Referentiewaarden klinische chemie
afdrukken


Binnen de referentiewaarden vallen 95% van de analyseresultaten, verkregen bij onderzoek van de gekozen, gezonde bevolkingsgroep. Meestal zijn dit (jonge) volwassenen. Dat wil zeggen, dat 2,5% van de gezonde personen (1 op 40) een lagere, en 2,5% van de personen (ook 1 op 40) een hogere uitslag heeft, al zal zo'n ’afwijkende’ uitslag meestal niet ver buiten de referentiewaarden liggen. Voor de statistische achtergronden van de referentiewaarden wordt verwezen naar de specialistische literatuur.
Referentiewaarden zijn vaak afhankelijk van de leeftijd en het geslacht van de personen in de onderzochte groep. Soms is de leeftijd-afhankelijkheid marginaal, maar in veel gevallen is ze substantieel. Met name neonaten, maar ook ouderen, kunnen als groep andere referentiewaarden laten zien dan jonge volwassenen. Bij neonaten kan men als uitgangspunt nemen, dat alle referentiewaarden afwijkend zijn, waarbij de mate van prematuriteit nog additioneel van invloed is. Bij ouderen is soms lastig vast te stellen wie wel en wie niet als gezond mag worden aangemerkt. De leeftijdsafhankelijkheid is nog niet voor alle componenten grondig in kaart gebracht.
Tijdens de zwangerschap treden ook aanzienlijke veranderingen op, zodat voor een aantal bepalingen referentiewaarden afhankelijk van de zwangerschapsduur moeten worden gehanteerd.
De invloed van staan of liggen, maaltijden en geneesmiddelgebruik moet zo nodig ook in de beoordeling worden betrokken. Raadpleeg bij twijfel het eigen klinisch-chemisch laboratorium.
Referentiewaarden zijn in een aantal gevallen ook afhankelijk van de gebruikte analysemethode. Het bekendste voorbeeld zijn de enzymbepalingen in bloed. Deze activiteitsmetingen zijn o.a. afhankelijk van temperatuur en reagenssamenstelling. Veel laboratoria hebben dus eigen referentiewaarden.
Onderstaande lijst is niet meer dan een indicatie, omdat referentiewaarden afhankelijk zijn van de hiervoor geschetste factoren. Men raadplege dus altijd de voor het eigen laboratorium geldende referentiewaarden. Voorts zij gewezen op het Handboek Medische Laboratoriumdiagnostiek (Pekelharing J.M., Souverijn, J.H.M., Hooijkaas, H., Punt, J., Smeets, L.C., red.). Utrecht Prelum Uitgevers, 2009, en op www.klinischediagnostiek.nl.

Dr. J.M. Pekelharing
Prof. Dr. M.A. Blankenstein
Dr. P.M.M. van Haard


Tabel 1: Verklaring van enige symbolen
k = kilo = 103
m = milli = 10-3
μ = micro = 10-6
n = nano = 10-9
p = pico = 10-12
f = femto = 10-15
a = atto = 10-18
s = sec
h = uur
d = dag = 24 uur

Tabel 2: Referentiewaarden
Bestanddeel
Bijzonderheid
Referentiewaarde en eenheid
ACE
sterk methode-afhankelijk
indicatie: 7-20 U/l
Acetoacetaat
volbloed
< 0,1 mmol/l
ACTH
ochtend, nuchter, mannen
1-76 ng/l
idem, vrouwen
1-73 ng/l
na metopiron (metyrapone)
> 90 ng/l
AFP
0-20 μg/l
Alanine-aminotransferase (ALAT)
referentiemethode 37°C, mannen
< 50 U/l
idem, vrouwen
< 40 U/l
Albumine, serum
volwassenen
35-55 g/l
liggend (na 30 minuten)
29-49 g/l
zwangerschap, 2e, 3e trimester
verlaagd
> 70 jaar
ca. 20% verlaging
Albumine, urine
excretiesnelheid
< 20 μg/minuut
< 30 mg/24 uur
< 20 mg/l
mannen
< 2,5 mg/mmol creatinine
vrouwen
