bijgewerkt tot 1 juli 2010
Farmacotherapeutisch Kompas
venlafaxine [N06AX16]
Efexor [Wyeth Pharmaceuticals bv]
(als hydrochloride)
Capsule met gereguleerde afgifte 'XR' 37,5 mg, 75 mg, 150 mg.
Venlafaxine Tabletten [Diverse fabrikanten]
(als hydrochloride)
Capsule met gereguleerde afgifte 'XR' 37,5 mg, 75 mg, 150 mg.
Tablet met gereguleerde afgifte 'retard' 75 mg, 150 mg.
Tablet 37,5 mg.
CFH-Advies
Bij de behandeling van een depressie geschiedt de keuze van een antidepressivum op basis van de ernst van de aandoening, comorbiditeit, bijwerkingen, de ervaring en de prijs. De werkzaamheid bij milde tot matige depressie is van alle antidepressiva gelijk. Bij ernstige depressie gaat de voorkeur uit naar de TCA's. De SSRI's behoren tot de duurdere antidepressiva. Venlafaxine heeft geen specifieke therapeutische voordelen boven de andere SSRI's, maar is wel duurder; zie Antidepressiva - niet-tricyclische, oraal.
Bij sociale angststoornis zonder comorbiditeit is cognitieve gedragstherapie de eerst aangewezen behandeling. Van de antidepressiva zijn alleen SSRI's (zoals paroxetine) werkzaam gebleken.
Bij gegeneraliseerde angststoornis zijn paroxetine en venlafaxine [en imipramine] werkzaam gebleken. De plaats in de behandeling is echter nog niet helemaal duidelijk, evenmin als de optimale behandelduur.

Eigenschappen
Wordt vanwege zijn bijwerkingenprofiel ingedeeld bij de specifieke serotonineheropnameremmers (SSRI's). Venlafaxine en zijn actieve metaboliet o-desmethylvenlafaxine remmen sterk de heropname van serotonine en norepinefrine. Venlafaxine remt ook zwak de heropname van dopamine. Zowel na chronische als na acute toediening verminderen venlafaxine en zijn actieve metaboliet de gevoeligheid van de noradrenerge β-receptoren. Bij de rat heeft het in vitro nagenoeg geen affiniteit tot muscarine-, histamine- of α1-receptoren. Werking: na 2–4 weken merkbaar.

Kinetische gegevens
Resorptie: goed. F = 40–45%. Tmax = XR 6 uur; o-desmethylvenlafaxine: XR 9 uur. Metabolisering: in de lever o.i.v. CYP2D6 tot o.a. actief o-desmethylvenlafaxine. Eliminatie: vnl. via de nieren. T1/2 = gemiddeld 5 uur, 11 uur (metaboliet).

Indicaties
Depressies, vooral die met vitale kenmerken. Kortdurende behandeling van gegeneraliseerde angststoornis (GAS). Kortdurende behandeling van sociale angststoornis (sociale fobie). Paniekstoornis met of zonder agorafobie.

Zwangerschap/Lactatie
De beperkte ervaring van deze stof tijdens zwangerschap bij de mens wijst tot nu toe niet op een toegenomen risico van schadelijke effecten. Bij langdurig gebruik of tot aan de partus moet rekening worden gehouden met onttrekkingsverschijnselen bij de pasgeborene. Niet gebruiken tijdens de zwangerschap.
Venlafaxine gaat over in de moedermelk. Tijdens gebruik geen borstvoeding geven.

Bijwerkingen
Vaak (> 1%): asthenie, vermoeidheid, hypertensie, vasodilatatie (vooral opvliegers), misselijkheid, braken, anorexie, obstipatie, verhoogd cholesterol (vooral na langdurig gebruik en hoge dosis), gewichtsverlies, abnormale dromen, verlaagd libido, duizeligheid, droge mond, verhoogde spiertonus, slapeloosheid, paresthesie, sedatie, tremor, gapen, transpiratie, visusstoornissen, verstoorde mictie, abnormale ejaculatie/orgasme. Soms (0,1-1%): fotosensitiviteitsreactie, bruxisme, diarree, bloedingen van huid en slijmvliezen, (orthostatische) hypotensie, syncope, tachycardie, huiduitslag, serotoninesyndroom, gewichtstoename, abnormale leverfunctietesten, hyponatriëmie, SIADH, apathie, hallucinaties, myoclonus, agitatie, uitslag, alopecia, veranderde smaak, tinnitus, menorragie, urineretentie. Zelden (0,01-0,1%): verlengde bloedingstijd, trombocytopenie, hepatitis, manie, convulsies, maligne antipsychoticasyndroom. Zeer zelden: (< 0,01%): anafylaxie, QT-verlenging, ventrikelfibrilleren, ventriculaire tachycardie, pancreatitis, bloeddyscrasieën (incl. agranulocytose aplastische anemie, neutropenie, pancytopenie), verhoogd prolactine, delirium, extrapiramidale reacties, late dyskinesie, pulmonale eosinofilie, eosinofiele pneumonie met symptomen als dyspneu, erythema multiforme, Stevens-Johnson-syndroom, pruritus, urticaria, rabdomyolyse, nauwe kamerhoekglaucoom. Onttrekkingsverschijnselen bij stoppen en dosisreductie, zijn gemeld met name bij hogere doses en langere behandelduur. Hartfalen, aritmieën, pijn op de borst, interstitiële pneumonie, hemorragieën zijn gemeld. Additioneel bij kinderen: dyspepsie, ecchymosis, epistaxis en myalgie; een verhoogd aantal meldingen van vijandigheid, en vooral bij depressie suïcide-gerelateerde bijwerkingen.

