CFH-Advies
Tamoxifen mag alleen worden voorgeschreven door of op aanwijzing van een specialist met ervaring op oncologisch gebied.
Niet-steroïd trifenylethyleenderivaat. Het heeft een anti-oestrogene werking op mammaweefsel. Daarnaast bezit het een zwak oestrogeen effect op endometrium (stimulering van het endometrium en meer kans op endometriumcarcinoom), op bot bij postmenopauzale vrouwen (remming botresorptie), op hypofyse en bloedlipiden (daling totaal- en LDL-cholesterol). Het precieze werkingsmechanisme is niet bekend en berust mogelijk op een directe binding met de oestrogeenreceptor en daardoor een verstoorde RNA-transscriptie en verminderde celproliferatie. Dit laatste wordt ook veroorzaakt door een invloed op groeifactoren. De affiniteit van de natuurlijke oestrogenen voor de oestrogeenreceptor is veel groter dan die van tamoxifen. Bij premenopauzale vrouwen treedt een stijging van de oestrogeen- en progestageenspiegels op; bij postmenopauzale vrouwen heeft gebruik van tamoxifen geen invloed op de oestrogeenspiegels.
Kinetische gegevens Resorptie: goed. Tmax = 4–7 uur. Vd = 50–60 l/kg. Tamoxifen wordt sterk in de weefsels gebonden en doorloopt een enterohepatische kringloop. Plasma-eiwitbinding: > 99%. Metabolisering: in de lever. via CYP3A4 tot werkzame metabolieten; deze worden via CYP2D6 verder omgezet tot actief N-desmethyltamoxifen. Eliminatie: 80–90% via de gal en met de feces. T1/2el = ca. 7 dagen, ca. 12 dagen (metaboliet).
Palliatieve behandeling van hormoongevoelige tumoren zoals mammacarcinoom.
Teratogenese: Spontane abortus, geboorte-afwijkingen en foetale dood zijn gemeld. Advies: Zwangerschap is gecontra-indiceerd. Overig: Vóór behandeling zwangerschap uitsluiten. Door vrouwen in de vruchtbare jaren dienen anticonceptieve maatregelen (barrière- of andere niet-hormonale anticonceptieve methoden) te worden genomen tijdens en ten minste twee maanden na de therapie.
Overgang in de moedermelk: Onbekend. Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.
Zeer vaak (> 10%): irregulaire menses. Verhoogd transpireren. Opvliegers.
Vaak (1-10%): tumor ‘flare’. Hoofdpijn; duizeligheid. Misselijkheid, braken. Kramp in benen. Alopecia; huiduitslag. Vochtretentie. Ischemische cerebrovasculaire voorvallen; trombo-embolische complicaties, waaronder trombose van diepe venen en long-embolie. Amenorroe; vaginaal bloedverlies; vaginale afscheiding; pruritus vulvae; veranderingen van het endometrium, waaronder hyperplasie en poliepen. Verhoogde triglyceridenspiegels.
Soms (0,1-1%): trombocytopenie; leukopenie; neutropenie; anemie. Cataract; retinopathie. Overgevoeligheidsreacties, inclusief angioneurotisch oedeem. Fibromyomen van de uterus; kanker van het endometrium. Veranderingen in de leverenzymwaarden.
Zelden (0,01-0,1%): veranderingen van de cornea; optische neuropathie; optische neuritis. Pancreatitis. Hypercalciëmie. Vetlever; cholestase; hepatitis. Endometriose; ovariumcysten; sarcomen van de uterus, meestal maligne, gemengde Müllerian tumoren (MMMT).
Zeer zelden (< 0,01%) : interstitiële pneumonitis. Erythema multiforme; stevens-johnsonsyndroom; bulleus pemfigoïd.
Verder zijn gemeld: milde artralgie, inclusief artritis. Vermoeidheid. Depressie.
De werking van anticoagulantia van het cumarinetype kan worden versterkt. De werking van hormonale anticonceptiva kan worden verminderd. Bij combinatie met cytotoxische middelen bestaat een vergroot risico van trombo-embolische complicaties.
Waarschuwingen en voorzorgen
Bij onverklaarde vaginale bloedingen moet gynaecologisch onderzoek worden verricht. Eenmaal per jaar controleren op verandering van het endometrium. Bij patiënten met botmetastasen kan zich een hypercalciëmiesyndroom ontwikkelen; in dat geval de hypercalciëmie behandelen of de therapie tijdelijk staken. 'Tamoxifen flare' (verheviging van bot- en weefselpijn) kan een aanwijzing zijn van respons op de behandeling. Bij optreden van huiduitslag rekening houden met overgevoeligheid en zo nodig de therapie staken. De werkzaamheid en de veiligheid van tamoxifen is niet vastgesteld bij kinderen.
Symptomen: bij ernstige chronische overdosering kunnen neurotoxische effecten optreden (zoals duizeligheid, tremor, hyperreflexie, ademhalingsdepressie, ataxie en convulsies) alsmede een verlengd QT-interval op het ecg.
Volwassenen: 20 mg per dag in 1–2 doses, zo nodig na 4–6 weken verhogen tot 40 mg per dag in 1–2 doses. De tabletten in hun geheel innemen, bij voorkeur steeds op hetzelfde tijdstip van de dag.
|