< 3,5 mg/mmol creatinine
Alcohol, bloed
< 2 mmol/l
Alcohol, urine
< 2 mmol/l
Aldolase
volwassenen
< 5,5 U/l (30°C)
pasgeborenen
< 22 U/l
tot 20 jaar
< 11 U/l
Aldosteron, plasma
08.00 - 10.00 uur; in rust (liggend)
30-150 pmol/l
3 uur na opstaan
190-820 pmol/l
na zoutrijk dieet, > 200 nmol/24 uur
< 240 pmol/l
Aldosteron, urine
normaal zout in dieet
< 55 nmol/24 uur
α1-antitrypsine, plasma
PiMM
0,9-2,0 g/l
α1-antitrypsine, feces
vers
< 0,4 mg/g
droog
< 1,6 mg/g
Alkalische fosfatase
volwassenen
< 125 U/l
< 12 jaar
< 350 U/l
zwangeren
< 200 U/l
Aminozuren
zie tabel bij testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Ammonium, plasma
enzymatische GLDH methode:
volwassenen
10-45 μmol/l
< 14 jaar
24-48 μmol/l
neonaten
30-160 μmol/l
prematuren
< 200 μmol/l
Amylase
sterk methode-afhankelijk
Amylase iso-enzymen
afhankelijk van techniek
P-fractie: 50-60%
S-fractie: 40-50%
ANA
niet aantoonbaar
ANCA
niet aantoonbaar
Anion Gap [(Na+-(Cl+ HCO3)]
8-16 mmol/l
Antidiuretisch hormoon (ADH), bloed
2-7 ng/l
Antifactor Xa (LMW hep)
6 uur na toediening LMWH
0,1-0,2 U/ml
Antiglobulinetesten
direct of indirect
negatief
Antistoffen
zie Klinische Diagnostiek
Antitrombine (ATIII)
activiteit
80-120% van poolplasma
178-280 mg/l
pasgeborenen
ca. 50% van referentiewaarde
antigeen
0,14-0,39 g/l
AP50/CH50
activiteit
70-130% van poolplasma
APC-resistentieratio
< 2,0
Apolipoproteïne A1
0,7-2,0 g/l
Apolipoproteïne B100
0,5-1,5 g/l
APTT
methode-afhankelijk
30-40 seconden
gezonde kinderen
langere waarden
Aspartaataminotransferase (ASAT)
IFCC-methode 37°C
< 45 U/l
kinderen < 1 maand
< 150 U/l
kinderen < 2 jaar
< 80 U/l
Bence-Jones-eiwit, urine
niet aantoonbaar
β2-microglobuline, serum
volwassenen
0,6-2,2 mg/l
> 60 jaar
< 3,0 mg/l
kinderen
0,1-1,9 mg/l
β2-microglobuline, urine
< 0,4 mg/l
β2-microglobuline, liquor
< 2,2 mg/l
Bezinking
neonaat
0-2 mm/uur
< 10 jaar
3-13 mm/uur
vrouwen ≤ 50 jaar
< 20 mm/uur
vrouwen > 50 jaar
< 30 mm/uur
zwangeren, 3e trimester
< 30 mm/uur
mannen ≤ 50 jaar
< 15 mm/uur
mannen > 50 jaar
< 20 mm/uur
Bilirubine, bloed, totaal
> 1 maand
< 17 μmol/l
à terme geborenen, tot 24 uur
< 100 μmol/l
idem tot 48 uur
< 140 μmol/l
idem tot 3-5 dagen
< 200 μmol/l
prematuur geborenen, tot 24 uur
< 140 μmol/l
idem tot 48 uur
< 200 μmol/l
idem tot 3-5 dagen
< 275 μmol/l
Bilirubine, geconjugeerd
> 1 maand
< 5 μmol/l
Bloedgassen
pH
7,35-7,45
pCO2
4,7-6,4 kPa (35-48 mm Hg)
pO2
10,0-13,3 kPa (75-100 mm Hg)
actuele cHCO3-
22-29 mmol/l
standaard cHCO3-
21-27 mmol/l
Base Excess
-3 tot +3 mmol/l
sO2
0,95-0,98 mol/mol
Bloedingstijd
Duke-methode
1-4 minuten
Ivy-methode
1-4 minuten
Mielke-methode
2-9 minuten
CA 15.3
met 115D8- en DF3-antilichamen
< 30 kU/l
zwangerschap 3e trimester
< 100 kU/l
CA 19.9
< 37 kU/l;
zie testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
CA 125
< 35 kU/l
na hysterectomie en menopauzaal
< 30 kU/l
Calcitonine, bloed
< 25 pmol/l
na stimulatie, mannen
< 300 pmol/l
idem, vrouwen
< 100 pmol/l
Calcium, serum, totaal
volwassenen
2,10-2,55 mmol/l
< 20 jaar
2,14-2,64 mmol/l
Calcium, geïoniseerd
capillair
1,20-1,30 mmol/l
veneus
1,24-1,34 mmol/l
Calcium, urine
80 percentiel
< 8 mmol/24 uur
Cannabinoïden
methode-afhankelijk
< 50 μg/l
Caroteen
0,3-1,1 μmol/l
