bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
triamcinolonacetonide/salicylzuur [D07XB02]
Triamcinolonacetonide/Salicylzuur Oplossing FNA [formularium der Nederlandse Apothekers]
Oplossing. Bevat per ml: triamcinolonacetonide 1 mg (= 0,1%), salicylzuur 20 mg. Bevat verder: benzalkoniumchloride. Basis: alcohol 70%. (Solutio triamcinoloni salicylici FNA).
CFH-Advies
Bij de behandeling van milde tot matig-ernstige psoriasis gaat de voorkeur uit naar corticosteroïden uit klasse 3 of 4, ditranol, calcipotriol of calcitriol. Bij onvoldoende effect van monotherapie met een corticosteroïd kan, indien er sprake is van sterke hyperkeratose bij dermatosen zoals psoriasis, een combinatiepreparaat van een sterk werkend corticosteroïd met salicylzuur worden geprobeerd.

Eigenschappen
Triamcinolonacetonide 0,1%–0,2% in combinatie met salicylzuur en alcohol is een sterk werkend corticosteroïd uit klasse 3 met anti-inflammatoire, vasoconstrictieve en antimitotische werking. Salicylzuur werkt keratolytisch.

Indicaties
Chronische hyperkeratotische verschijningsvormen van dermatosen zoals psoriasis die onvoldoende reageren op monotherapie met een corticosteroïd.

Contra-indicaties
Huidaandoeningen, primair veroorzaakt door een bacterie, virus, schimmel, gist of parasiet. Ulcereuze huidaandoeningen, wonden. Bijwerkingen tengevolge van corticosteroïden. Ichthyosis, juveniele dermatosis plantaris, acne vulgaris, acne rosacea, fragiliteit van de huidvaten, huidatrofie. Overgevoeligheid voor corticosteroïden.

Zwangerschap/Lactatie
Van corticosteroïden is bekend dat zij de placenta passeren en daardoor de foetus kunnen beïnvloeden. Dit kan van betekenis zijn bij langdurig gebruik, bij toepassing op grote of beschadigde oppervlakken of bij behandeling met een sterk werkend preparaat (klasse 3), in het bijzonder bij gebruik onder occlusie. In de dierproef zijn corticosteroïden teratogeen gebleken, bij de mens zijn er hiervoor tot nu toe geen duidelijke aanwijzingen. Gezien de geringe systemische resorptie kunnen corticosteroïden uit klasse 1–2 kortdurend en op kleine huidoppervlakken worden toegepast.

Bijwerkingen
Bij lokale toepassing van corticosteroïden kunnen optreden: huidatrofie (dikwijls irreversibel) met dunner worden van de huid, periorale dermatitis, striae atrophicae, teleangiëctasieën, purpura, neiging tot bloeden, depigmentatie en overgaan van psoriasis in psoriasis pustularis. Verder: vertraging van het genezingsproces, huidirritatie, jeuk, branderigheid. Symptomen van parasitaire, schimmel- en bacteriële infecties worden gemaskeerd. Zelden: verhoging intra-oculaire druk, verhoogde kans op cataract, contactallergie, folliculitis, acneïforme erupties, rosacea-achtige erupties in het gelaat, hypertrichosis. Zeer zelden: gegeneraliseerde overgevoeligheidsreacties, urticaria. Lokale bijwerkingen kunnen vooral optreden op het gezicht, de behaarde huid en de huid van de genitaliën. Toepassing onder occlusie of op gemacereerde huid in de huidplooien verhoogt de kans op lokale bijwerkingen, met name maceratie van de huid en secundaire infectie. Na plotseling staken van een langdurige behandeling kunnen zich rebound-verschijnselen voordoen; dit kan leiden tot steroïd-afhankelijkheid. Systemische bijwerkingen tengevolge van lokale toepassing van corticosteroïdpreparaten komen zelden voor, maar als ze voorkomen kunnen ze ernstig zijn. Remming van de bijnierschors kan vooral optreden bij langdurig gebruik, gebruik op grote huidoppervlakken of bij gebruik onder occlusie.

Waarschuwingen en voorzorgen
Niet toepassen op de oogleden wegens de mogelijkheid van contaminatie van de conjunctiva met het risico van ontstaan van glaucoma simplex of subcapsulair cataract. De gezichtshuid en de huid van de genitaliën zijn bijzonder gevoelig voor corticosteroïden en moeten bij voorkeur alleen met corticosteroïden uit klasse 1 (bv. hydrocortisonacetaat 1%) worden behandeld. Bij toepassing van corticosteroïden op grote oppervlakken, bij langdurig gebruik, bij aanwezigheid van bestanddelen die de penetratie bevorderen en vooral onder (plastic) occlusie of in huidplooien, dient men bedacht te zijn op een sterk verhoogde absorptie, waardoor systemische effecten kunnen optreden. Bij zuigelingen kan de luier als afsluitend verband fungeren en zodoende de absorptie vergroten. Bij kinderen kan remming van de bijnierschorsfunctie vrij snel optreden. Bovendien kan bij hen de afscheiding van groeihormonen worden onderdrukt. Het verdient daarom aanbeveling, wanneer langdurige toepassing noodzakelijk is, regelmatig lengte en gewicht te controleren alsmede de plasmacortisolspiegel te bepalen.
In het begin van de behandeling een kort durend branderig gevoel. Bij langer aanhoudende branderigheid kan de huid eventueel worden ingevet met een zalf (vooral 's avonds); dit invetten is zeker noodzakelijk indien tijdens behandeling sterke uitdroging of schilfering van de huid optreedt.

Dosering
Hoofdhuid: elke avond de aangedane plek behandelen met maximaal 3 ml. Bij verbetering iedere 2–3 avonden dezelfde hoeveelheid.
Andere plaatsen: aanvankelijk tweemaal per dag op de aangedane plek 3 opeenvolgende lagen (met tussenpozen van 2–3 min.) aanbrengen met een maximum van 3 ml per dag; na enkele dagen eenmaal per dag. Bij verbetering kan de frequentie worden verminderd tot twee- à driemaal per week. Zodra de hyperkeratose is verdwenen de behandeling voortzetten met een corticosteroïd alléén.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.