bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
salbutamol parenteraal [R03CC02]
Ventolin infuus/injecties [GlaxoSmithKline bv]
(als hemisulfaat)
Concentraat voor infusievloeistof 1 mg/ml; 5 ml.
Injectievloeistof 0,5 mg/ml; ampul 1 ml.
CFH-Advies
Ter coupering van een astma-aanval kunnen salbutamolinjecties worden voorgeschreven.
De Commissie wijst erop dat de behandeling van status asthmaticus beperkt dient te blijven tot voldoende geoutilleerde intensive care-afdelingen.

Eigenschappen
β-sympathicomimeticum met selectieve werking op de β-adrenerge receptoren van de bronchi en weinig of geen effect op de β-receptoren van het hart bij therapeutische doses.

Kinetische gegevens
Eliminatie: vnl. via de nieren, voor het merendeel onveranderd. T1/2el = ca. 4 uur.

Indicaties
Injectie ter coupering van een (vooral nachtelijke) ernstige astma-aanval. Concentraat voor infusievloeistof voor de behandeling van status asthmaticus.

Contra-indicaties
Hyperthyroïdie. Onbehandelde hartziekten, ritmestoornissen. Hypokaliëmie.

Zwangerschap/Lactatie
Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens. Bij dieren aanwijzingen voor schadelijkheid.
Overgang in moedermelk: Ja.

Bijwerkingen
Tremor van de skeletspieren, hartkloppingen, pijn op de borst, perifere vaatverwijding, compensatoire stijging van de hartfrequentie (dosisafhankelijk). Hyperglykemie (meestal klinisch weinig relevant), acidose en hypokaliëmie. Er is meer kans op (tachy)aritmieën bij hypokaliëmie. Verder: hoofdpijn, misselijkheid, zweten, verhoogde of verlaagde bloeddruk, spierkrampen, slapeloosheid, zwakte, paradoxale bronchospasmen, overgevoeligheidsreacties (angio-oedeem, urticaria), en vooral bij kinderen hyperactiviteit en hallucinaties. Myocardischemie kan optreden. Intramusculair gebruik van de onverdunde infusievloeistof kan lichte pijn of steken veroorzaken.

Interacties
β-Blokkers, in het bijzonder niet-selectieve, antagoneren de werking van salbutamol. Bij gelijktijdig gebruik van systemische corticosteroïden is er meer kans op hyperglykemie. Hypokaliëmie kan eerder optreden bij hypoxie en bij gelijktijdig gebruik van diuretica, corticosteroïden of theofylline. Een additief effect kan optreden bij combinatie met andere sympathicomimetica.

Waarschuwingen en voorzorgen
Voorzichtigheid is geboden bij cardiovasculaire aandoeningen (m.n. hypertensie, myocardinsufficiëntie, ischemisch hartlijden), verminderde glucosetolerantie, manifeste diabetes mellitus, gelijktijdige behandeling met digoxine en bij gebruik van hoge doses andere sympathicomimetica. De arts dient de patiënt met bestaand hartlijden met klem er op te wijzen dat deze contact met hem opneemt bij het optreden van pijn in de borststreek of andere symptomen van verergering van de hartaandoening. Bij dyspneu en pijn in de borststreek onderzoeken of deze van respiratoire of cardiale oorsprong is. Het gebruik van de injectie bij de behandeling van ernstige bronchospasmen of status asthmaticus vervangt of sluit de noodzaak niet uit voldoende glucocorticoïdtherapie te geven. Controle van de plasmakaliumspiegel wordt aanbevolen. Hypoxie vermeerdert de kans op hypokaliëmie. Indien mogelijk wordt de toediening van zuurstof samen met de parenterale toedieningsvorm aanbevolen (m.n. bij toediening via i.v. infuus aan patiënten met hypoxie). Het concentraat voor infusievloeistof alleen gebruiken in intensive care-afdelingen, waar faciliteiten aanwezig zijn om tijdens en na toediening het ecg op te nemen en de serumkaliumconcentratie te bepalen.

Overdosering
Symptomen: bestaan meestal uit verergering van de gewoonlijke bijwerkingen. Cardiovasculaire symptomen: vasodilatatie, warm rood gezicht, tachycardie, palpitaties, hypo- of hypertensie, beklemd gevoel op de borst, aritmieën (vooral bij hypokaliëmie); centrale symptomen: hoofdpijn, tremoren, spierkrampen, agitatie, hallucinaties, angst, slapeloosheid, transpiratie, misselijkheid en braken.
Therapie: Hypotensie en aritmieën kunnen worden bestreden met een – bij voorkeur cardioselectieve – β-blokker, waarbij voorzichtigheid is geboden bij bronchospasmen in de anamnese.

Dosering
Ernstige astma-aanval: Volwassenen: I.m./s.c.: 250-500 microg (4-8 microg/kg lichaamsgewicht) direct toedienen, indien nodig na 15-20 min nog 250 microg; zo nodig deze behandeling iedere 4 uur herhalen. I.v.: 250 microg langzaam toedienen, zo nodig kan de dosis worden herhaald.
De injectie kan worden vergemakkelijkt door verdunning met water voor injectie.
Status asthmaticus: Volwassenen: Concentraat voor infusievloeistof: begindosering 5 microg/min; daarna aanpassen aan de reactie van de patiënt: in het algemeen is 3-20 microg/min voldoende, eventueel bij respiratoire insufficiëntie hogere doses.
Het concentraat voor infusievloeistof niet onverdund toedienen.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.