Catecholaminen en metabolieten in urine
zie individuele verbindingen in testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
CD4
0,56-1,49 × 109/l
CD8
0,26-0,99 × 109/l
CD4/CD8-ratio
1,08-3,99
CEA
niet-rokers
< 2,5-5,0 μg/l, methode-afhankelijk
rokers
< 5-10 μg/l, methode-afhankelijk
Cellen in liquor
erytrocyten
0/μl
leukocyten
< 5/μl (15/3μl)
Ceruloplasmine
mannen
0,22-0,40 g/l
vrouwen
0,25-0,60 g/l
pasgeborenen
0,02-0,13 g/l
½ - 3 jaar
0,31-0,91 g/l
> 3 jaar
0,25-0,50 g/l
Citraat, urine
1,0-3,5 mmol/24 uur
Chloride, serum
veneus
96-107 mmol/l
anion gap (Na+-(Cl+ HCO3)
8-16 mmol/l
Chloride, zweet
< 50 mmol/l
Cholesterol, totaal
leeftijds- en geslachtsafhankelijk
zie tabel testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Cholinesterase
methode-afhankelijk
Circulerende Immuun Complexen
methode-afhankelijk
raadpleeg eigen laboratorium
Colloïdosmotische druk (COD)
vanaf 6 maanden
22-26 mm Hg
idem liggend
19-23 mm Hg
Complementfactor C3
raadpleeg eigen laboratorium
0,90-1,80 g/l
neonaten
0,63-1,26 g/l
zwangeren
0,99-1,98 g/l
Complementfactor C3d
raadpleeg eigen laboratorium
methode-afhankelijk
Complementfactor C4
raadpleeg eigen laboratorium
0,15-0,45 g/l
pasgeborenen
10% lager
> 50 jaar
10% hoger
Coombstest
negatief
Cortisol, plasma
08.00 uur
150-700 nmol/l
17.00 uur
100-400 nmol/l
23.00 uur
< 210 nmol/l
na dexamethason
< 140 nmol/l
Cortisol, urine
met HPLC
< 145 nmol/24 uur
met immunoassays
< 300 nmol/24 uur
C-peptide
nuchter
0,26-0,62 nmol/l
na glucagonstimulatie
0,90-1,85 nmol/l
C-reactive protein (CRP)
< 10 mg/l
< 4 dagen
15 mg/l
Creatinekinase (CK)
mannen
< 200 U/l
vrouwen
< 170 U/l
neonaten
tot 3× volwassen waarden
eerste levensjaar
iets verhoogd
CK-MB
activiteitsmeting
< 5% van totaal CK
massameting
< 5 ng/ml
Creatinine, bloed
Jaffé-reactie (kinetisch), mannen
80-125 μmol/l
Jaffé-reactie (kinetisch), vrouwen
70-100 μmol/l
enzymatisch, mannen
45-100 μmol/l
enzymatisch, vrouwen
45-80 μmol/l
zwangeren
lager t.g.v. hemodilutie
< 2 dagen
70-140 μmol/l
1 week tot 1 maand
30-80 μmol/l
1 maand tot 1 jaar
25-70 μmol/l
1-3 jaar
25-50 μmol/l
kleuters
40-70 μmol/l
kinderen
50-90 μmol/l
Creatinine, urine
zie ook bij testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
10-42 mmol/24 uur
Creatinineklaring
volwassenen
60-125 ml/min
Cryoglobulinen
afwezig (< 60 mg/l)
D-dimeer
methode-afhankelijk
Dehydro-epiandrosteronsulfaat (DHEAS)
mannen
Tanner II-III
1,6-13,7 μmol/l
Tanner IV-V
4,5-13,6 μmol/l
18-30 jaar
3,4-16,8 μmol/l
31-50 jaar
1,6-12,3 μmol/l
51-60 jaar
0,5-11,2 μmol/l
61-83 jaar
0,3-7,7 μmol/l
vrouwen
Tanner II-III
0,5-14,5 μmol/l
Tanner IV-V
2,0-14,4 μmol/l
18-30 jaar
1,2-10,3 μmol/l
31-50 jaar
0,3-10,3 μmol/l
51-60 jaar
< 6,6 μmol/l
61-83 jaar
< 3,1 μmol/l
δ4-Androsteendion (A’dion)
mannen
1-13 nmol/l
vrouwen
1-10 nmol/l
Differentiële telling bloedcellen
neutrofiele granulocyten
2,00-7,20 × 109/l
eosinofiele granulocyten
0,05-0,50 × 109/l
basofiele granulocyten
0,00-0,10 × 109/l
lymfocyten
1,00-4,00 × 109/l
monocyten
0,15-0,90 × 109/l
3,4-dihydroxy-fenylazijnzuur (DOPAC)
0,4-1,2 mmol/mol creatinine
Dopamine (vrij DA)
urine
< 300 μmol/mol creatinine
Eiwit, lumbale liquor
neonaten
150-1400 mg/l
tot 10 jaar
150-300 mg/l
volwassenen
