| |
 |
CFH-Advies
In de regel is bij de behandeling van huidaandoeningen die secundair zijn geïnfecteerd nauwelijks plaats voor de combinatie van een lokaal antimicrobieel middel en/of antimycotium met een corticosteroïd. Neomycine geeft frequent aanleiding tot sensibilisatie; bovendien bestaat het gevaar van kruisovergevoeligheid en kruisresistentie met andere aminoglycosiden. Voor cutane toepassing van een preparaat met neomycine is dan ook geen plaats meer.
Triamcinolonacetonide is een vrij sterk werkend corticosteroïd; klasse 2. Het heeft een anti-inflammatoire, vasoconstrictieve en antimitotische werking. Nystatine is een antibioticum met antimycotische werking tegen m.n. Candida albicans. Neomycine is een bactericide antibioticum, behorend tot de aminoglycosiden, met een breed werkingsspectrum tegen vooral gramnegatieve micro-organismen. Gramicidine is een polypeptide antibioticum, dat vooral werkzaam is tegen grampositieve kokken en staafjes.
Lokale behandeling van (op corticosteroïden reagerende) huidaandoeningen, secundair geïnfecteerd door micro-organismen die gevoelig zijn voor het betreffende antimicrobiële middel.
Huidaandoeningen, primair veroorzaakt door een bacterie, virus, schimmel, gist of parasiet. Ulcereuze huidaandoeningen, wonden. Ichthyosis, juveniele dermatosis plantaris, acne vulgaris, acne rosacea, fragiliteit van de huidvaten, huidatrofie. Overgevoeligheid voor het corticosteroïd, het antimicrobiële middel of voor andere bestanddelen van het preparaat.
Van corticosteroïden is bekend dat zij de placenta passeren en daardoor de foetus kunnen beïnvloeden. Dit kan van betekenis zijn bij intensieve behandeling van grote oppervlakken met een sterk of zeer sterk werkend preparaat, in het bijzonder indien langdurig en/of onder occlusie toegepast. In de dierproef zijn corticosteroïden teratogeen gebleken. Men dient rekening te houden met de potentiële nefro- en ototoxiciteit van neomycine voor de vrucht. Niet gebruiken tijdens de zwangerschap en lactatie.
Overgevoeligheidsreacties. Neomycine veroorzaakt frequent sensibilisatie. Kruisovergevoeligheid voor en kruisresistentie tegen andere aminoglycosiden kunnen optreden. Bij lokale toepassing van corticosteroïden kunnen optreden: huidatrofie, dikwijls irreversibel, met dunner worden van de huid, periorale dermatitis, striae atrophicae, teleangiëctasieën, neiging tot bloeden, depigmentatie en overgaan van psoriasis in psoriasis pustularis. Verder huidirritatie, branderigheid en droge huid. Symptomen van parasitaire, schimmel- en bacteriële infecties worden gemaskeerd. Zelden contactallergie, folliculitis, acneïforme erupties, hypertrichosis. Lokale bijwerkingen kunnen vooral optreden op het gezicht, de behaarde huid en de huid van de genitaliën. Applicatie onder occlusie of op gemacereerde huid in huidplooien verhoogt de kans op lokale bijwerkingen, met name maceratie van de huid, secundaire infectie en miliaria. Na plotseling staken van een langdurige behandeling kunnen zich reboundverschijnselen voordoen; dit kan leiden tot steroïd-afhankelijkheid. Systemische bijwerkingen ten gevolge van lokale toepassing van corticosteroïdpreparaten komen zelden voor, maar als ze voorkomen kunnen ze ernstig zijn. Remming van de bijnierschors kan vooral optreden bij langdurig gebruik.
Waarschuwingen en voorzorgen
Niet toepassen op de oogleden wegens de mogelijkheid van contaminatie van de conjunctiva met het risico van ontstaan van glaucoma simplex of subcapsulair cataract. De gezichtshuid, de behaarde huid en de huid van de genitaliën zijn bijzonder gevoelig voor corticosteroïden en moeten bij voorkeur alleen met corticosteroïden uit klasse 1 (bv. hydrocortison) worden behandeld. Bij toepassing van corticosteroïden op grote oppervlakken en vooral onder (plastic) occlusie of in huidplooien, dient men bedacht te zijn op sterk verhoogde absorptie, waardoor systemische effecten kunnen optreden. Bij zuigelingen kan de luier als afsluitend verband fungeren en zodoende de absorptie vergroten. Bij kinderen kan remming van de bijnierschorsfunctie vrij snel optreden. Bovendien kan bij hen de afscheiding van groeihormonen worden onderdrukt. Het verdient daarom aanbeveling, wanneer langdurige toepassing noodzakelijk is, regelmatig lengte en gewicht te controleren, alsmede de plasmacortisolspiegel te bepalen. Gebruik op grote oppervlakken of beschadigde huid vermijden omdat door resorptie van neomycine nefro- en ototoxiciteit kan optreden.
Twee- à driemaal per dag een dunne laag op de aangedane huid aanbrengen gedurende maximaal 2 weken. In het algemeen mag niet meer dan 30-60 g oleogel per week worden gebruikt.
|
| |
 |
| verklaring van de symbolen |
 |
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering. |
 |
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem. |
 |
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH. |
 |
Zelfzorgmiddel ('over the counter'). |
 |
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof. |
|
 |
| © CVZ 2010 » http://www.fk.cvz.nl
« |
 |
|
|
|
 |