CFH-Advies
Indien voor een medicamenteuze behandeling van erectiele disfunctie wordt gekozen gaat de voorkeur uit naar orale PDE-5-remmers vanwege de werking en eenvoudiger gebruik. Er zijn geen direct vergelijkende studies gepubliceerd van vardenafil met de andere beschikbare middelen. De effectiviteit van vardenafil lijkt in dezelfde orde van grootte als van sildenafil en het bijwerkingenprofiel vergelijkbaar. Een nadeel van PDE-5-remmers is de potentieel gevaarlijke interactie met nitraten. Bij de behandeling met een PDE-5-remmer gaat op grond van de ruimere ervaring de voorkeur uit naar sildenafil.
Selectieve, reversibele remmer van het enzym fosfodiësterase type 5, dat afbraak van cyclisch guanosinemonofosfaat (cGMP) in het corpus cavernosum remt. cGMP ontstaat door vrijgekomen stikstofmonoxide (NO) tijdens seksuele stimulatie en veroorzaakt een verslapping van de gladde spieren in het corpus cavernosum, waardoor dit zich kan vullen met bloed. Werking: na 15 tot 25 min. Werkingsduur: 4–5 uur.
Kinetische gegevens Resorptie: snel. Inname met vetrijk voedsel vertraagt de resorptie met ca. 60 min. F = 15%. Tmax = 30–120 min. Vd = 3,0 l/kg. Plasma-eiwitbinding: 96% (vardenafil, actieve metaboliet). Metabolisering: voornamelijk door het CYP3A4 tot o.a. een minder actieve metaboliet. Eliminatie: vnl. als metabolieten met de feces (91–95%). T1/2el = 4–5 uur (vardenafil, actieve metaboliet).
Behandeling van erectiestoornissen. Voor de werkzaamheid is seksuele prikkeling noodzakelijk.
Myocardinfarct of een CVA binnen een termijn van zes maanden. Hartfalen NYHA-klasse III–IV. Hypotensie (< 90/50 mm Hg). Instabiele angina pectoris. Angineuze klachten tijdens seksuele gemeenschap. Terminale nierinsufficiëntie met nierdialyse. Ernstige leverfunctiestoornissen (child-pughscore 10–15). Visusverlies in één oog als gevolg van een niet-arterieel anterieur ischemisch oogzenuwlijden wel of niet gerelateerd aan eerdere blootstelling aan een PDE-5-remmer; erfelijke degeneratieve retinale stoornissen zoals retinitis pigmentosa.
Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn. Vaak (1-10%): misselijkheid, dyspepsie. Blozen. Duizeligheid met name bij hypertensie in de anamnese, neusverstopping. Soms (0,1-1%): slaperigheid. Paresthesie, dysesthesie. Hartkloppingen, tachycardie. Reflux, gastritis, buikpijn, diarree, braken, droge mond. Tinnitus, vertigo. Dyspneu. Huiduitslag, allergisch oedeem, angio-oedeem. Gezichtsstoornissen (schitteringen, veranderingen in kleurenzien, wazig zien, fotofobie). Spierpijn, spierkrampen, rugpijn. Verhoogde transaminasen, gamma-glutamyltranspeptidase (γ-GT) en creatinekinase. Zelden (0,01-0,1%): verandering bloeddruk, ventriculaire tachyaritmie, angina pectoris, myocardischemie, myocardinfarct. Verhoogde oogdruk, conjunctivitis, toegenomen traanvorming. Neusbloeding. Priapisme. Fotosensibilisatie. Syncope, convulsies, voorbijgaand geheugenverlies. Angst. Verder zijn gemeld: plotselinge doofheid en visusstoornissen door niet-arterieel anterieur ischemisch oogzenuwlijden.
Comedicatie met nitraten is gecontra-indiceerd vanwege een potentiëring van het hypotensieve effect; in dit kader kan ook een ernstige reactie optreden in combinatie met nicorandil. Vanwege de krachtige remming van CYP3A4 en daarmee een klinisch belangrijke verhoging van de plasmaspiegel van vardenafil is gelijktijdig gebruik met hiv-proteaseremmers zoals ritonavir en indinavir gecontra-indiceerd; combinatie met andere sterke CYP3A4-remmers zoals sommige triazoolantimycotica (bv. itraconazol en ketoconazol) vermijden; deze combinaties zijn gecontra-indiceerd bij ouderen (> 75 j.). Niet gelijktijdig innemen met grapefruitsap omdat dit de plasmaconcentratie van vardenafil kan doen toenemen. Combinatie met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen zoals enkele anti-aritmica, tricyclische antidepressiva, antipsychotica en macrolide antibiotica vermijden. Interacties met ACE-remmers, β-blokkers en diuretica zijn onderzocht, maar niet gesignaleerd; een additionele bloeddrukverlaging met toename van de hartfrequentie is wel gezien bij comedicatie met o.a. nifedipine en α-blokkers; in combinatie met een α-blokker, vardenafil alleen toepassen indien de patiënt hemodynamisch stabiel is ingesteld op de α-blokker en de middelen innemen met een tussenpoos van ten minste zes uur; de restrictie van zes uur geldt niet voor de combinatie met tamsulosine.
Waarschuwingen en voorzorgen
In verband met mogelijke QT-verlenging, gebruik vermijden bij hypokaliëmie, hypomagnesiëmie, bradycardie, hartfalen en bestaande QT-verlenging. Voorzichtigheid is geboden bij anatomische deformatie van de penis (angulatie, fibrose, ziekte van Peyronie) en bij ziekten die predisponeren tot priapisme (sikkelcelanemie, multipel myeloom, leukemie). Tevens is voorzichtigheid geboden bij linker ventrikel uitstroom-obstructie (bv. aortastenose) en bij ernstige nierfunctiestoornissen (≤ 30 ml/min). Bij het optreden van plotselinge visusstoornissen de behandeling staken en onmiddellijk specialistisch oogonderzoek verrichten. De werkzaamheid is niet vastgesteld bij een erectiestoornis door een ruggenmergletsel, operatie of bestraling in het bekkengebied. Niet combineren met andere middelen of behandelmethoden voor erectiestoornissen.
10 mg, in te nemen 25 minuten tot 1 uur vóór de seksuele activiteit. De aanbevolen maximale doseerfrequentie is 1×/dag. Op geleide van de werkzaamheid en tolerantie de dosis eventueel aanpassen tussen de 5–20 mg. Bij ouderen (> 65 jaar) en bij mannen met een lichte tot matige leverfunctiestoornis (child-pughscore 5–9) en ernstige nierfunctiestoornis (< 30 ml/min) is de begindosis 5 mg, waarna op geleide van de werkzaamheid en tolerantie in stappen voorzichtig opgehoogd kan worden tot 20 mg, bij matig verminderde leverfunctie (child-pughscore 7–9) tot maximaal 10 mg. Bij comedicatie met de CYP3A4-remmer erytromycine en andere remmers (uitgezonderd de hiv-proteaseremmers, zie onder 'interacties') is de maximumdosis 5 mg. Bij patiënten die stabiel zijn ingesteld op een α-blokker is de aanvangsdosis van vardenafil 5 mg.
|