150-500 mg/l
Eiwit, ventriculaire liquor
50-150 mg/l
Eiwit, cisternale liquor
150-250 mg/l
Eiwit totaal, serum
zie Klinische Diagnostiek, Totaal Eiwit
Eiwitspectrum, serum
albumine
35-55 g/l
α1-globuline
2-4 g/l
α2-glubuline
6-10 g/l
β-globuline
8-13 g/l
γ-globuline
7-15 g/l
Eiwit, urine
< 150 mg/24 uur (vooral albumine)
Eosinofiele granulocyten
volwassenen
0,05-0,5 × 109/l
kinderen tot 1 jaar
0,05-0,70 × 109/l
kinderen 1-10 jaar
0,05-0,55 × 109/l
Epinefrine (vrij A)
urine
< 10 μmol/mol creatinine
Epinefrine, plasma
liggend
0,08–0,20 nmol/l
staand
0,07–0,27 nmol/l
Erytrocyten
mannen
4,3-6,0 × 1012/l
vrouwen
3,8-5,5 × 1012/l
pasgeborenen
4,0-6,0 × 1012/l
1-12 jaar
3,8-5,4 × 1012/l
Erytropoëtine (EDTA plasma)
bij normale hematocriet
< 90 U/l
Ferritine
mannen
25-250 μg/l
vrouwen, premenopauzaal
20-150 μg/l
vrouwen, postmenopauzaal
20-250 μg/l
Fibrinedegradatieproducten (FDP)
methode-afhankelijk
raadpleeg eigen laboratorium
Fibrinogeen
volwassenen
2,0-4,0 g/l
neonaten
normaal tot licht verlaagd
Follikelstimulerend hormoon (FSH)
jongens, 0-6 mnd
< 3 U/l
jongens, 7 mnd - start puberteit
< 1,0 – 1.9 U/l
jongens, vroege - late puberteit
< 1,0 – 7,0 U/l
mannen, volwassen
2,0 – 7,0 U/l
meisjes, 0-6 mnd
< 1,0 – 24,0 U/l
meisjes, 7 mnd - start puberteit
3,0 – 10,0 U/l
meisjes, vroege - late puberteit
< 1,0 – 8,0 U/l
vrouwen, folliculair
1,0-8,0 U/l
vrouwen, midcyclisch
3,0-15,0 U/l
vrouwen, luteaal
1,0-8,0 U/l
vrouwen, postmenopauzaal
30,0-150,0 U/l
Foliumzuur
5-23 nmol/l
Fosfaat, serum
< 1 week
1,3-2,7 mmol/l
tot 17 jaar
1,1-1,8 mmol/l
≥ 17 jaar
0,9-1,5 mmol/l
Fosfaat, urine
alle leeftijden
10-40 mmol/24 uur
Fructose, serum
55-333 μmol/l
piek na 1 g fructose/kg
830-1390 μmol/l
Fructose, urine
< 333 μmol/l
piek na 1 g fructose/kg
1-2% van de dosis
Galactose, serum
< 0,3 mmol/l
neonaten
< 1,1 mmol/l
Galactose, urine
< 0,2 mmol/24 uur
neonaten
< 3,3 mmol/24 uur
γ-glutamyltransferase (γ-GT), serum
mannen, IFCC-methode
< 45 U/l
vrouwen, idem
< 35 U/l
Gastrine
nuchter
120 ng/l (Gastrine G-17)
pasgeborenen en kleuters
< 200 ng/l
Glucagon
nuchter
< 60 pmol/l
tijdens GTT
dalend tot ca. 30 pmol/l
Glucose
nuchter volbloed of capillair
3,5-5,6 mmol/l
nuchter veneus plasma
4,0-6,4 mmol/l
binnen 1 uur na 50 g lactose p.o.
stijging met 1,2-2,0 mol/l
zwangeren
zie tabel bij glucosetolerantietest in Klinische Diagnostiek
Glucose, liquor
ca. ⅔ van de bloedwaarde
Glucose-6-fosfaatdehydrogenase (G6PD)
tot 3 maanden
5,9-9,6 IU/g hemoglobine
vanaf 3 maanden
4,8-7,2 IU/g hemoglobine
Glutathionreductase (GSSG-red)
tot 3 maanden
3,3-6,0 IU/g hemoglobine
na 3 maanden
2,4-4,8 IU/g hemoglobine
GlycoHb (NGSP kalibratie)
niet-diabeten
4,0-6,0%
goede instelling
< 7%
redelijke instelling
7-8%
slechte instelling
> 8,0%
Groeihormoon
mannen, nuchter
< 10 mU/l (WHO IRP 80/505)
vrouwen, kinderen, nuchter
< 15 mU/l
na inspanning
> 18 mU/l
bij insulinetolerantietest
> 10 mU/l (veelal > 20)
bij argininetest
> 10 mU/l (veelal > 40)
bij L-DOPA-test
> 6 mU/l (veelal > 20)
1 uur na 75 g glucose oraal
< 4 mU/l
Haptoglobine
0,3-2,0 g/l
HDL-cholesterol
mannen
0,9-1,7 mmol/l
vrouwen
1,1-2,0 mmol/l
Hematocriet
mannen
0,41-0,51 l/l
vrouwen
0,36-0,47 l/l
zwangeren
> 0,32 l/l
neonaten (< 1 week)
