CFH-Advies
Bij de behandeling van uitwendige condylomata acuminata is de lokale toediening van podofyllotoxine een goede keus.
Podofyllotoxine is het werkzame bestanddeel van podofylline(hars), dat uit plantenextracten wordt bereid. Het remt de metafase van delende cellen, waarbij het zich hecht op ten minste één bindingsgroep van het tubuline. Binding voorkomt polymerisatie van tubuline, dat voor de opbouw van microtubuli noodzakelijk is. Hogere concentraties remmen ook het nucleosidentransport door de celmembraan. Aangenomen wordt dat de werking wordt veroorzaakt door remming van de groei en het vermogen om het weefsel van viraal geïnfecteerde cellen binnen te dringen.
Kinetische gegevens Resorptie: gering na lokale toepassing.
Uitwendige condylomata acuminata.
Kinderen. Applicatie op grote slijmvliesoppervlakken. Open wonden. Niet gebruiken in combinatie met andere podofyllinepreparaten in verband met mogelijke toxiciteitverschijnselen.
Uit waarnemingen bij de mens zijn aanwijzingen verkregen dat podofylline schadelijk kan zijn voor de vrucht. Dergelijke waarnemingen zijn tot nu toe niet gemeld bij behandeling met podofyllotoxine. Aangezien podofyllotoxine echter een mitoseremmer is, dient het niet te worden gebruikt tijdens zwangerschap en lactatie.
Pijn bij het appliceren. Verder: roodheid, jeuk, schrijnen en/of oppervlakkige ulceratie van het epitheel in het behandelde gebied. Lokale irritatie kan optreden op de tweede of derde dag van behandeling; dit houdt verband met beginnende necrose van de wrat. Soms oedeem en balanoposthitis, vooral bij grote wratten in de preputiumholte.
Waarschuwingen en voorzorgen
Na aanbrengen de applicatievloeistof goed laten drogen. Contact met gezond weefsel of slijmvliezen moet worden voorkomen door bescherming met bv. vaseline. Niet aanbrengen op relatief grote oppervlakken slijmvlies of beschadigde huid, gezien de mogelijk ernstige systemische reacties. Podofyllotoxine mag niet in contact komen met het oog wegens zeer ernstige irritatie; indien dit gebeurt onmiddellijk en langdurig uitspoelen met water.
Symptomen: misselijkheid, braken, buikpijn en diarree. Beenmergdepressie (leukopenie, trombocytopenie), nier- en leverfunctiestoornissen, tachypneu, respiratoire insufficiëntie, perifere polyneuropathie, autonome neuropathie en centrale effecten, variërend van milde convulsies tot coma. Voor toepassing de aangedane huid met water en zeep wassen en goed afdrogen.
Op elke wrat tweemaal per dag gedurende 3 opeenvolgende dagen crème of applicatievloeistof (met de bijgeleverde applicator) aanbrengen. Eventueel kan de kuur iedere week worden herhaald, maximaal gedurende 4 (crème) of 5 (applicatievloeistof) opeenvolgende weken.
|