld.
Bij de suspensie (parabenen) urticaria, contactdermatitis en zelden bronchospasme.

Interacties
Gelijktijdig gebruik met pimozide is gecontra-indiceerd, omdat via een onbekend mechanisme paroxetine de bloedspiegel van pimozide kan verhogen en dit middel een smalle therapeutische index heeft. Gelijktijdig gebruik – en gebruik binnen twee weken na behandeling – met niet selectieve, irreversibele MAO-remmers is gecontra-indiceerd om het risico van het 'serotoninesyndroom' met ernstige en mogelijk fatale verschijnselen als agitatie, hyperthermie, tremor, convulsies, wisselend bewustzijn, transpiratie en delirium te vermijden. Niet binnen 24 uur na een reversibele MAO-remmer (moclobemide) gebruiken. Niet binnen een week na staken van paroxetine starten met een MAO-remmer. Gelijktijdig gebruik met moclobemide en selegiline wordt sterk ontraden, vanwege de kans op het serotoninesyndroom en omdat beide via CYP2D6 worden gemetaboliseerd. Verder vanwege de kans op een serotoninesyndroom: linezolid alleen gelijktijdig gebruiken mits er controle is op symptomen van het serotoninesyndroom en de bloeddruk; en combinatie met serotonineprecursors (L-tryptofaan), triptanen, tramadol, andere SSRI's, dextromethorfan en preparaten die hypericum/sint-janskruid bevatten, vermijden. Gelijktijdig gebruik van SSRI's met lithium of tryptofaan kan leiden tot een hogere incidentie van bijwerkingen. Middelen die het microsomale enzymsysteem van de lever remmen, zoals cimetidine, kunnen de biologische beschikbaarheid doen verhogen. Gelijktijdig gebruik van fenytoïne en andere anticonvulsiva kan leiden tot stijging van de incidentie van bijwerkingen. Fosamprenavir/ritonavir kan de plasmaconcentratie met 55% verlagen. Paroxetine is een krachtige remmer van CYP2D6 en kan de werking van middelen die via CYP2D6 worden gemetaboliseerd, zoals klasse IC-anti-aritmica, andere SSRI's, antipsychotica (perfenazine, risperidon), atomoxetine en tricyclische antidepressiva mogelijk versterken. Bij gebruik van middelen die de bloedstolling verminderen, dient men rekening te houden met een mogelijk verlengde bloedingstijd door SSRI's. Dagelijks gebruik verhoogt de plasmaconcentratie van procyclidine. Bij de suspensie is voorzichtigheid geboden met gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die de pH van de maag verhogen.

Waarschuwingen en voorzorgen
Omdat elk psychoactief geneesmiddel het beoordelings- en reactievermogen kan verminderen, is voorzichtigheid geboden bij het besturen van motorvoertuigen of het bedienen van machines. Bij optreden van een combinatie van symptomen als agitatie, tremoren, myoklonieën en hyperthermie dient men verdacht te zijn op het serotoninesyndroom. Bij optreden van insulten, leverfunctiestoornissen, manie, het 'serotoninesyndroom' of het maligne antipsychoticasyndroom de medicatie staken. Voorzichtigheid is geboden bij epilepsie, diabetes mellitus, hartaandoeningen, risico van hyponatriëmie en een vergroot bloedingsrisico. Een onderliggende manie kan verergeren of manifest worden. Met gelijktijdige toepassing van ECT ('electro convulsive therapy') bestaat weinig ervaring. Bij overzetten van tablet naar suspensie dient men rekening te houden dat bij de suspensie het vrijkomen van de actieve stof afhankelijk is van de zuurgraad van de maag. Een behandeling niet plotseling staken; de dosering geleidelijk (in stappen van 10 mg gedurende een aantal weken of maanden) afbouwen om onttrekkingsverschijnselen te voorkomen. De voortplantingsfunctie bij ratten wordt negatief beïnvloed Bij suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten in de anamnese, evenals bij patiënten jonger dan 25 jaar bestaat een vergroot risico van suïcide en suïcidale gedachten en is goede vervolging aangewezen. Ter voorkoming van suïcidepogingen dient de patiënt niet over grote hoeveelheden antidepressiva te kunnen beschikken. Indien acathisie ontstaat, kan een verhoging van de dosering schadelijk zijn. Niet gebruiken bij kinderen en adolescenten (7–17 j.) vanwege een vergroot risico van suïcidaal gedrag en vijandigheid, terwijl de werkzaamheid niet voldoende is aangetoond en er onvoldoende gegevens zijn over het effect op groei en op de seksuele, cognitieve, emotionele ontwikkeling. Vanwege onvoldoende gegevens niet toedienen aan kinderen onder de zeven jaar. De werkzaamheid op de lange termijn is bij sociale angststoornis, gegeneraliseerde angststoornis en post-traumatische stressstoornis nog onvoldoende aangetoond.

Dosering
Tijdens het ontbijt 1×/dag doseren. Ouderen maximum dosering 40 mg per dag. Bij leverfunctiestoornis en ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min.):dosering beperken tot het lage uiteinde van het doseringsbereik.
Depressie: 20 mg per dag ; indien nodig de dosering met tussenpozen van ten minste 2 weken geleidelijk verhogen, max. 50 mg per dag; De behandeling voortzetten totdat de symptomen zijn verdwenen, ten minste 6 maanden.
Obsessieve compulsieve stoornis: begindosering 20 mg per dag, geleidelijk in stappen van 10 mg verhogen tot aanbevolen dosering van 40 mg per dag; voor sommige tot max. 60 mg per dag. De behandeling enkele maanden of langer voortzetten totdat de symptomen verdwenen zijn.
Paniekstoornis: begindosering 10 mg per dag (om te voorkomen dat een verslechtering van de symptomen optreedt zoals men in het begin van de behandeling kan verwachten), vervolgens geleidelijk verhogen in stappen van 10 mg tot aanbevolen dosering van 40 mg per dag; voor sommige kan 60 mg per dag nodig zijn. De behandeling voortzetten totdat de symptomen zijn verdwenen, enkele maanden of langer.
Sociale fobie: aanbevolen dosering 20 mg 1×/dag, indien nodig na een aantal weken in stappen van 10 mg verhogen tot max. 50 mg per dag. Langdurig gebruik regelmatig evalueren.
Gegeneraliseerde angststoornis: aanbevolen dosering 20 mg per dag, indien nodig verhogen met stappen van 10 mg tot max. 50 mg per dag. Langdurig gebruik regelmatig evalueren.
Post-traumatische stressstoornis: aanbevolen dosering 20 mg per dag, indien nodig verhogen met stappen van 10 mg tot max. 50 mg per dag. Langdurig gebruik regelmatig evalueren.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.