0,41-0,65 l/l
Hemoglobine in bloed (Hb)
mannen
8,5-11,0 mmol/l
vrouwen
7,5-10 mmol/l
zwangeren
6,8-8,7 mmol/l
< 15 dagen
5,5 mmol/l
Hemoglobine in plasma
< 4 μmol/l
Hemoglobine, foetaal (HbF)
neonaten
60-90%, leeftijdsafhankelijk
> 1 jaar
< 1%
Hemoglobine A2 (HbA2)
volwassenen
1,5-3,2%
neonaten
< 0,5%
Hemoglobinen, instabiel
< 5% van totaal Hb
Hemoglobinevarianten
HbA0
95-98%
HbA1
5-8%
HbA2
2-3%
HbF
< 1%
Homocysteïne (Hartstichting)
nuchter, onbelast
< 15 μmol/l
belast, 6 uur na methionine
< 55 μmol/l (<30 μmol/l boven nuchter)
Homovanillylamandelzuur (HVA)
urine
1,1-5,5 mmol/mol creatinine
Humaan choriongonadotrofine (HCG)
< 5 IU/l, methode-afhankelijk
3-Hydroxyboterzuur
volbloed
0,06-0,20 mmol/l
3-Hydroxyboterzuur/Acetoacetaat-ratio
< 1,0
5-Hydroxy-3-indolazijnzuur (5HIAA)
urine
0,8-3,8 mmol/mol creatinine
17α-Hydroxyprogesteron
< 6,0 nmol/l
pasgeborenen
afhankelijk van zwangerschapsduur, geboortegewicht en leeftijd
IJzer
mannen
14-35 μmol/l
vrouwen
10-25 μmol/l
neonaten
17-40 μmol/l
IgM-ratio
0,24-0,43 × 10-3
IgM-index
0,048-0,077
Immunoglobuline A (IgA)
< 2 weken
< 0,15 g/l
2 weken - 2 jaar
0,05-1,1 g/l
2-3 jaar
0,1-2,3 g/l
3-9 jaar
0,5-2,5 g/l
9-15 jaar
0,6-3,5 g/l
16 jaar en ouder
0,7-4,0 g/l
Immunoglobuline A (IgA), speeksel
120-200 mg/l
Immunoglobuline D (IgD)
< 150 mg/l
Immunoglobuline E (IgE) (totaal)
< 4 maanden
< 2U/ml
4 maanden - 1 jaar
< 5 U/ml
1-4 jaar
< 10 U/ml
4-7 jaar
< 25 U/ml
7-10 jaar
< 50 U/ml
ouder dan 10 jaar
< 100 U/ml
Immunoglobuline E (IgE)
allergeenspecifiek
< 0,35 kU/l (CAP systeem)
Immunoglobuline G (IgG)
pasgeborenen
6,5-13,0 g/l (navelstreng)
1-6 maanden
2,2-11,3 g/l
6 maanden - 6 jaar
2,6-13,4 g/l
6-16 jaar
5,2-15,6 g/l
volwassenen
7,0-16,0 g/l
Immunoglobuline G-subklassen
zie tabel in testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Immunoglobuline G-index
0,3-0,6
Immunoglobuline M, bloed
navelstreng
0,2 g/l
2 weken - 6 maanden
0,03-0,7 g/l
6 maanden - 3 jaar
0,1-1,0 g/l
3-15 jaar
0,3-2,0 g/l
16 jaar en ouder
0,4-2,3 g/l
Immunoglobuline M, liquor
0,35-0,65 mg/l
Immuuncomplex
niet aantoonbaar
Insuline
nuchter, normaal postuur
< 15 mU/l (< 110 pmol/l)
nuchter, obesen
< 25 mU/l (< 180 pmol/l)
Insuline antilichamen
negatief
Insuline-achtige groeifactor 1 (IGF-1)
sterk leeftijdsafhankelijk
methode-afhankelijk
Kalium, serum
volwassenen
3,5-5,0 mmol/l
neonaten
3,7-5,9 mmol/l
Kalium, urine
25-125 mmol/24 uur
Koolhydraatdeficiënt transferrine (CDT)
methode Axis
< 2,6%
Koolmonoxide (Carboxyhemoglobine)
niet-rokers
0,5-1,5% COHb
rokers
<5% COHb
zware rokers
< 10% COHb
Koper, serum
volwassenen
11-23 μmol/l
zwangerschap
2 à 3 maal verhoogd
bij orale anticonceptie
2 maal verhoogd
pasgeborenen
8-11 μmol/l
prematuren
3-8 μmol/l
Koper, urine
0,15-0,95 μmol/l
Lactaat
veneus/capillair volbloed
0,5-1,7 mmol/l
liquor
1,1-2,4 mmol/l
Lactaat:pyruvaat-ratio
volbloed
< 15
liquor
< 15
Lactaatdehydrogenase (LD)
volwassenen, IFCC-methode
135-225 U/l
zuigelingen, IFCC-methode
2 à 3 × zo hoog
LDL-cholesterol
aanbeveling volgens consensus, zie ook tekst in Klinische Diagnostiek
< 3 mmol/l
Leukocyten
totaal
4,0-10,0 × 109/l
staafkernige neutrofielen
0,1-2,0 × 109/l
segmentkernige neutrofielen
1,1-6,0 × 109/l
neutrofielen totaal