Interacties
Gelijktijdig gebruik met en gebruik binnen twee weken na behandeling met SSRI's en/of MAO-remmers moet worden vermeden om het risico van het serotoninesyndroom met ernstige, soms fatale verschijnselen als tremor, myoclonus, zweten, misselijkheid, braken, hyperthermie met kenmerken lijkend op het maligne antipsychoticasyndroom en insulten te vermijden. Tevens dient men niet binnen zeven dagen na staken van een behandeling met venlafaxine te starten met een MAO-remmer. Bij gelijktijdig gebruik met andere serotonerge middelen als tramadol is het risico van serotoninesyndroom vergroot. De maximale plasmaconcentratie van haloperidol en metoprolol kan toenemen. Venlafaxine is een relatief zwakke remmer van CYP2D6. Het kan de spiegel van clozapine verhogen. Bij gebruik van bloedverdunnende middelen dient men rekening te houden met een mogelijk verlengde bloedingstijd.

Waarschuwingen en voorzorgen
Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Voorzichtigheid is geboden bij epilepsie, een vergroot bloedingsrisico, organisch hersensyndroom, levercirrose, matige tot ernstige nierfunctiestoornis, mictiestoornissen, verhoogde intraoculaire druk, een voorgeschiedenis van agressie, lage bloeddruk en hartaandoeningen. Venlafaxine is niet onderzocht of gebruikt bij instabiele hartaandoeningen of een recent myocardinfarct. Aanbevolen wordt om regelmatig de bloeddruk te controleren en bij langdurige behandeling de cholesterolspiegel. Een onderliggende manie kan manifest worden of verergeren. Vóór behandeling is screening op risico van suïcide en bipolaire stoornis aangewezen. Bij een vergroot risico is goede vervolging aangewezen. Antidepressieve behandeling kan het bij depressie vergrote risico op suïcide verder vergroten gedurende de vroege stadia van herstel. Ook de andere indicaties van venlafaxine zijn in verband gebracht met een toegenomen risico van suïcidaal gedrag. Ter voorkoming van suïcidepogingen dient de patiënt in het begin niet over grote hoeveelheden antidepressiva te kunnen beschikken. Een kuur mag niet plotseling worden gestaakt; de dosering moet geleidelijk worden verminderd; indien de gebruiksduur langer is dan zes weken moet de dosering gedurende een periode van minstens twee weken geleidelijk worden verminderd. Ouderen kunnen gevoeliger zijn voor de bijwerkingen. Er is geen onderzoek naar combinatie met ECT. Venlafaxine is niet geïndiceerd voor gewichtsverlies of voor combinatie met afslankmiddelen. De veiligheid en effectiviteit is niet vastgesteld bij kinderen jonger dan 6 jaar. Niet gebruiken bij kinderen en adolescenten < 18 jaar vanwege een toegenomen risico van suïcidaal gedrag en vijandigheid terwijl de werkzaamheid niet voldoende is vastgesteld en er onvoldoende gegevens zijn over het effect op groei en op de seksuele, cognitieve, emotionele ontwikkeling. Bij eventueel gebruik bij kinderen en adolescenten ook het gewicht controleren.

Overdosering
Fatale overdoseringen zijn gemeld, in het bijzonder in combinatie met alcohol en/of andere geneesmiddelen. Zelden zijn ecg-veranderingen, aritmieën, hypotensie en convulsies gerapporteerd. Venlafaxine en metaboliet zijn niet dialyseerbaar.

Dosering
De preparaten met gereguleerde afgifte worden eenmaal daags gedoseerd. De gewone tablet is alleen voor depressie geregistreerd en deze wordt twee-tot driemaal daags gedoseerd.
Depressie: aanbevolen dosering 75–375 mg per dag. Dosisverhogingen dienen eens per 2 weken of meer te geschieden.
Gegeneraliseerde angststoornis: 75–225 mg eenmaal per dag. De werkzaamheid van een behandelduur langer dan 8 weken is niet aangetoond.
Sociale angststoornis: 75 mg per dag, indien nodig met 75 mg, met tussenpozen van minimaal 4 dagen verhogen tot max. 225 mg per dag; de werkzaamheid op de lange termijn (> 12 weken) is niet vastgesteld.
Paniekstoornis: begindosering 37,5 mg per dag gedurende 3–7 dagen, vervolgens verhogen tot onderhoudsdosering van 75 mg eenmaal per dag; indien nodig in stappen van 75 mg met een interval van 4 dagen tot 2 weken verhogen tot max. 225 mg per dag. Gewoonlijk is langetermijnbehandeling aangewezen.
Bij nierfunctiestoornissen: glomerulaire filtratiesnelheid 10–70 ml/min de dosering met 25–50% verlagen; bij hemodialyse en bij mild tot matig verstoorde leverfunctie: dosering halveren. Bij ernstige leverfunctiestoornis een grotere reductie dan 50% overwegen.
De preparaten mga iedere dag zoveel mogelijk op het zelfde tijdstip tijdens een maaltijd met wat vloeistof innemen.

verklaring van de symbolen
Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.
Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.
Dit middel is nog niet beoordeeld door de CFH.
Zelfzorgmiddel ('over the counter').
'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.