bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
triamcinolonacetonide [D07AB09]
Triamcinolon Crème/Zalf [Diverse fabrikanten]
(gemicroniseerd)
Crème (0,1%) 1 mg/g; 30 g. Basis: cetomacrogolcrème. Conserveermiddel: sorbinezuur.
Zalf (0,1%) 1 mg/g; 30 g. Basis: vaseline. Bevat tevens propyleenglycol en wolvet.
Triamcinolon Crème/Smeersel/Vaselinecrème/Zalf FNA [formularium der Nederlandse Apothekers]
(gemicroniseerd)
Crème (0,1%) 1 mg/g. Basis: Cetomacrogolcrème FNA. Conserveermiddel: sorbinezuur. (Cremor triamcinoloni 0,1% FNA).
Smeersel (0,1%) 1 mg/g. Basis: Lanettesmeersel FNA. Conserveermiddel: sorbinezuur.
Vaselinecrème (0,1%) 1 mg/g. Basis: Vaselinecetomacrogolcrème FNA.
Zalf (0,1%) 1 mg. Basis: vaseline. Bevat tevens propyleenglycol en wolvet. (Unguentum triamcinoloni 0,1% FNA).
CFH-Advies
Triamcinolonacetonide is een corticosteroïd uit klasse 2. Bij de behandeling van de meeste huidaandoeningen waarbij corticosteroïden zijn geïndiceerd, kan worden uitgekomen met de preparaten uit klasse 1 resp. 2.

Eigenschappen
Corticosteroïden uit klasse 2 en 3 (matig sterk resp. sterk werkend) hebben een anti-inflammatoire, vasoconstrictieve en antimitotische werking. Zij onderdrukken de ontstekingsreactie en de symptomen van verschillende – vaak met jeuk gepaard gaande – huidaandoeningen. Het effect kan door het aanbrengen onder een afsluitend (occlusief) verband worden versterkt tengevolge van een verhoogde penetratie (met ca. factor 10) van het stratum corneum.
Triamcinolonacetonide is een matig sterk werkend corticosteroïd; klasse 2. In afwezigheid van een occlusief verband is de resorptie door de intacte huid bij normaal gebruik minimaal.

Indicaties
Matig sterk werkende corticosteroïden: constitutioneel eczeem, contacteczeem door irritatie en/of allergie, eczema nummulare, pompholyx (dyshidrose). Na- of onderhoudsbehandeling van dermatosen die tevoren met een sterker product zijn behandeld.
Sterk werkende corticosteroïden: psoriasis, lichenificatie, lichen planus, lichen sclerosus et atrophicus, granuloma annulare,lupus erythematodes discoides, pustulosis palmaris et plantaris (ziekte van Andrews-Barber), mycosis fungoides. Occlusie kan bij de vrij sterk en sterk werkzame middelen noodzakelijk zijn om een beter therapeutisch resultaat te bereiken.

Zwangerschap/Lactatie
Van corticosteroïden is bekend dat zij de placenta passeren en daardoor de foetus kunnen beïnvloeden. Dit kan van betekenis zijn bij langdurig gebruik, bij toepassing op grote of beschadigde oppervlakken of bij behandeling met een sterk werkend preparaat (klasse 3), in het bijzonder bij gebruik onder occlusie. In de dierproef zijn corticosteroïden teratogeen gebleken, bij de mens zijn er hiervoor tot nu toe geen duidelijke aanwijzingen. Gezien de geringe systemische resorptie kunnen corticosteroïden uit klasse 1–2 kortdurend en op kleine huidoppervlakken worden toegepast.

Bijwerkingen
Bij lokale toepassing van corticosteroïden kunnen optreden: huidatrofie (dikwijls irreversibel) met dunner worden van de huid, periorale dermatitis, striae atrophicae, teleangiëctasieën, purpura, neiging tot bloeden, depigmentatie en overgaan van psoriasis in psoriasis pustularis. Verder: vertraging van het genezingsproces, huidirritatie, jeuk, branderigheid. Symptomen van parasitaire, schimmel- en bacteriële infecties worden gemaskeerd. Zelden: verhoging intra-oculaire druk, verhoogde kans op cataract, contactallergie, folliculitis, acneïforme erupties, rosacea-achtige erupties in het gelaat, hypertrichosis. Zeer zelden: gegeneraliseerde overgevoeligheidsreacties, urticaria. Lokale bijwerkingen kunnen vooral optreden op het gezicht, de behaarde huid en de huid van de genitaliën. Toepassing onder occlusie of op gemacereerde huid in de huidplooien verhoogt de kans op lokale bijwerkingen, met name maceratie van de huid en secundaire infectie. Na plotseling staken van een langdurige behandeling kunnen zich rebound-verschijnselen voordoen; dit kan leiden tot steroïd-afhankelijkheid. Systemische bijwerkingen tengevolge van lokale toepassing van corticosteroïdpreparaten komen zelden voor, maar als ze voorkomen kunnen ze ernstig zijn. Remming van de bijnierschors kan vooral optreden bij langdurig gebruik, gebruik op grote huidoppervlakken of bij gebruik onder occlusie.

Waarschuwingen en voorzorgen
Niet toepassen op de oogleden wegens de mogelijkheid van contaminatie van de conjunctiva met het risico van ontstaan van glaucoma simplex of subcapsulair cataract. De gezichtshuid en de huid van de genitaliën zijn bijzonder gevoelig voor corticosteroïden en moeten bij voorkeur alleen met corticosteroïden uit klasse 1 (bv. hydrocortisonacetaat 1%) worden behandeld. Bij toepassing van corticosteroïden op grote oppervlakken, bij langdurig gebruik, bij aanwezigheid van bestanddelen die de penetratie bevorderen en vooral onder (plastic) occlusie of in huidplooien, dient men bedacht te zijn op een sterk verhoogde absorptie, waardoor systemische effecten kunnen optreden. Bij zuigelingen kan de luier als afsluitend verband fungeren en zodoende de absorptie vergroten. Bij kinderen kan remming van de bijnierschorsfunctie vrij snel optreden. Bovendien kan bij hen de afscheiding van groeihormonen worden onderdrukt. Het verdient daarom aanbeveling, wanneer langdurige toepassing noodzakelijk is, regelmatig lengte en gewicht te controleren alsmede de plasmacortisolspiegel te bepalen.
Bij lokaal gebruik moet men rekening houden met mogelijke systemische effecten. Door aanwezigheid van sorbinezuur, en/of propyleenglycol kunnen irritatie en ontsteking van de huid optreden. Wolvet kan overgevoeligheid veroorzaken.

Dosering
Aanvankelijk tweemaal per dag een dunne laag aanbrengen op de aangedane huid; de zalf eventueel afdekken met een droog verband. Na enkele dagen eenmaal per dag aanbrengen, na verbetering is twee- à driemaal per week meestal voldoende.
In het algemeen mag niet meer dan 30–60 g crème of zalf per week worden gebruikt.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.