2,00-7,20 × 109/l
eosinofielen
0-0,5-0,50 × 109/l
basofielen
0-0,15 × 109/l
monocyten
0,15-0,90 × 109/l
lymfocyten
1,0-4,0 × 109/l
Lipase
turbidimetrische methode
30-140 U/l (25°C)
spectrofotometrische methode
20-180 U/l
Lipoproteïne-a (Lp(a))
afkapwaarde (zie test in Klinische Diagnostiek)
300 mg/l
Lithium
afwezig
therapeutisch venster; profylaxe
0,60-0,80 mmol/l
idem; acute manie
1,00-1,20 mmol/l
Lood, volbloed
volwassenen
<1,0 μmol/l (<200 μg/l)
kinderen
< 0,5 μmol/l (<100 μg/l)
Lood, 24-uurs urine
< 20 mg/l
Lupus anticoagulans (LAC)
stoltijdmetingen (APTT, PT)
niet verlengd
als anticardiolipine – ELISA
negatief
Luteïniserend hormoon (LH)
jongens, 0-6 maanden
< 1,0-2,6 U/l
jongens, 7 maanden - start puberteit
< 1,0-1,8 U/l
jongens, vroege - late puberteit
< 1,0-8,0 U/l
mannen, volwassen
1,5-8,0 U/l
meisjes, 0-6 maanden
< 1,0 U/l
meisjes, 7 maanden - start puberteit
< 1,0 U/l
meisjes, vroege - late puberteit
< 1,0-8,0 U/l
vrouwen, folliculair
1,5-8,0 U/l
vrouwen, midcyclisch
10-55 U/l
vrouwen, luteaal
1,5-8,0 U/l
vrouwen, postmenopauzaal
10-90 U/l
Lymfocytensubtypering
zie tabellen bij testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Lysozym, plasma
4-15 mg/l
Lysozym, urine
0-3 mg/l
Magnesium, bloed
volwassenen
0,7-1,0 mmol/l
neonaten
0,5-1,2 mmol/l
oudere kinderen
0,6-1,0 mmol/l
Magnesium, urine
3,0-5,0 mg/24 uur
Mean corpuscular volume (MCV)
volwassenen
82-98 fl
pasgeborenen
95-120 fl
Mean corpuscular hemoglobin (MCH)
volwassenen
1,7-2,1 fmol
pasgeborenen
1,9-2,5 fmol
Mean corpuscular hemoglobin conc.
volwassenen
19,3-22,5 mmol/l
Metanefrine, plasma
vrij
< 0,29 nmol/l
totaal
1,25-6,40 nmol/l
Metanefrine (M)
urine
26-70 μmol/mol creatinine
3-Methoxy-4-hydroxyfenyleenglycol (MHPG)
0,4-1,5 mmol/mol creatinine
3-Methoxytyramine (3MT)
urine
37-170 μmol/mol creatinine
Methemalbumine
niet aanwezig
Methemoglobine (metHb of Hi)
1,0-1,5% van totaal Hb
Metopirontest
11-desoxycortisol
> 200 nmol/l
ACTH
> 90 ng/l
Myoglobine, serum, immunologisch
< 76 mg/l
Myoglobine, urine
< 6 μg/l, negatief
Natrium
serum
135-145 mmol/l
urine
130-200 mmol/24 uur
Neuronspecifiek enolase (NSE)
< 7,5-15 μg/l methode-afhankelijk
kinderen
< 30 μg/l
Norepinefrine (vrij NA)
urine
< 30 μmol/mol creatinine
Normetanefrine (NM)
urine
70-260 μmol/mol creatinine
Normetanefrine, plasma
vrij
< 0,58 nmol/l
totaal
3,0-25,0 nmol/l
Norepinefrine, plasma
liggend
0,94-2,14 nmol/l
staand
1,82-5,14 nmol/l
Estradiol
meisjes, 7 maanden - start puberteit
< 60 pmol/l
meisjes, vroege - late puberteit
< 60 - cyclische waarden
vrouwen, folliculair
80-900 pmol/l
vrouwen, midcyclus
400-1500 pmol/l
vrouwen, luteaal
150-900 pmol/l
vrouwen postmenopauzaal
< 10-60 pmol/l
jongens, 7 maanden - start puberteit
< 60 pmol/l
jongens, vroege - late puberteit
< 60-180 pmol/l
mannen
120-180 pmol/l
Estron
vrouwen
100-1000 pmol/l
mannen
100-200 pmol/l
Opiaten
zie testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Organische zuren
zie testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Osmolaliteit
serum
275-300 mOsm/kg
urine na 12 uur dorsten
800-900 mOsm/kg
zweet
< 170 mOsm/kg
Osmotische resistentie
bij 68-77 mmol NaCl
50%
na 24 uur 37° met 85-95 mmol NaCl
50%
AGLT test
> 1800 s
