afdrukken
Citanest [AstraZeneca bv]
(hydrochloride)
Injectievloeistof 10 mg/ml; flacon 50 ml. Conserveermiddel: methylparahydroxybenzoaat.
Injectievloeistof 20 mg/ml; flacon 50 ml. Conserveermiddel: methylparahydroxybenzoaat.
CFH-Advies
Gezien het indicatiegebied zal de toepassing van prilocaïne in hoofdzaak beperkt blijven tot de kliniek. Voor zover buiten de kliniek gebruikt, behoort het tot de zogenaamde spreekkamerutensiliën, die reeds in het honorarium van de arts c.q. tandarts zijn inbegrepen.

Eigenschappen
Lokaal anaestheticum van het amidetype met middellange werkingsduur. Werking: na 5–20 min. Werkingsduur: afhankelijk van type blokkade 1–5 uur.

Kinetische gegevens
Metabolisering: in lever, nieren en longen door amidasen tot o.a. toxisch o-toluïdine. T1/2el = 1½ uur.

Indicaties
Volwassenen en kinderen vanaf 6 maanden: Infiltratie-anesthesie, geleidingsanesthesie, epidurale anesthesie en intraveneuze regionale anesthesie bij kleine chirurgische ingrepen.

Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor lokale anaesthetica van het amidetype of voor het conserveermiddel. Ontstoken weefsel.

Zwangerschap/Lactatie
Prilocaïne passeert de placenta. Gebruik van hoge dosering tijdens zwangerschap of bevalling kan bij de neonaat methemoglobinemie veroorzaken en mogelijk foetale bradycardie, acidose en centrale demping. Advies: kan in lage dosis worden gebruikt.
Advies: niet gebruiken tijdens lactatie.

Bijwerkingen
Zeer vaak (> 10%): met name na epidurale blokkade hypotensie, misselijkheid. Vaak (1-10%): paresthesie, duizeligheid, braken. Soms (0,1-1%): centrale toxiciteit (convulsie, gevoelloze tong, hyperacusis, visusstoornis, tremor, tinnitus, dysartrie, bewusteloosheid), bradycardie, hypertensie. Zelden (0,01-0,1%): allergische en anafylactische reacties, neuropathie, perifere zenuwbeschadiging (aanhoudende anesthesie, parese van onderste extremiteiten, verlies van sfinctercontrole), methemoglobinemie en cyanose, arachnoïditis, diplopie, hartstilstand, hartaritmieën, ademhalingsdepressie. Vooral na hoge doses, te snelle resorptie of per abuis gegeven intravasculaire injectie kunnen verschijnselen van overdosering optreden.

Interacties
Toediening van lokaal anaesthetica met vasoconstrictoren leidt tot langere werkingsduur met lagere bloedspiegels van het anaestheticum. Toediening van heparine, prostaglandinesynthetaseremmers en plasmavervangers (m.n. dextranen) kan neiging tot bloeden na injectie van een lokaal anaestheticum vergroten. Onder antistolling is controle van stollingsstatus noodzakelijk, met name bij epidurale of subarachnoïdale anesthesie vanwege het risico van aanprikken van een vat. Controle van de stollingsstatus kan nodig zijn na meervoudige medicatie met NSAID’s.

Waarschuwingen en voorzorgen
De hoogste aanbevolen doses – 400 mg prilocaïnehydrochloride – niet overschrijden in verband met de kans op methemoglobinemie. Terughoudendheid is geboden bij acute porfyrie. Evenals bij andere lokaal anaesthetica van het amidetype is voorzichtigheid geboden bij ernstige lever- en nierfunctiestoornissen, bij slechte algehele conditie en bij partieel of totaal AV-blok. Men dient rekening te houden met kruisovergevoeligheid met andere lokaal anaesthetica van het amidetype. Om bijwerkingen te voorkomen, worden de volgende voorzorgsmaatregelen aanbevolen: gebruik zoveel mogelijk de minimaal effectieve dosis en overschrijd de maximale dosis niet; dien de injectie langzaam toe en aspireer daarbij enkele malen ter voorkoming van intravasculaire injectie. Vloeistoffen die conserveermiddelen bevatten niet intrathecaal toepassen. Niet gebruiken bij kinderen onder de 6 maanden vanwege een groter risico van methemoglobinemie.

Overdosering
Therapie: Bestrijden van de convulsies (i.v. diazepam) en zorgdragen voor voldoende ventilatie met zuurstof, eventueel door middel van beademing. Hypotensie behandelen met vocht + dopamine, asystolie met epinefrine en eventueel een pacemaker. Verhoogde methemoglobinewaarden in eerste instantie behandelen met zuurstof toediening kunnen binnen 15 minuten worden genormaliseerd met een eenmalige toediening van methyleenblauw i.v. (1 mg/kg lichaamsgewicht).

Dosering
De aanbevolen doses gelden voor een lichaamsgewicht van 70 kg en de dosering dient te worden aangepast aan leeftijd, gewicht en conditie van de patiënt m.b.v. naslagwerken. Volwassenen en kinderen > 12 jaar: De maximale dosis : 500 mg. Epiduraal: 10 mg/ml: caudaal 20–30 ml ; 20 mg/ml: lumbaal 15–25 ml, thoracaal 10–15 ml, caudaal 15–25 ml. Infiltratieanesthesie: 10 mg/ml: tot 50 ml. Geleidingsanesthesie: 10 mg/ml: vingerblokkade 1–5 ml, intercostale blokkade 2–5 ml, peribulbaire blokkade 10–15 ml; 20 mg/ml: retrobulbaire blokkade 4 ml. Grote zenuwblokkade plexus brachialis: 10 mg/ml: 30–50 ml; 20 mg/ml: 15–20 ml. Kinderen 6 maanden–12 jaar: Epiduraal: 10 mg/ml: caudaal 0,5 ml/kg.
Voor het inspuiten de oplossing op lichaamstemperatuur brengen, daar het injecteren van de koude oplossing pijnlijk is.

zie ook
groepsoverzicht
achtergrondinformatie
CFH-rapport
meldformulier bijwerkingen
prijs op Medicijnkosten
GIP-databank
© CVZ 2012 | naar boven | afdrukken |