CFH-Advies
Corticosteroïd-oogdruppels of -oogzalf dienen door een oogarts te worden voorgeschreven. Veelal kan worden uitgekomen met zwak werkende corticosteroïden (bv. prednisolon). Het gebruik van de Minims dient beperkt te blijven tot de (poli)kliniek of gebleken overgevoeligheid voor het conserveermiddel.
Zwak werkend corticosteroïd. Corticosteroïden hebben een anti-inflammatoire en vasoconstrictieve werking. Zij onderdrukken de ontstekingsreactie en de symptomen van verschillende aandoeningen, echter zonder de eraan ten grondslag liggende aandoeningen te genezen. Door de lipofiele eigenschappen van prednisolon penetreert het goed en volledig door het cornea-epitheel.
Kinetische gegevens Resorptie: snel en volledig via cornea-epitheel. Metabolisering: snel tot actieve metabolieten.
Inflammatoire, niet-infectieuze oogaandoeningen (keratoconjunctivitis vernalis, keratitis marginalis, stroma-oedeem bij keratiden, iridocyclitis, episcleritis, papillitis, neuritis optica). Postoperatieve prikkelingsverschijnselen van het voorste oogsegment (alleen de 1%-oplossing).
Aandoeningen, veroorzaakt door een bacterie, virus, schimmel, gist of parasiet. Ulcereuze aandoeningen, wonden. Overgevoeligheid voor corticosteroïden en/of voor benzalkoniumchloride (oogdruppels).
Over het gebruik van corticosteroïden op het oog gedurende zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te kunnen beoordelen. Bij dierproeven zijn corticosteroïden teratogeen gebleken. Corticosteroïden passeren de placenta.
Soms een prikkelend of brandend gevoel in het oog. Langdurig gebruik van corticosteroïd-oogdruppels kan leiden tot onderdrukking van de bijnierschorsfunctie en in zeldzame gevallen tot cataracta subcapsularis posterior en verhoogde intra-oculaire druk (glaucoom).
Waarschuwingen en voorzorgen
In verband met de mogelijkheid van verhoging van de intra-oculaire druk is adequate controle vereist. Corticosteroïden kunnen een ooginfectie maskeren of verergeren. Bij periodiek onderzoek dienen vooral cornea en lens te worden gecontroleerd i.v.m. de kans op verweking of cataract. Tijdens gebruik van een benzalkoniumchloride bevattend preparaat geen zachte contactlenzen dragen, harde contactlenzen niet tot 45 minuten na indruppelen. Door tijdens of direct na toediening van de oogdruppels de traanbuis 1–3 minuten dicht te drukken wordt de kans op systemische reacties verminderd. Voorkomen wordt dat de druppeloplossing snel afvloeit naar de neus- en keelholte. Minims zijn bestemd voor eenmalig gebruik; na toepassing weggooien. De veiligheid van de oogdruppels 10 mg/ml bij kinderen is niet vastgesteld.
1–2 druppels 0,5% iedere 1–2 uur in de conjunctivaalzak of 1 druppel 1% twee- tot viermaal per dag; bij verbetering dosering verlagen tot 1–2 druppels 0,5% of een weinig oogzalf drie- à viermaal per dag. De oogzalf bij voorkeur 's avonds gebruiken.
|