Oxalaat, urine
0,30-0,60 mmol/24 uur (95P: < 0,8)
Pancreas-elastase, in feces
> 200 μg/g feces
Parathyroïdhormoon (PTH)
bij normaal Ca2+
2-7 pmol/l
bij verhoogd Ca2+
< 4 pmol/l
Plasminogeen
t.o.v. normaal plasma
70-120%
Plasminogeenactivator-inhibitor (PAI)
methode- en tijdstip-afhankelijk
5-60 μg/l
Porfyrinen, feces, urine, bloed
zie tabel bij testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Prealbumine
½-5 jaar
130-280 mg/l
> 5 jaar en volwassenen
200-400 mg/l
PAPP-A
zie tabel bij testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Progesteron
meisjes, 7 maanden - start puberteit
< 1,0 nmol/l
meisjes, vroege - late puberteit
< 1,0 – cyclische waarden
vrouwen, folliculair
0,2-3,4 nmol/l
vrouwen, midcyclisch
0,7-8,0 nmol/l
vrouwen, luteaal
10-60 nmol/l
zwangeren, 1e trimester
50-200 nmol/l
zwangeren, 3e trimester
> 300 nmol/l
vrouwen, postmenopauzaal
< 0,5-2,0 nmol/l
jongens, 7 maanden - start puberteit
< 1,0 nmol/l
jongens, vroege - late puberteit
< 1,0-2,0 nmol/l
mannen
< 0,5-2,0 nmol/l
Prolactine
vrouwen
200-500 mU/l
mannen
100-300 mU/l
kinderen
100-200 mU/l
neonaten, tot 14 dagen
1000-2000 mU/l
Prostaatspecifiek antigeen (PSA)
tot 40 jaar
< 2,0 μg/l
40-50 jaar
< 2,5 μg/l
50-60 jaar
< 3,5 μg/l
60-70 jaar
< 4,5 μg/l
70-80 jaar
< 6,5 μg/l
Proteïne C
t.o.v. normaal plasma
75-125% of 0,75-1,25 U/ml
Proteïne S
t.o.v. normaal plasma
70-130% of 0,7-1,3 U/ml
Protrombinetijd (PTT)
11-14 s
INR (zie ook testbeschrijving in Klinische Diagnostiek)
0,9-1,1
Pyruvaat
volbloed
30-90 μmol/l
liquor
60-190 μmol/l
Pyruvaatkinase in erytrocyten
kinderen tot 3 maanden
5,6-12,0 IU/g Hb
ouder dan 3 maanden
4,8-9,6 IU/g Hb
Red cell distribution width (RDW)
sterk methode-afhankelijk
Renine-activiteit, in rust, ‘s ochtends
zoutbeperkt (< 50 μmol/d; liggend)
> 11,0 nmol/l/uur
normaal zout (60-160 μmol/d)
0,9-2,7 nmol/l/uur
zoutrijk (> 200 μmol/d)
< 0,5 nmol/l/uur
Reticulocyten
microscopische telling
0-2%
geautomatiseerde telling
0,5-2,5%
Retinolbindend proteïne (RBP)
30-60 mg/l
S-100 eiwit, serum; 2,5-97,5 percentiel
mannen
0,01-0,12 μg/l
vrouwen
0,1-0,15 μg/l
SCC antigeen
vrouwen
< 1,9 μg/l
Serotonine, plaatjes
2,8-6,0 nmol/109 trombocyten
Sikkelceltest
negatief
Spoorelementen
zie tabel bij testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Stercobilinogeen feces
100-700 μmol/24 uur
Stollingsfactor XII
activiteit
70-120% t.o.v. normaal plasma
concentratie
23-40 mg/l
Stollingsfactoren algemeen
activiteit
70-130% (of 0,7-0,13 IU/ml)
Sulfhemoglobine (sulfHb of sHb)
0%
Testosteron
jongens, 0-6 maanden
< 0,2-6,5 nmol/l
jongens, 7 maanden - start puberteit
< 0,2-0,6 nmol/l
jongens, vroege - late puberteit
0,6-35 nmol/l
mannen
12-35 nmol/l
meisjes, 0-6 maanden
< 0,2 nmol/l
meisjes, 7 maanden - start puberteit
< 0,5 nmol/l
meisjes, vroege - late puberteit
< 0,5-3,0 nmol/l
vrouwen
0,5-3,0 nmol/l
Thyroglobuline (Tg)
1-20 μg/l, methode-afhankelijk
Thyroïdstimulerend hormoon
0,5-3,9 mU/l
neonaten, tot dag 4
tot 39 mU/l
bij TRH test
stijging met 1,2-43 mU/l
bij TRH test, kinderen
stijging tot 3 × basaal
Thyroxine, totaal, TT4
volwassenen
64-154 nmol/l
pasgeborenen
127-282 nmol/l
Thyroxine, vrij
volwassenen
9-24 pmol/l
pasgeborenen
28-68 pmol/l (bij CHT hoger!)
Thyroxinebindend globuline (TBG)
volwassenen
250-560 nmol/l (13-35 mg/l)
zwangeren
> 600 nmol/l
TmP/GFR
bij GFR > 60 ml/min
0,80-1,35 mmol/l
kinderen
tot 25% hoger
Totaal eiwit, bloed
prematuur geborenen
35-60 g/l
à terme geborenen, tot 1 week
45-70 g/l
kinderen 1-12 maanden
50-75 g/l
1-2 jaar
55-75 g/l
> 3 jaar en volwassenen
60-80 g/l
Totale ijzerbindingscapaciteit (TIJBC)
volwassenen
27-54 μmol/l
Transferrine
volwassenen
2,0-4,1 g/l
neonaten
1,3-2,7 g/l
Tubulaire terugresorptie van fosfaat
(TRP)
85-95%
Triglyceriden
nuchter
0,6-2,2 mmol/l (richtlijn: < 2)
Trijoodthyronine (T3)
1,1-3,0 nmol/l
tot 2 weken
0,8-3,8 nmol/l
Trombinetijd
15-20 sec., test-afhankelijk
Trombocyten
150-400 × 109/l
Trombotest
zie tabel bij testbeschrijving in Klinische Diagnostiek
Troponine
raadpleeg eigen laboratorium
Uraat, urine
< 5 mmol/24 uur
Ureum, serum
kinderen
1,8-6,4 mmol/l
volwassenen
2,5-6,4 mmol/l
> 60 jaar
2,9-7,5 mmol/l
Ureum, urine
1e week
2,5-3,3 mmol/ 24 uur
1e maand
10-17 mmol/ 24 uur
6-12 maanden
33-67 mmol/ 24 uur
1-2 jaar
67-133 mmol/ 24 uur
4-8 jaar
133-200 mmol/ 24 uur
8-16 jaar
200-333 mmol/ 24 uur
volwassenen
333-583 mmol/ 24 uur
Urinesediment
erytrocyten
< 5/gezichtsveld (5-10/μl urine)
leukocyten
5-10/gv 400× (10-20/μl urine)
hyaliene cilinders
< 3/gv 400×
Urinezuur, serum
mannen
0,20-0,42 mmol/l
vrouwen
0,12-0,34 mmol/l
Urinezuur, urine
normaal dieet
1,2-4,0 mmol/24 uur
Urobilinogeen, urine
volwassenen, zuigelingen
1-7 μmol/24 uur
kleuters
7-13 μmol/24 uur
Vet, feces
screening
niet aantoonbaar
vetbalans
< 6 g/24 uur
vetresorptie
> 95%
Vanillylamandelzuur (VMA), urine
0,5-2,5 mmol/mol creatinine
Viscositeit
serum
1,4-1,8 mPa.s (25°C)
plasma
0,05-0,20 mPa.s lager
Vitamine A
all-trans retinol
1,2-2,7 μmol/l
Vitamine B1
heparinebloed
60-120 nmol/l
Vitamine B2
heparinebloed
200-375 nmol/l
Vitamine B3
heparinebloed
20-50 μmol/l
Vitamine B6
heparinebloed
35-110 nmol/l
Vitamine B12
130-700 pmol/l
Vitamine C
plasma
11-100 μmol/l
Vitaminen D
25(OH)D3
20-100 nmol/l
1α,25(OH)2D
40-140 pmol/l
Vitamine E
RRRα tocoferol
15-35 μmol/l
Vitamine K1
0,8-5,3 nmol/l
Von Willebrandfactor (VWF)
factor VIII
0,50-1,50 U/ml (of 50-150%)
Waterstof, in ademlucht
< 20 ppm (lactose, glucose)
met lactulosebelasting
piek na > 120 minuten
Xyloseresorptietest, belasting 25 g
urine
> 5 g/5 uur (33 mmol)
bloed
piek 0,3 g/l (2 mmol/l) na 2 uur
Xyloseresorptietest, belasting 5 g, urine
urine
> 1,2 g/5 uur (8 mmol)
bloed
> 0,23 g/l (1,5 mmol/l)
Zink
plasma
10-18 μmol/l
volbloed
70-130 μmol/l
Zweetproef
Cl
< 50 mmol/l
Na+
< 50 mmol/l
geleidbaarheid
< 60 eq, mmol NaCl/l
Na+/Clratio
< 1,0
Na+ + Cl
< 130
CF-patiënten: Cl
> 60 mmol/l
CF-patiënten: Na+
> 60 mmol/l
CF-patiënten: Na+ + Cl
> 140 mmol/l
CF-patiënten: geleidbaarheid
> 80 eq, mmol NaCl/l
© CVZ 2012 | naar boven | afdrukken |